Klasse

Geen klein geld

De Vlaamse overheid doet voor het onderwijs een aanzienlijke inspanning. Vlaanderen besteedt immers jaarlijks bijna de helft van zijn begroting aan onderwijs. Het procentueel aandeel voor onderwijs evolueerde van 43,6% in 1991 naar 46% in 1992. Maar de Cel Begroting van het Departement Onderwijs haalde nog andere cijfers uit de computer, zoals de kostprijs per leerling.De Vlaamse onderwijsbegroting is tijdens de periode 1988-1992 van 165.942 naar 199.393 miljoen frank geëvolueerd. Dit is een stijging met 20%, wat neerkomt op een gemiddelde jaarlijkse stijging met 5%.

Van de begroting besteedde Vlaanderen in 1991 afgerond 17,5% aan het hoger onderwijs en bijna 27% aan het basisonderwijs tegenover 45,5% aan het secundair onderwijs. De Franse Gemeenschap had voor het secundair (42,5%) en het hoger onderwijs (16%) minder geld over.

In het diagram vergelijken we de besteding van de middelen per onderwijsniveau in de OESO-landen. Uitgaven die niet verdeelbaar zijn zoals leerlingenvervoer, PMS-centra en OSP werden hierin niet meegeteld.

Verplicht

In 1991 gingen 59% van de onderwijskredieten van de Vlaamse Gemeenschap naar het vrij gesubsidieerd onderwijsnet (hoofdzakelijk katholiek onderwijs). In dit net zitten ook veruit het grootste aantal leerlingen. 28% ging naar het gemeenschapsonderwijs en 13% naar het officieel gesubsidieerd net (gemeentelijk, stedelijk en provinciaal onderwijs).

De overheidskost in België/Vlaanderen per leerling varieert enorm per onderwijsniveau en ook per net. Het gemeenschapsonderwijs is voor de drie niveaus duurder dan het gesubsidieerde onderwijsnet met uitzondering van het secundair officieel gesubsidieerd onderwijs in België. Er zijn evenwel een aantal factoren die gedeeltelijk de meerkost van het gemeenschapsonderwijs kunnen verklaren. Dit net is meer verspreid in kleinere entiteiten waardoor ze minder schaalvoordelen voortbrengen. Voorts is dit officiële net verplicht om elke leerling – ook deze met leermoeilijkheden – te aanvaarden. Bovendien moet het naast godsdienst ook het vak niet-confessionele zedenleer aanbieden.

Dure studenten

Een gemiddelde leerling in het secundair onderwijs (± 200.000fr.) kost de Vlaamse overheid (in 1992) meer dan het dubbele van een leerling basisonderwijs (± 80.000fr.) en ook meer dan een Hobu-student (± 180.000fr.). Die kost dan weer minder dan de helft van de kost van een universiteitsstudent (± 375.000fr.).

Als we de uitgaven per jaar per universiteitsstudent gelijkstellen aan 100, bedraagt de kost voor een leerling in het basisonderwijs 21, in het secundair onderwijs 54, in het hoger onderwijs buiten de universiteit (Hobu) 48 en in het buitengewoon onderwijs 82.

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van juni 1994 (nr. 46)

Van pagina 12