“Thuis sprak Hanne honderduit over de school en haar vriendjes. Maar op school had niemand ooit haar stem gehoord. Het was alsof ze niet kon spreken.” Dat vertelt papa Jos. Zijn dochter lijdt aan selectief mutisme, een sociale angststoornis. Ze was zo verlegen en bang voor de leraar dat ze gedurende de hele lagere school de lippen stijf op elkaar hield.
“Al in de kinderopvang gedroeg Hanne zich anders dan andere kinderen. Ze was een rustig kind. Te rustig. Ze speelde het liefst alleen en zocht weinig contact met leeftijdgenoten. Ook in de kleuterklas was ze erg teruggetrokken. Terwijl andere kinderen wild door de klas renden, zat zij stilletjes weggedoken te spelen. Ze was vier jaar toen de kleuterjuf ons bij zich riep: ‘Er is iets vreemds met Hanne. Ze spreekt nooit’, zei ze.”
“Thuis was Hanne een heel uitbundig kind. Ze kon ontzettend opgaan in zwemmen en strips. Er kwamen geregeld vriendinnen op bezoek om te spelen of stickers uit te wisselen. Ik hoorde ze dan honderduit over hun favoriete tv-helden vertellen. Maar op school kregen ze enkel haar fluisterstem te horen. Zodra er een leraar in de buurt was, sprak ze helemaal niet. Toen ze in het tweede leerjaar haar pols brak, blokkeerde ze helemaal. Ze verging van de pijn, maar durfde niets te zeggen.”
“Het CLB wist niet wat het met Hanne moest aanvangen. Ze wou niet voorlezen, antwoordde niet op de vragen van de juf. Kon ze niet? Wilde ze niet? Buitengewoon onderwijs leek de beste oplossing. Ons buikgevoel zei iets anders. Wij zagen thuis een kind dat even ver stond als haar klasgenoten, maar op school dichtklapte. Ook de directeur van de school voor buitengewoon onderwijs twijfelde: ‘Hanne is normaal intelligent, hier zou ze niet op haar plaats zitten.’ We moesten een andere oplossing zoeken. Ondertussen kon Hanne gewoon op school bij haar vriendinnen blijven.”
“De leraren waren positief en geduldig. Eén juf toonde geen begrip. ‘Als een kind niet kan spreken, kan het ook de eindtermen niet halen’, meende ze. Toen haar conclusie bijval kreeg bij de tijdelijke directeur, viel de bom. Hanne moest naar een andere school. Ze zat ondertussen in het derde. Onze wereld stortte in. Wat zou er met haar gebeuren? Zou ze het aankunnen zonder haar vriendinnen? Zij waren het tenslotte die haar al die jaren hadden gesteund en geholpen. Zij kenden haar zoals ze was. Heel frustrerend was dat.”
“Net op tijd kwam er een nieuwe directeur, die de beslissing herriep. Hanne mocht blijven. We vonden toen ook een psycholoog die haar symptomen herkende. Extreem verlegen, bang voor leraren, niet kunnen praten bij mensen met gezag … Hanne was een selectief mutist. De puzzelstukjes vielen samen. Zo herkenbaar! Ineens kwam alles in een stroomversnelling. Met de psycholoog ontwikkelde ze trucjes om in de klas te communiceren. Haar vriendinnen traden op als haar ‘woordvoerders’. Haar spreekbeurt sprak ze voortaan in op een bandrecorder. En tijdens de speeltijd kwamen de psycholoog, Hanne, haar vriendinnen en de juf samen. Spelenderwijs lieten ze haar geluiden maken: kaarsen uitblazen, dieren nadoen … Zo wonnen ze haar vertrouwen. Stap voor stap werd de cirkel van mensen waar ze niet mee durfde te praten kleiner.”
“Toch heeft Hanne gedurende de hele lagere school niet gesproken. De overstap naar het secundair onderwijs was bang afwachten. Een andere omgeving, andere vrienden … Maar Hanne doorbrak het stilzwijgen. Sinds de eerste dag in het secundair steekt ze haar vinger op, maakt groepswerk, durft voor de klas te komen. Ze is nog steeds verlegen, praat heel stilletjes, maar ze doet het wel.”
(*) Hanne en Jos zijn fictieve namen, maar hun verhaal is echt. Om hun anonimiteit te garanderen werden de namen van de getuigen aangepast.