Eén op zeven volwassenen in Vlaanderen is te weinig ‘geletterd’ om volwaardig te kunnen participeren in de samenleving en de almaar groeiende kenniseconomie. Veel moeite hebben met alledaagse schriftelijke taken is één van de tekortkomingen.«Soms suggereert men dat met de technologische revolutie het ouderwetse lezen en schrijven zal verdwijnen», zegt de Nederlandse Taalunie, die net de studie ‘Laaggeletterdheid in de Lage Landen’ publiceerde. «Maar net zomin als de invoering van het schrift de mondelinge cultuur verving, heeft de komst van de elektronische media het gedrukte woord vervangen. Integendeel, de opkomst van de elektronische media heeft het gebruik van geschreven taal doen toenemen. E-mail heeft voor een deel het mondelinge telefoonverkeer vervangen en wie een mobiele telefoon gebruikt, leest en schrijft tegenwoordig veel. Belangrijker is dat elektronische media en schriftgebruik niet meer weg te denken zijn uit verschillende beroepenvelden, waar je voorheen ook zonder veel te moeten schrijven kon functioneren. Zo moet de bejaardenverzorgster dagstaten invullen en een logboek bijhouden. De ober moet bestellingen invoeren in de computer. En de heftruckchauffeur moet een theorie-examen afleggen. Ook gewoon burger zijn brengt een papierwinkel met zich mee.»
Wat is te laag geletterd zijn? Twee niveaus bepalen dat. Bij niveau 1 moet je in een simpele tekst de benodigde informatie kunnen vinden. Op niveau 2 moet de lezer zelf eenvoudige gevolgen kunnen trekken.
In Vlaanderen functioneren 650 000 tot 800 000 volwassenen (of 1 op 7) alleen op het laagste niveau 1. Tellen we de niveaus 1 en 2 samen, dan kan bijna 42 procent van de volwassen bevolking in Vlaanderen niet volwaardig functioneren in een kenniseconomie. In Nederland ligt dat percentage op 37 procent.
Nederlandse Taalunie: «Laaggeletterdheid brengt ook het onderwijs zelf in de problemen. Vooral in het beroepsonderwijs zitten jongeren met te beperkte lees- en schrijfvaardigheden. In Vlaanderen presteert 31 procent van de ASO-leerlingen op het hoogste niveau van leesvaardigheid, terwijl slechts 5 procent van de leerlingen in TSO en BSO dit niveau haalt. Een derde van de leerlingen uit BSO presteert op het laagste vaardigheidsniveau of eronder.»
Laaggeletterdheid terugdringen is één van de beleidsdoelstellingen van levenslang en levensbreed leren. Daarom ontwikkelt de Vlaamse regering een ‘Vlaams strategisch plan geletterdheid’. Centra voor Volwassenenonderwijs en Basiseducatie zullen hierbij betrokken worden.