Klasse

Geen tijd te verliezen

«Een school die alles eist, beoordeelt, beloont of bestraft, bereidt misschien wel voor op een carrière, maar zeker niet op vrijetijdsgedrag», zegt Herman Dubois-Bricout, docent vrijetijdswerk. «We verwijten de school niets, maar als deel van de samenleving staat ze bol van concurrentie, competitie, prestatie en beloning van buitenaf. Vanuit dat klimaat heeft de school het moeilijk met een begrip als vrije tijd. Want men heeft er geen tijd te verliezen.»De school is saai voor veel kinderen en jongeren. Ze zitten er vaak lusteloos bij, behalve als ze aan elkaar sterke verhalen kunnen vertellen over wat ze in hun vrije tijd meemaakten. Sommige mensen kunnen zich niet van de indruk ontdoen dat de school een opbergplaats is om jongeren van de straat te houden en ze te beschermen voor de pretcultuur buiten de school.

Pretindustrie

Herman Dubois-Bricout, docent vrijetijdswerk aan de Katholieke Sociale Hogeschool in Brussel: «De speeltijd is zomaar geen vrije tijd om gewoon even pret te maken. Ze dient daarentegen om het concentratievermogen opnieuw op peil te brengen. Vaak sluit men een lossere, kunstzinnige activiteit af met de opdracht daar een opstel over te maken. Leerlingen worden nuttig bezig gehouden als een leraar afwezig is. Wie niet goed werkt, krijgt extra taken of moet tijdens de vakantie voor zijn boeken gaan zitten. Vrije tijd moet je immers verdienen. Hij wordt nog te veel geassocieerd met luiheid.

Nochtans is vrijetijdsbesteding een ernstige bezigheid. Dit staat haaks op de huidige trends in de vrijetijdsmarkt waarin iedereen zich kapot moet amuseren. Jongeren worden sinds de jaren zestig geconfronteerd met een explosie van pretcultuur en dito industrie, waarbij ze vooral benaderd worden als consument. In hun vrije tijd worden jongeren betoverd door de agressieve en verlokkelijke technieken van deze pretindustrie, zonder dat ze daar weerbaar tegen zijn of genoeg zelfstandig alternatieven kunnen kiezen. De vrije tijd ontaardt dan ook in een passief ondergaan van deze strategieën. Via de vrijetijdsactiviteiten kauwt de commercie smaak, voorkeurgedrag en meningen voor en injecteert ze in de leefstijl van de jongeren. Dit verklaart wellicht het grote succes van de mega-dancings.»

Vluchten

Het jeugd- en jongerenwerk verliest zijn aantrekkingskracht, merken tal van onderzoekers op. Steeds minder jongeren engageren zich voor langere tijd in allerlei clubs.

Herman Dubois-Bricout: «De groter wordende individualisering versterkt de genotcultuur. Er groeit een supermarktcultuur waarbij iedereen uit de rekken haalt wat hem past en daarmee een eigen denkkader of leefstijl in elkaar knutselt.

De vrije tijd kan echter ook de tijd zijn waarin men zelf bepaalt wat men wil, met wie en voor hoelang men dat wil. Waar in de arbeid het nuttigheidsaspect centraal staat, is de vrije tijd de arena van zingeving, want niet alle nutteloze bezigheden zijn daarom zinloos. Een hengelaar trekt er niet per se op uit om buit binnen te halen. Hij wil vooral deugd beleven aan zijn bezigheid. Het gaat hem om de beloning van binnenuit. Hij stelt zijn prioriteiten, maar zijn voorkeur wordt niet altijd gewaardeerd door de mensen in zijn sociale omgeving. Dit is een knelpunt. Wie vindt wat waardevol? Een museum bezoeken looft men algemeen als een waardevolle vrijetijdsbezigheid, terwijl men luieren nogal makkelijk afkeurt. Hier rijst de vraag naar persoonlijke en sociale functies van de vrije tijd. Jongeren willen leven, iets beleven. Voortdurend zijn ze op zoek naar opwinding. Deze opwinding neemt voor ieder individu of groep aparte vormen aan, van computerspellen over fuiven naar mountainbiken. Iedereen beleeft vrijetijdsbezigheden anders, naargelang van zijn verwachtingen en behoeften. Deze bezigheden krijgen dan ook verschillende functies of betekenissen: afreageren van spanning, schoonheid ervaren, tot rust komen, zichzelf bewijzen, vluchten, grenzen doorbreken, op zoek gaan naar zichzelf, relatievorming»

Airbag

Vrije tijd en opvoeding zijn onontwarbaar in elkaar vervlochten. Kinderen en jongeren kunnen in hun vrije tijd allerlei ervaringen opdoen die deugd doen en waarvan ze veel leren. Maar ook de dingen die ze op school leren, kunnen ze in hun vrije tijd tot uitdrukking brengen. Het onderwijs kan wezenlijk bijdragen tot de ontwikkeling van interessen, culturele en sociale vaardigheden.

Herman Dubois-Bricout: «Als we vrije tijd en onderwijs splitsen volgens leuk en ernstig begaan we een grove fout. We nemen de vrije tijd niet ernstig genoeg. Vrije tijd is niet de saus die het droeve leven verteerbaar moet maken. Ze is geen airbag om de schokken van de school op te vangen en geen tijdverdrijf los van levensechte dingen. In de vrije tijd kan men zijn identiteit opbouwen, verantwoordelijkheid leren dragen, zich inzetten voor anderen, experimenteren met sociale rollen, informatie verwerven, belangrijke keuzes maken. Zowel in het onderwijs als in de vrije tijd moet ruimte komen voor originaliteit, creativiteit en authenticiteit. Vrije tijd vraagt om die vrijheid en daar kan de school wel iets aan doen.»

Gedropt

Het is evident dat de school de leerlingen leert lezen, rekenen en schrijven. Maar men vraagt zich af of dat wel voldoende is. Zijn er geen andere vaardigheden die de toegang tot de samenleving en haar cultuur bepalen, zoals filmvorming (beeldtaal), theatervorming (speltaal) enz.? Volwassenen gaan bijvoorbeeld naar het theater omdat ze willen deelnemen aan het cultureel leven.

Herman Dubois-Bricout: «Als jongeren vertrouwd zijn met de bekwaamheid om verbale, culturele en lichamelijke vaardigheden te leren, kunnen ze ook deelnemen aan veel nieuwe activiteiten. Jongeren die daarin niet door hun leefomgeving gestimuleerd worden, moeten we positief discrimineren. Jongeren zijn namelijk heel kwetsbaar voor de agressie van de vrijetijdsindustrie. Zij moeten de mogelijkheid krijgen te leren kiezen. Zo niet is er geen vrijheid in de vrije tijd.

De leerkracht vervult een centrale rol om bij jongeren een positief vrijetijdsgedrag te ontwikkelen. Maar zijn opleiding heeft daar weinig aandacht voor. Het is essentieel dat hij zelf positief staat tegenover vrije tijd en zich openstelt voor allerlei vormen van vrijetijdsbesteding. Jongeren hebben een voorbeeld nodig van een bevrijde mens die enthousiast is over het leven. Maar hoe moeten kinderen zich voelen als de leraar hen dropt in een cultureel centrum om er een voorstelling bij te wonen, terwijl diezelfde leraar intussen in de cafetaria gaat zitten? Hoe vaak gebeurt het niet dat leerlingen amper weten waarover de filmvoorstelling gaat op school? Is het dan niet vanzelfsprekend dat leerlingen zulke activiteiten enkel beleven als twee uur geen les

Gewaardeerd

Het ene kind is meer verbaal abstract aangelegd, het andere leert met zijn ogen, een ander door te doen. De vrije tijd biedt tal van situaties, waarbij kinderen zich volgens hun eigen mogelijkheden en aanleg het best kunnen aansluiten, en dus ook beter leren.

Herman Dubois-Bricout: «Sluiten wij wel genoeg aan bij de leergewoonten van kinderen? En bij de leefwereld van jongeren? Daarom is het beter om samen met de jongeren een activiteit te organiseren. Maar we mogen niet de fout begaan enkel in te gaan op hun wensen. Elk vrijetijdsprogramma gaat in op en beantwoordt aan behoeften. Wensen van leerlingen drukken gewoon mogelijkheden uit om behoeften te bevredigen. Een duidelijk inzicht in de behoeften van jongeren is belangrijker dan het antwoord op de vraag wat ze willen doen.

Als we de vrije tijd en de vrijetijdsopvoeding ernstig nemen, vereist dit meer dan enkele activiteiten per jaar. Opvoeding is geen occasioneel gebeuren. Vrijetijdsopvoeding is dat evenmin. Leerlingen moeten ervaren dat vrije tijd als gegeven gewaardeerd wordt, dat ze er veel in kunnen leren, dat ze er meer mens door worden. Dit vereist echter een ander schoolbeleid, een beleid dat vrijetijdsopvoeding als onderdeel van het leerprogramma aanvaardt. Vrijetijdswerkers zouden de leerkrachten kunnen adviseren en ondersteunen.»

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van juni 1997 (nr. 76)

Van pagina 8 tot en met 9