Mieke (5) helpt Maria (85) met de glimmende verpakking van haar koekje. Luk (4) friemelt zijn kleine vingers tussen de verkrampte hand van Louis (91) en wandelt met hem verder. «Onze kleuters kenden geen bejaarden. Ik trouwens ook niet. Ik was er zelfs een beetje bang van. Maar het contact tussen de kinderen en de bejaarden verloopt volledig spontaan», zegt kleuterjuf Jeannine Willems van de Leefschool De Regenboog in Turnhout. Wie nog niet goed kan knippen, komt hier samen met wie dat niet meer zo goed kan.De Regenboog kreeg de Koningin Paolaprijs met haar project rond de integratie van jongeren en ouderen. «In het begin van het schooljaar komen wij samen met de begeleiders van het bejaardentehuis. Zo gaat dat al vier jaar. We plannen één activiteit per maand. Soms is dat op school, soms in het tehuis. We koken samen, werken met klei, gaan wandelen, maken een bloemstukje Heel uiteenlopende activiteiten, zodat iedereen zich aangesproken voelt om mee te doen. Aangesproken, niet verplicht. Niet voor de kleuters en ook niet voor de bejaarden. Bij de kinderen is er nooit een gebrek aan kandidaten. De groep kleuters die kan meedoen, is altijd beperkt tot een vijftiental. We moeten geregeld zeggen: ‘Jij bent de vorige twee keer meegeweest. Nu moeten we eens de kans laten aan een ander kindje.’ Zowel de kleinste kleuters als de zesjarigen kijken ernaar uit. En ook de bejaarden zitten te popelen.»
Halféén in basisschool ‘t Zwaluwnest in Wachtebeke. Leerlingen van het zesde leerjaar zitten koortsachtig te werken aan een computer in de gang. Ze zoeken op het world wide web de site van de Antwerpse Dierentuin. «Straks komen de bejaarden en we zijn nog niet helemaal klaar.» De school werkt het hele jaar door projectmatig. Deze activiteit is de uitloper van een simpele uitstap binnen het project bejaarden. Maar die simpele uitstap was buiten het enthousiasme gerekend van Juf Winnie van de zesde klas en dat van Christine Van Acker, diensthoofd animatie bij het bejaardentehuis Moervaartheem in Wachtebeke én moeder van kinderen op deze school. Samen zagen ze meteen een hoop mogelijkheden om de school open te gooien. Ze stelden een heel programma op.
Didier (11) heeft wel even tijd om over de eerste ervaring te spreken: hun bezoek aan het bejaardentehuis van drie weken geleden. Didier is de enige in de groep die zelf in de familie nog met oude mensen contact heeft: zijn peter en oma zijn de tachtig voorbij, maar ze wonen nog zelfstandig, met de hulp van familie weliswaar. «Het was in dat tehuis veel leuker dan we verwachtten. Ik wist niet dat het er zo goed was.» Leander laat op zijn beurt het toetsenbord zoals het is. «Ja, en we wisten niet dat die mensen nog zoveel konden. Ik dacht dat die niet meer zouden kunnen horen of praten. Dat ze daar zaten omdat ze echt niet meer uit de voeten konden.» Jennifer weet beter: «Mijn bejaarde is naar het rusthuis gegaan omdat ze eenzaam was. Daar heeft ze tenminste gezelschap.» Mijn bejaarde? De kennismaking is niet vrijblijvend geweest: Jennifer is al een paar keer weer op bezoek geweest. En ze is niet alleen: drie andere kinderen van de klas ook, in het weekend, en omdat ze zin hadden, niet omdat het moest… «Ze hebben ook hun eigen mooie kamer. En het is daar helemaal niet saai! Er is een heel schema van activiteiten die de bejaarden kunnen doen. Ze hebben het daar druk!» voegt Maarten toe. Maar de activiteiten met kinderen zijn nieuw.
De zesde klas trok naar het rust- en verzorgingstehuis het Moervaartheem, gewapend met een lijst staakwoorden, dingen die ze aan de bejaarden wilden vragen. «Maar die hebben we niet nodig gehad. Eenmaal dat ze aan het praten gingen, waren ze niet meer te stoppen.»
Christine Van Acker: «Ik stond versteld van de reacties van onze mensen. Sommigen komen nog amper hun kamer uit, maar nu waren ze plots geïnteresseerd. Ze wilden best met kinderen praten over vroeger. En ze hadden zo hun idee over de jeugd van tegenwoordig. Het was fascinerend om zien. De kinderen waren mateloos geboeid door de verhalen van de bejaarden en die genoten op hun beurt van de aandacht voor hun verhaal.» «We hebben spelletjes geleerd waar ik nog nooit van gehoord had,» glundert C’hadi. «Maar het leven toen was toch niet zo anders als ik wel dacht», voegt Jasper toe. «Hoewel, zo’n boer die alles met de hand moest doen, dat moet toch wel hard werken geweest zijn.»
De jongeren leren de ouderen computeren: dat is vandaag de tweede stap in het project. De bejaarden komen binnen. Twee van hen kunnen de trappen naar de zesde klas niet meer aan. Daarom staan vandaag enkele computers beneden in de gang. «Kijk, daar is Philemon. Hij is zesennegentig. Hij kwam samen met zijn vrouw naar het rusthuis. Eerst wou die niet en toen hebben ze voor het eerst in hun leven ruzie met elkaar gemaakt», gniffelt Didier, «Maar het is goed afgelopen: uiteindelijk heeft ze toegegeven.»
Gezichten klaren op als de bejaarden hun kind vinden en omgekeerd. Ze gaan samen in groepjes aan de computers zitten en de kinderen vertellen en tonen. Af en toe souffleert een ouder of een leerkracht: «Wat luider!» of «Niet zo snel», maar de bejaarden zijn geboeid door het verhaal. «Kijk, als je nu iets wil opzoeken, dan ga je naar internet. Dat is dus een netwerk, hé, van allemaal computers.» «Allemaal computers die met elkaar kunnen telefoneren en van alles aan elkaar vragen». Uit de mond van een ouder klinkt het iets minder insider-ig. Voor twaalfjarigen is dit allemaal zo vanzelfsprekend. «Ze moeten een volgende keer zo’n dingen eigenlijk eerst in een rollenspel uitproberen, of met hun eigen grootouders, als die er zelf niet te veel van afweten», concludeert directeur Ivette Timmerman.
«Ja, meneer Millecam, op dat schijfje staat een volledige encyclopedie.» Ongelovig haalt de man zijn schouders op. Hij is vijfenzeventig en was internist. Zijn hele leven heeft hij gestudeerd. «Die jeugd moet tegenwoordig niets meer van buiten leren», heeft hij tijdens het eerste contact gezegd. «Ik heb hem toen al gezegd dat kinderen nu veel meer moeten opzoeken, dat ze moeten weten waar en hoe ze iets moeten vinden», zegt Juf Winnie. En dat tonen ze hem nu. Meneer Van de Hove (91) heeft zijn hele leven bij de RTT gewerkt. Hij wil wel eens weten wat de kinderen weten over morse. Dat valt wat tegen: ze hebben er nooit van gehoord. En op de cd-rom vinden ze alleen wat info over Samuel Morse zelf, niets over zijn code. Of toch: het feit dat de morsetekens ook in de scheepvaart vorig jaar definitief naar de geschiedenisboeken werden verbannen. En dat de RTT nu Belgacom heet.
«De eindtermen stellen dat de leerlingen op het einde van de lagere school allemaal met de computer overweg moeten kunnen. Voor ons betekent dat eenvoudige tekstverwerking, informatie kunnen opzoeken op cd-rom en via internet. Dat zijn nu precies de drie dingen die we vandaag aan de bejaarden gaan uitleggen», vertelt juf Winnie. «En reken maar dat dat effect had: een aantal van mijn leerlingen had een beetje schrik om aan de computer te werken, terwijl anderen er al heel ver mee staan. Wel, in drie weken tijd zijn ze er allemaal mee weg. Hun motivatie om de computer onder de knie te krijgen was enorm: ze moesten het immers zelf kunnen uitleggen aan hun bejaarden. Onder de middag, tijdens de speeltijd. Voortdurend waren ze elkaar aan het voorthelpen. Van peer teaching gesproken. Het was een spectaculair leerproces.»
Iemand moet even over en weer naar het rusthuis: Philemon heeft zijn bril vergeten en hij wil goed kunnen zien wat er allemaal op het scherm gebeurt. «Het contact met de kinderen is eigenlijk het belangrijkste voor de bejaarden, maar dat neemt niet weg dat ze ook geïnteresseerd zijn in wat ze vertellen», weet Christine Van Acker. De leerlingen van het vijfde jaar organiseren voor de bejaarden en de kleuters een paaseierenzoektocht. De kleuters gaan om de drie weken met de bejaarden werken in ateliers. Ook plannen de leerlingen van het zesde jaar met de hulp van een ouder een website met daarop de kroniek van hun gesprekken met de bejaarden.
Jeannine Willems van De Regenboog: «Bovenop onze maandelijkse activiteiten gaan we ook naar het bejaardentehuis als er daar een feest is. En de bejaarden komen naar ons Sinterklaasfeest, of ze krijgen een eretafel op ons schoolfeest. Voorlopig houden wij het in onze school bij activiteiten met de kleuters, maar binnenkort willen we dat doortrekken naar de lagere school. Kleuters benaderen de ouderen intuïtief, zonder angst, als vanzelfsprekend. Als ze in contact kunnen blijven met bejaarden, hoeven ze het later niet opnieuw te leren. En ze kunnen zo veel van elkaar krijgen. De bejaarden zijn een eindeloze bron van mondelinge geschiedenis, de kinderen brengen levensvreugde en spontaniteit.»
In het Sint-Elisabethrusthuis in Hasselt namen de begeleiders het initiatief. Ze verzamelden allerlei oude voorwerpen rond thema’s zoals onderwijs, de wasdag of eetgewoontes. Bejaarden die dat wilden, konden dan aan de hand van die tentoonstelling aan kinderen van een lagere school vertellen over vroeger. Bokrijk met ervaringsdeskundigen als gids. Lydia Swinnen, van de dienst onthaal en animatie: «De kinderen hadden ook hun vragen en ze kregen eten van vroeger aangeboden: een boterham met spekvet, zelfgemaakte stroop Het was een prettige wisselwerking: de ouderen voelden zich gewaardeerd. De kinderen hingen aan hun lippen.» Josiane Martens, hun leerkracht: «Zo krijgt geschiedenis een gezicht, het wordt tastbaar voor de kinderen en ze realiseren zich dat het verleden echt niet zo veraf is. Ze hoorden vertellen over de oorlog door mensen die er bij waren. Hun ouders of soms zelfs hun grootouders kunnen daar al niet meer over vertellen. Een dametje had haar uitgavenboekje nog van toen ze pas getrouwd was. ‘Brood: 3 frank’, stond daar. Dat zet onze kinderen echt tot denken aan.»
Kent u ook projecten die jong en oud op een interactieve, constructieve en originele manier samenbrengen, of bent u door dit artikel geïnspireerd om zelf iets te doen, schrijf dan naar Klasse (Intergenerationeel) – Koning Albert II-laan 15 – 1210 Brussel. Dansjes voor bejaarden interesseren ons even niet, dansjes mèt bejaarden wel.