Hakim (16), Diouf (19), Michael (18), Sukanya (16), Rémy (17) en Hannah (18) willen allemaal hetzelfde: méér en beter onderwijs wereldwijd. Al botsen hun schoolculturen soms. Samen met 54 leerlingen uit 7 landen timmeren ze tijdens een wereldkamp in Praag aan een statement rond de Millenniumdoelstellingen. Daarin speelt onderwijs een grote rol. Klasse schuift mee aan de discussietafels.
Hakim (16, België): “Wij Belgen hebben alles: een goede gezondheidszorg, degelijke scholen, genoeg werk. Je hebt thuis een pc, een gsm én een mp3-speler. Wij zijn rotverwend. Toen De Lijn een tijdje terug staakte, bleef ik gewoon thuis van school. Het was máár school. Niets belangrijks. Daar ging ik toch geen half uur voor stappen? Als ik dan van mijn Senegalese vriend Diouf hoor dat zijn vrienden tot twee uur per dag van en naar school wandelen, schaam ik me dood. Voor leerlingen in kansarme landen is school van levensbelang.”
Sukanya (16, India): “Ik heb geluk dat ik naar school mág gaan. Dat er al eens een saaie les tussen zit, is het minste van mijn zorgen. Veel meisjes van mijn leeftijd die op het platteland wonen, mogen niet naar school van hun ouders. Ze werken in de landbouw of zorgen voor het huishouden. Zo blijven ze laaggeschoold en kennen ze hun rechten niet.”
Hannah (18, Engeland): “Bij ons zijn er bijna overal wapendetectoren. En elke dag zie ik vechtpartijen uitbreken tussen leerlingen van verschillende scholen in de wijk. Maar toch ga ik graag naar school. Ik leef er samen met al mijn vrienden. Sociaal contact, daar draait het bij mij om. Leren is ook wel belangrijk, maar dat komt pas op de tweede plaats.”
Sukanya (16, India): “Vrienden komen zeker niet op de eerste plaats bij ons. Wél de punten. Een klasgenoot helpen met spieken, ben je gek? In mijn klas wil iedereen ingenieur of dokter worden. Dat zijn de bestbetaalde jobs in India. En om die droom waar te maken moet je altijd de beste van de klas zijn. Goed presteren is dus het enige wat telt. School is voor de meesten onder ons pure competitie. Zeker in de privéscholen. De publieke scholen lokken arme kinderen met een gratis maaltijd. Naar school gaan betekent voor hen: stoppen met werken en eindelijk minstens één maaltijd per dag.”
Diouf (19, Senegal): “Zonder diploma zou het heel moeilijk zijn voor mij om te overleven. Bij ons is maar een op de vijf schoolgerechtigde jongens ingeschreven in de middelbare school. Mijn pa is zelf schooldirecteur in een dorpsschool. Hij weet hoe belangrijk het is om te studeren. Ik ga naar een eliteschool waarvoor je toelatingsexamen moet doen. Elke leerling krijgt minstens vijftien euro vergoeding per maand. Als ik op het einde van de maand de meeste punten haal, dan krijg ik een bonus van drie euro. We volgen zes dagen op de zeven les. En alleen tijdens de feestdagen en grote vakanties mag ik naar huis. Maar mijn toekomst is verzekerd. Als ik afstudeer, kan ik zonder problemen naar de universiteit.”
Rémy (17, België): “Het gebeurt wel eens dat je op een feestje een leraar tegen het lijf loopt. Dan drink je samen een pint. Je leert ze dan op een andere manier kennen. Sommige leraren doen na school ook nog interessante dingen (lacht). Soms vind je gemeenschappelijke interesses. Als je alleen maar je les moet afdreunen, dan kom je nooit iets van elkaar te weten.”
Sukanya (16, India): “Informeel contact met leraren is bij ons ondenkbaar. Leraren zijn superstreng. Zelfs praten in de klas is verboden, tenzij met de leraar. Als ik hoor hoe het er bij jullie aan toe gaat, ben ik echt jaloers.”
Michael (18, Tsjechië): “Bij ons geven heel wat leraren les tegen hun zin. Ze verdienen ongeveer achthonderd euro netto per maand, en dat voor een 38-urenweek. We hebben vooral een probleem om goede taalleraren te vinden. Mensen met een talenknobbel verdienen meer in de privé. Terwijl talenkennis in Europa essentieel is.”
Hakim (16, België): “Ik vind dat de Belgische leraren ook onderbetaald zijn. Als je ziet hoeveel uren ze in hun job steken, ook na de schooluren. Ze hebben een grote verantwoordelijkheid. Hun werk bepaalt voor een stuk de toekomst van ons land.”
Diouf (19, Senegal): “Iedere leerling vindt zijn situatie en zijn schoolleven normaal. Maar het is niet normaal dat 73 miljoen kinderen niet naar school gaan, toch? Daarom is het belangrijk om zo veel mogelijk mensen bewust te maken van hoe onderwijs er aan toe is wereldwijd. Er is nog een pak werk aan de winkel.”
Michael (18, Tsjechië): “Onderwijs is een mensenrecht. Wereldwijd kwaliteitsonderwijs zal de kindersterfte laten dalen, zal de verspreiding van ziektes als malaria en hiv verminderen, zal duurzame ontwikkeling stimuleren. De school is de sleutel voor heel wat wereldproblemen. Als alle 191 landen echt werk willen maken van de Millenniumdoelstellingen, dan moeten ze meer investeren in onderwijs, wereldwijd.”
Zelf aan de slag met mondiaal en intercultureel leren in je klas? Surf naar www.studioglobo.be. Halen we de Millenniumdoelstelling rond onderwijs wel tegen 2015? Surf naar www.klasse.be/leraren/bijlage voor een overzicht.
Hoe vat Hakim het kamp en de doelstellingen al rappend samen? Bekijk het filmpje op www.tvklasse.be.
Denemarken spendeert met 8,5 procent van haar bruto nationaal product het meest aan onderwijs in Europa. België geeft 6,3 procent uit.
570 miljoen kinderen zijn wereldwijd ingeschreven in een school. In 1999 gingen 103 miljoen niet naar de lagere school. In 2006 waren er dat nog 73 miljoen.
Italiaanse leerlingen (46%) rapporteren zelf dubbel zoveel geluidsoverlast en wanorde in de klas als hun Duitse collega’s (22%).
Diouf, Hannah, Michael, Rémy, Hakim en Soukanya werkten samen met 54 leerlingen uit 7 landen een week lang aan een statement rond de Millenniumdoelstellingen op het MDG ’15-kamp in Tsjechië. MDG ’15 is een samenwerking tussen 7 partners in België, Frankrijk, India, Polen, Senegal, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk, gesteund door de Europese Unie. Voor België neemt Studio Globo de honneurs waar.