Het hoger onderwijs telt in totaal 151.502 studenten, van wie 57.362 in het universitair onderwijs en 94.140 in het hogescholenonderwijs. In vergelijking met het academiejaar 95-96 is dat alleen in het hogescholenonderwijs een stijging van 3 procent.

Bijna 300 docenten minder telt het onderwijzend personeel nu, in vergelijking met 95-96.
Het hogescholenonderwijs is verspreid over 29 instellingen. Ze hebben gemiddeld 3246 studenten. De grootste hogeschool heeft meer dan 9000 studenten, de kleinste een 200-tal.
Vanaf 1996 wordt het hogescholenonderwijs, net als het universitair onderwijs, gefinancierd op basis van een enveloppesysteem. De beleidskredieten 1997 voor hoger onderwijs bedragen 40,5 miljard of bijna 17 procent van het totaal onderwijsbudget. 19 miljard (8 %) gaat naar het hogescholenonderwijs en 21,5 miljard (8,9 %) naar het universitair onderwijs. In vergelijking met het vorige academiejaar blijft het part van de begrotingskoek voor het hogescholenonderwijs ongewijzigd.
(Het Vlaams onderwijs in beeld 96 – 97)