Zin in een Europees avontuur met je klas? Sara Gilissen van het virtuele uitwisselingsproject eTwinning helpt je op weg. 650 Vlaamse scholen gingen je al voor met hun project. Maar je kunt ook écht met je klas Europa induiken. Klaar om je grenzen te verleggen?
Een Europees project? Ik krijg nu mijn leerplan al niet rond, hoor je leraren denken.
Sara Gilissen: “Een internationaal project komt helemaal niet bovenop je dagelijkse werk. Je vult het gewoon anders in. Als je goed nadenkt over wat je sowieso moet doen binnen je leerplan en hoe je dat Europees kunt invullen, boek je net tijdwinst.”
Taalleraren brengen hun leerlingen via zo’n project taalvaardigheden bij. Maar hoe zit dat in andere vakken?
Sara Gilissen: “Taal is dan enkel het communicatiemiddel, inhoudelijk kan je project over alles gaan. Ik denk aan klassieke talen (een virtuele rondleiding om de Romeinse cultuur te leren kennen), chemie (experimentjes filmen) of geschiedenis (de partnerschool stelt een top 10 van de grootste Belgen op). Bovendien werk je aan vakoverschrijdende eindtermen als burgerzin, sociale vaardigheden of ICT-vaardigheden.”
Vormt taal geen drempel?
Sara Gilissen: “Leraren zijn vooral in het begin bang om fouten te maken, maar gaandeweg merken ze dat iedereen in Europa ‘gebroken’ Engels praat. En als leerlingen in het Frans een videoconferentie houden met een Italiaanse partnerschool, dan ondervinden ze dat ze het zelf zo slecht nog niet doen. Dat schept vertrouwen, zeker in tso en bso.”
Kruipt er niet extra veel tijd en werk in zo’n project?
Sara Gilissen: “Je hoeft niet noodzakelijk ‘fysiek’ uit te wisselen, zoals bij Comenius het geval is. Via eTwinning wissel je uit via het web. Zo’n project start je van vandaag op morgen. De drempel is laag: je hoeft geen lijvig dossier in te dienen, het is gratis, je kunt het als individuele leraar doen en het hoeft ook geen volledig schooljaar te duren.”
Wat zijn de valkuilen?
Sara Gilissen: “Zie het niet te groots van bij de start, zo vermijd je teleurstellingen. Betrek gaandeweg de hele school in het project. Het ‘Europese virus’ verspreidt zich snel als er een paar enthousiaste leraren en leerlingen zijn. Heel belangrijk: informeer en communiceer. Zo werk je beter samen met je partnerschool, maar trek je ook directie, collega’s, ouders en lokale verenigingen mee in je verhaal.”
Waarom zouden scholen in een grensoverschrijdend project stappen?
Sara Gilissen: “Je leerlingen maken kennis met de globaliserende samenleving. Dat verbreedt hun perspectief. Ze leren onbewust voortdurend bij en zijn zelfs buiten de school bezig met hun project. Of ze houden ook na afloop contact met leerlingen van hun partnerschool. Onopvallende leerlingen blijken opeens heel creatief. Leraren professionaliseren zich via zo’n project. Ze krijgen ook een andere band met hun leerlingen. Scholen verhogen hun kwaliteit en krijgen meer uitstraling.”
Sara Gilissen is coördinator voor het eTwinning-programma bij de Afdeling Internationale Relaties van het Departement Onderwijs en Vorming.
Centrum Ryckevelde vzw en het Europees Centrum Alden Biesen bieden ondersteuning bij je internationale project - www.ryckevelde.be en www.alden-biesen.be
Check ook www.ond.vlaanderen.be/internationaal, www.etwinning.be en epos-vlaanderen.be.