Zowat 10.000 personeelsleden van het Vlaamse en Franstalige onderwijs betogen samen in Brussel. Ze eisen meer geld voor onderwijs. «Meer loon, minder werkdruk», is de specifieke eis van Vlaamse vakbondsleden. Concreet: een algemene loonsverhoging van 2 procent, maar ook onder meer een organieke administratieve omkadering in het basisonderwijs. De Vlaamse en de Franstalige onderwijsministers lanceerden eerder al een oproep tot de federale en de deelstaatregeringen om meer in onderwijs te investeren. Maar dit vereist een herziening van de financieringswet, wat een federale bevoegdheid is. De Vlaamse regering streeft naar fiscale autonomie voor Vlaanderen. In 2001 zou daar duidelijkheid over bestaan. «Pas op dat moment zal de vraag naar meer geld realistisch zijn en wordt de eis voor hogere lonen bespreekbaar», zegt Vlaams onderwijsminister Marleen Vanderpoorten.
Op 7 april sprongen de onderhandelingen voor een collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) tussen vakbonden en onderwijsminister af. Het CAO-voorstel van de minister omvatte een pakket van 3,9 miljard frank. Onder meer 500 miljoen frank was weggelegd voor ondersteunend en administratief personeel in het basisonderwijs. Om de kansarmoede te bestrijden kwam daarbovenop nog eens 590 miljoen, vrij te verdelen over basis- en secundair onderwijs. De algemene en coördinerende directeurs van het secundair onderwijs zouden een bijkomende vergoeding krijgen van 280.000 frank. Minister Vanderpoorten engageert zich alvast om de 2,5 procent besparingen op de lestijden in het secundair onderwijs van de vorige Vlaamse regering ongedaan te maken. Dat kost 1,4 miljard frank, maar daardoor kunnen zowat 1000 jobs behouden blijven.
In plaats van een algemene loonsverhoging mikt de onderwijsminister in de eerste plaats op een haalbaar pedagogisch comfort voor onderwijsmensen. Zo zouden personeelsleden vrijgesteld kunnen worden van hun lesopdracht om jonge leerkrachten te begeleiden. Hiervoor is een betere omkadering noodzakelijk.