“De school weet het niet en ze hoeft het niet te weten. En het staat gelukkig niet op mijn gezicht te lezen”, zegt Sandra Carlier (34), mama van drie kinderen. Ze krijgt thuis de eindjes niet altijd aan elkaar geknoopt. Daardoor heeft ze ook met de school soms problemen.
“Ik kom uit een groot gezin. Mijn ouders hebben hun best gedaan, maar het leven eist zijn tol: echtscheidingen, faillissementen. Op een dag kwam ik terug van bosklassen en moest ik meteen mijn koffer maken om naar een instelling te gaan. Daar moesten we ‘tante’ en ‘nonkel’ zeggen tegen de opvoeders. Ik heb dat niet één keer over mijn lippen gekregen. Omdat ik de oudste was, zorgde ik voor mijn jongere broer en zus. Ik werd hun mama in de instelling. Ik was amper twaalf.”
“Ik heb drie kinderen. Mijn oudste zoon (14) is een heel goede doelman en wilde graag naar de topsportschool. Tot hij zag wat dat zou kosten. ‘Ik ga toch niet, jullie kunnen dat nooit betalen’, zei hij. We hebben toen gerekend en hem toch laten gaan. Maar het is niet evident om de eindjes aan elkaar te knopen. De huishuur betaal ik klokvast, de meeste andere facturen pas als er genoeg geld is. Soms komen de kinderen thuis van school en zeggen: ‘Mama, je hebt de schoolrekening niet betaald’. Ze moeten mijn kinderen erbuiten houden. Naar school gaan is duur. Ik ken een mama die de kopieën en de boeken niet kon betalen. Haar kind moest alles dan maar overpennen.”
“Soms heb ik het gevoel dat de school me niet vertrouwt. Toen mijn dochter leesproblemen kreeg, vroeg het CLB of ik zelf ook wel eens las. Alsof haar leesprobleem mijn schuld is. Ik ben toen naar een logopedist gegaan. Dat heeft veel geld gekost. Toen de school me vroeg of ze het verslag van het onderzoek mocht inkijken, heb ik geantwoord: ‘Nee, ík heb dat betaald’. Toen ze luizen had, heb ik de rekening van de apotheek in de schoolagenda gestopt, opdat ze me niet al vooraf zouden veroordelen. Als er luizen zijn in de klas wijzen de vingers altijd snel in dezelfde richting.”
“De school vertrouwt me niet”
“Mijn dochtertje (3) zit in de eerste kleuterklas. Ze komt geen enkele keer op tijd. Ik geef mijn kind liever rechtstreeks aan de juf af in de klas in plaats van ze op de speelplaats achter te laten. Dat geeft mij een veiliger gevoel. Onlangs kregen we een brief van de school. Er waren zo veel nieuwe kleuters dat de school de klassen moest herverdelen. Ik heb de brief drie keer gelezen en snapte er nog niets van. ‘Er is een pertinent tekort aan ruimte’, ‘we zoeken naar een duurzame oplossing’ en ‘een en ander zal gecompenseerd worden’. Ik heb erop geschreven: ‘Wat betekent dat nu voor mijn kind?’ Het antwoord konden ze mij toen wél in één zin geven. Waarom dan zulke lange brieven maken?”
“Je kind knuffelen, samen spelen en huiswerk maken, overleggen met de leraar. Ik moet kunnen wat ik zelf nooit gezien of meegemaakt heb. Dat is niet gemakkelijk. Omdat ik nu werk als ervaringsdeskundige in de armoede heb ik de waarden van de ‘middenklasse’ kunnen zien en leren. Maar vraag aan mijn man niet om naar de school te gaan of zich bezig te houden met de kinderen. Ik verwijt het hem niet. Ik stel het alleen maar vast en herken in hem hoe veel mensen in de armoede reageren.”
Kansarmoede heeft veel gezichten:
Mensen in kansarmoede:
De psychologische gevolgen van armoede wegen het zwaarst: armen voelen zich nagestaard, onaangepast, leven voortdurend in conflicten en onzekerheid. Dat neemt heel wat energie weg die nodig is om je goed te kunnen ontwikkelen.
Leraren bekijken kinderen uit kansarme milieus vlug als slachtoffer, als kinderen met problemen en tekorten (lui, agressief, onverzorgd). Ze vertrekken te weinig van waar arme kinderen wél sterk in zijn (onderhandelen, ‘hun plan trekken’). arme leerlingen verschillen niet van andere kinderen, alleen de omstandigheden thuis verschillen.
Alle ouders willen het beste voor hun kind, maar:
“Armoede tast je eigenwaarde aan, het maakt je onzeker. Je financiële problemen ‘outen’ doe je niet zomaar. Toch heb ik op school een afbetalingsregeling gevraagd. Maar wat met ouders die niet zo mondig zijn?”
(Chantal, alleenstaande mama van vijf kinderen)
Armoede is een maatschappelijk probleem, maar onderwijs is wel dé hefb oom om ze te bestrijden. Vaak slaagt de school er echter niet in de achterstand van kansarmen weg te werken.
Geloven in je leerlingen is volgens professor Ides Nicaise van het Hoger Instituut voor Arbeid en Samenleving de voornaamste succesfactor om als leraar en school om te gaan met kansarme leerlingen.
Hebben scholen oog voor kansarmoede?
“Heel wat scholen weten maar al te goed wat armoede is: onbetaalde rekeningen, taalbarrières, grote leerachterstand … Sommige scholen staan daardoor zelf onder enorme druk. Ze krijgen nu gelukkig meer financiële ademruimte, maar ze hebben ook nood aan knowhow en menselijke ondersteuning. Voor andere scholen is armoede een ver-van-mijn-bed-show: ze hebben het profiel van eliteschool ontwikkeld of richten enkel aso in waar weinig kansarme leerlingen binnen raken.”
Kunnen scholen iets aan kansarmoede doen?
“Het onderwijs alleen kan armoede niet uitroeien: er moet op álle fronten tegelijk gewerkt worden. Toch maken scholen vaak meer verschil dan men denkt: ze slagen erin leerlingen echt uit de armoede op te tillen. Zo zijn er bijvoorbeeld brede scholen die zich volledig geïntegreerd hebben in het leven van een volksbuurt, magneetscholen die door een krachtige leeromgeving hun isolement als concentratieschool hebben doorbroken en een gezonde sociale mix bereikten … Er zijn zo véél goedepraktijkvoorbeelden: van beter gespreide schoolrekeningen over coöperatief leren tot brugprojecten in het deeltijds beroepsonderwijs.”
“De ene school weet heel goed wat armoede is, voor de andere is het een ver-van-mijn-bed-show”
Wat is het verschil tussen scholen die met succes omgaan met kansarmoede en de andere?
“Ten eerste: gelóven in je leerlingen. De spectaculairste onderwijsinnovaties voor achtergestelde doelgroepen durven hoge verwachtingen te stellen. De ultieme ambitie moet ‘gelijke uitkomsten’ blijven. Als kansarme leerlingen al met een grote achterstand in de kleuterschool instromen, moeten ze een langer traject afleggen om diezelfde eindmeet te bereiken. Ten tweede: jezelf en ‘het systeem’ voortdurend kritisch bevragen over mogelijke discriminatiemechanismen (selectie bij inschrijvingen, overhaaste verwijzingen naar het buitengewoon onderwijs, het hoofddoekenverbod …). Die mechanismen volledig uitschakelen, zou een groot succes zijn. Ten derde: deskundigheid. Alle betrokkenen moeten de leefwereld van armen en de strategieën om de schoolse achterstelling van deze groep ongedaan te maken, kennen.”
“Dankzij jou komt je zoon nu op zijn twaalf jaar meestal naar school en is hij grotendeels gezond. Dat vind ik een geweldige prestatie als ik zie wat jij daar allemaal voor moet doen.”
(leraar tegen een kansarme moeder die zich een slechte ouder voelt)
| ja | nee | Ons inschrijfteam heeft oog voor signalen van (kans)armoede. |
| ja | nee | Wij helpen ouders om de schooltoelage aan te vragen. |
| ja | nee | Wij doen moeite om ouders op school te krijgen. |
| ja | nee | Ouders werken actief mee aan ons schoolbeleid. |
| ja | nee | Ouders weten precies welke schoolkosten ze kunnen verwachten. |
| ja | nee | Ouders kennen alle betalingsmogelijkheden die we aanbieden. |
| ja | nee | We confronteren onze leerlingen nooit met onbetaalde facturen. |
| ja | nee | We organiseren huiswerkbegeleiding. |
| ja | nee | Leerlingen kunnen op school na de lessen werken met computers, atlassen … |
| ja | nee | Brieven ogen aantrekkelijk en zijn opgesteld in eenvoudige taal. |
| ja | nee | Leraren weten wat (kans)armoede is en houden er in de les rekening mee. |
| ja | nee | We hebben relaties met het sociaal-culturele netwerk rond de school. |
Hoe meer je ‘ja’ antwoordt, hoe meer je school rekening houdt met (kans)arme leerlingen.
Of je leerlingen kansarm zijn of niet, daar heb je als school weinig vat op. Maar goed onderwijs is een van de belangrijkste ontsnappingsroutes uit de kansarmoede. Daar kan je school wél aan werken. Kansarmoede is vaak een rem op succes op school. Scholen reageren niet of gebrekkig, omdat ze de problemen van hun leerlingen niet kennen. Een goed kansarmoedebeleid begint bij signalen herkennen. Zijn er in je school geen kansarmen … of zie je ze niet?
“Een school moet mee ‘zorgen’ voor haar leerlingen. Elke leraar is vandaag ook een hulpverlener”, zegt Ivo Roggemans van het CLB GO-Mechelen. “Rekening houden met kansarmoede is werken aan de talenten van ál je leerlingen. Niet makkelijk. Bij kansarmoede spelen heel wat factoren een rol: zowel thuis – de job van de ouders, de woonomstandigheden van het gezin, de visie van de ouders op het belang van de school – als op school. Die vragen allemaal een andere aanpak: een goede studie(her)oriëntering, een constructief leerplichtcontrolebeleid, GOK-middelen al of niet maximaal aanwenden, een hulpverleningsnetwerk aanleggen en onderhouden, laagdrempelige taal.
Het CLB ondersteunt de school op al die vlakken. Als school kun je niet op alle fronten tegelijk werken, maar door begrip en steun voelen jongeren én hun ouders zich welkom op ‘hun’ school. Je hebt pas kans op slagen als ieder personeelslid (van poetsvrouw tot directeur) daarin elke dag een constructieve én doorleefde houding aanneemt. Folders heb je daar niet voor nodig!”
1. Bij de inschrijving:
de ouder(s):
de leerling:
2. In de school en in de klas:
de leerling:
3 Bij communicatie met de ouders:
4 Uit de leefwereld van de leerling:
Het gezin:
de leerling:
“Wij hebben geen kansarme leerlingen” (directeur van een secundaire school)
“We willen dat elke leerling hier vertrekt met een diploma”, zegt Catherine Lesage, leerlingenbegeleider in het Technisch Instituut Immaculata in Ieper. Drie jaar geleden stapte de school in een project rond kostenbeheersing van SOS Schulden op School. Voor de directeur hét moment om met een beleid rond kansarmoede te starten.
Catherine Lesage: “Bij de inschrijvingen spelen we detective. We zoeken naar signalen die op kansarmoede wijzen. Soms durven ouders bij de eerste kennismaking niet vrijuit spreken. Bij de eerste schoolrekening blijkt snel of er betalingsproblemen zijn. De leerlingenbegeleiding zoekt onmiddellijk uit waarom en handelt dat discreet af, rechtstreeks met de ouders. De school biedt een vermindering van de factuur aan of spreiding van betaling. Wij zetten zelf de eerste stap naar een oplossing. Door de vele contacten met ouders houden we de drempel heel laag, ontdekken we problemen en zoeken we samen naar oplossingen.”
Catherine Lesage: “Als leerlingen spijbelen, zoeken we naar de oorzaak. Vaak zien ze geen toekomst voor zichzelf. Of de ouders zien het nut van onderwijs niet in. Dan motiveren we de leerling extra. Of sommige leerlingen hebben geen materiaal. ‘Mama kan dat nu niet betalen’, horen we dan. Daarom organiseren we begeleide studie voor alle leerlingen. De leerlingenbegeleiding verzamelt verloren voorwerpen om die later te herverdelen. Als een leerling ‘niet in orde’ is wegens problemen zijn de leraren vrij tolerant. Maar die leerling moet wel een inspanning leveren via inhaalmomenten, met extra begeleiding en steun van het CLB.”
Catherine Lesage: “Samenwerken met ouders is cruciaal. Tijdens het oudercontact is er een praatcafé voor een informele babbel. Zo krijgen ouders het gevoel dat ze niet alleen komen voor negatieve dingen. De school biedt op dat moment ook hulp aan om een schooltoelage aan te vragen. Soms zijn ouders ten einde raad en laten ze de zorg voor hun kinderen over aan de school. De school maakt er een punt van om ze toch te blijven informeren. Zo blijven ze betrokken en kunnen ze later de draad weer opnemen.”
“Alle leerlingen hebben baat bij betaalbaar onderwijs. Als school bewaak je de kwaliteit van je onderwijs. Die hangt niet rechtstreeks af van het bedrag dat je uitgeeft of de reizen die je aanbiedt, het is de inhoud die telt.”
(Hervé Werbrouck, directeur Technisch Instituut Immaculata, Ieper)
Ja. Of signaleer het minstens bij de leerlingenbegeleider. Wees discreet, het is vaak al een prestatie dat Declan op school zit. Hem confronteren met zijn gebrekkige hygiëne is niet leuk, maar voorkomt vaak erger. Voer een duidelijk gesprek en draai niet rond de pot. Zoek meteen samen met Declan hoe hij de situatie het best aanpakt. Probeer de onderliggende oorzaak en de rol van de ouders te achterhalen. Toon je appreciatie bij elke kleine verbetering.
Toon eerst begrip. Zoek uit waarom ze haar huiswerk niet maakt. Zoek samen met de leerling en de ouders naar oplossingen. Biedt de school huiswerkbegeleiding aan? Is er op school tijd en materiaal om taken en opdrachten uit te voeren? Probeer de ouders te overtuigen van het belang van de school.
Nee. Veel scholen beschikken over ‘geld in de marge’: het budget van een vriendenkring, fondsen uit de ouderwerking, een ‘sociale kas’. In uitzonderlijke gevallen kan de school dit geld gebruiken om financieel zwakke leerlingen te ondersteunen. Wees discreet. Ga ervan uit dat ouders ‘liefdadigheid’ eigenlijk niet willen. Maak er geen reclame voor in de schoolfolder. Zo vermijd je dat je de draagkracht van zo’n initiatief overschrijdt.
Nee. Nochtans zijn ze niet gebonden aan een beroepsgeheim. Toch kunnen ze autonoom beslissen om informatie niet mee te delen uit respect voor de leerling of omdat een leraar niet opgeleid is om met die informatie om te gaan. Dan moet je het als leraar stellen met vage omschrijvingen als ‘een moeilijke thuissituatie’. Bovendien zijn de leerlingenbegeleider of zorgcoördinator zelf niet altijd op de hoogte. Ze kunnen bijvoorbeeld dossiers van de jeugdrechtbank niet inkijken. Het CLB mag dat wel.
Niet waar de leerling bij is. Als een leerling spijbelt, plots agressief is, psychosomatische klachten (vage hoofdpijn, buikpijn) heeft, schakel je de leerlingenbegeleider of zorgcoördinator in. Zij zijn uitstekend geplaatst om een onderzoek te doen, te praten met de leerling, contact op te nemen met de ouders, het CLB in te schakelen …
Niet noodzakelijk. Alleenstaande ouders hebben een groter armoederisico, hebben misschien minder tijd voor hun kind … Maar kansarmoede hangt sterk af van de individuele situatie waarin iemand zich bevindt. Met de indicatoren voor kansarmoede spring je heel omzichtig om.
Zoek met hen naar een aanpak die binnen hun leefwereld en mogelijkheden past. Ga na of ze begrijpen wat je verwacht. Maak samen een stappenplan, waarbij vooral de ouders bepalen wat, wanneer en hoe. Neem kleine stappen, waarvan de eerste zeker lukken: zo zet je faalangst om in succeservaringen. Daardoor groeit er een vertrouwensband en samenwerking. Kom geregeld samen om zichtbaar te maken wat loopt en waar jullie nu aan zullen werken.
Arme leerlingen houden ook van computerspelletjes, muziek, gsm’s. Ze willen er vooral bijhoren en ouders willen dat hun kinderen niet moeten onderdoen voor hun vrienden. Dat wil niet zeggen dat de schoolrekening niet doorweegt op het gezinsbudget.
Heb je zelf ervaringen met kansarmoede op school, wil je interessant lesmateriaal tippen? Doe het via het forum van www.klasse.be/eerstelijn (doorklikken naar kansarmoede)
‘Onderwijs, dagelijkse kost? Verkenning rond kostenbeheersing in het secundair onderwijs. Over een beleid dat het lerarenteam en de hele schoolwerking raakt’, rapport van de Koning Boudewijnstichting (2009)
www.kbs-frb.be
(zoekterm ‘dagelijkse kost’)
SOS Schulden op School
sos.welzijn.net
VZW De Link: opleiding en tewerkstelling van ervaringsdeskundigen in armoede en sociale uitsluiting
www.de-link.net
Stad Turnhout: signaallijst kansarmoede
www.turnhout.be/schoolopbouwwerk
‘Poverty is not a game’ (Ping): educatieve online game van o.a. de Koning Boudewijnstichting
www.grin.be/ping
Vlaams Netwerk van Verenigingen waar Armen het Woord nemen
www.vlaams-netwerk-armoede.be
Vlaams Actieplan Armoedebestrijding, Vlaamse overheid
wvg.vlaanderen.be/armoede
Wegwijsgids ‘Verenigingen tegen armoede’
www.deverenigdeverenigingen.be
Brede School
www.bredeschool.be
Bij De Eerste Lijn hoort ook een filmpje. Kijk en leef mee met de getuigen. Leer van andere scholen. Allemaal op www.tvklasse.be
Hoe maak je een eenvoudige brief? Gebruik deze checklist bij elke brief of nota die je voor ouders maakt. Druk hem af op www.klasse.be/eerstelijn
onze brief:
Structuur
Zinnen
Woorden
Vorm