Klasse

Het rapport van de scholen

Hebt u het doorlichtingsrapport van uw school al kunnen inkijken? Alle leerkrachten hebben het recht om het hele rapport in te zien. Maar af en toe merkt de onderwijsinspectie een oneigenlijk gebruik van dit doorlichtingsrapport. Hoewel uitzonderlijk, is voor sommige directies het rapport van hun school een middel om bepaalde leerkrachten of groepen van leerkrachten ter verantwoording te roepen. Ten onrechte.

Een blik op het globale inspectieverslag dat zopas is vrijgegeven.Sommige directies gebruiken het eigen doorlichtingsverslag zeer selectief en ongepast, wanneer ze de bespreking ervan zonder meer op de agenda plaatsen van een personeelsvergadering. Een goede directie moet geen doorlichting afwachten om met de leerkrachten te praten over de onderwijs- en opvoedingsopdracht. Dat en nog veel meer staat in het jongste globale «Verslag van de inspectie over de toestand van het onderwijs».

Het verslag is drie centimeter dik. Een selectie. We beginnen met enkele algemene vaststellingen over het basisonderwijs. Daar primeert volgens de onderwijsinspectie de taalontleding nog te veel op het actief en creatief taalgebruik. Poppenspel, dramatiseren en rollenspel komen zelden voor in de weekplanning van het lager onderwijs. Toch hebben er al veel scholen aandacht voor. Begrijpend lezen waarderen ze echter nog niet volledig als echt mensontmoetend lezen.

Voor wiskunde gaan leraars vaak voorbij aan de levensechte probleemstelling. Wanneer ze vraagstukken krijgen, gaan de leerlingen meestal aan de slag zonder verder nadenken en zonder enige planning. Kinderen leren kritisch zijn is een belangrijke opdracht van het onderwijs. Hoe sneller het maatschappelijk leven verandert, hoe weerbaarder de mensen moeten zijn. Hiervoor zijn problemen oplossen en leren leren belangrijk.

Niet zelfstandig

In scholen zonder gepaste infrastructuur voor de opvoeding in lichaamsbeweging en zonder leermeester lichamelijke opvoeding vallen deze lessen nogal eens weg en verlopen de gegeven lessen meestal weinig gevarieerd. Ook in het kleuteronderwijs ontbreken vaak de nodige voorzieningen en soms trekt men er onvoldoende tijd voor uit. Gelukkig leveren heel wat scholen een echte inspanning voor betere infrastructuur. De inspectie zorgt hierbij voor enige stimuli.

Vlaamse kinderen werken niet genoeg zelfstandig, rapporteren enkele inspectieteams. Scholen spelen ook te weinig in op leren leren en goede werkwijzen leren gebruiken om informatie op te zoeken. De hoofdopdracht van de leerkracht is niet meer zozeer informatie verschaffen, lesgeven in de traditionele zin, maar wel leerlingen begeleiden bij veroveren van kennis, vaardigheden en attitudes. Daarvoor moet op school en in de klas de gepaste, krachtige leeromgeving geschapen worden, zegt de inspectie.

Het werk van de kinderen nakijken blijft een belangrijke bezigheid. Niet alleen zijn fouten aanwijzingen voor mogelijke hulp aan een kind. Leerkrachten kunnen er ook mee inschatten hoe zelfstandig een kind kan werken. In de Vlaamse Gemeenschap kunnen we de kwaliteit van het basisonderwijs zeker nog verbeteren door de leerlingen tot meer zelfstandig werken te stimuleren.

Concurrentie

Slechts zeer uitzonderlijk krijgt de onderwijsinspectie bij de doorlichting van een secundaire school een negatief beeld. Toch merkt ze vaak dun bevolkte studierichtingen op, zeker in de derde graad van het ASO, BSO en TSO. Van de doorgelichte scholen in 94-95 heeft 20% een gemiddelde bezetting van 12 en minder leerlingen per studierichting. Vooral in het TSO en het BSO zorgt het te grote aanbod van studierichtingen voor nauwelijks verantwoorde samenzettingen: leerlingen uit verschillende studierichtingen van een zelfde jaar of uit opeenvolgende jaren worden voor sommige cursussen samengezet.

De inspectie merkt voorts op dat overlappingen in het studieaanbod binnen de scholengemeenschap veeleer zelden voorkomen. Daarentegen signaleert ze vaak overlappingen binnen de regio, tussen scholen zowel van het eigen als van een ander net. Niet zelden is er sprake van concurrentie. Slechts in enkele gevallen werken scholen binnen de regio opbouwend samen om te streven naar complementariteit in het aanbod.

Doorgaans blijft het aantal C-attesten voor niet-geslaagde leerlingen nog vrij hoog. Enkele scholen reiken ze slechts uitzonderlijk uit. De meerderheid van scholen stelt nog voor meer dan 20% van de leerlingen de beslissing uit. De delibererende klasseraad legt de leerling dan een herexamen op. Een minderheid van de bezochte scholen beschikt over redelijke gegevens over de resultaten van de oud-leerlingen. En wie ze wel bezit, maakt er te weinig gebruik van om eventueel het schoolbeleid bij te sturen. Scholen gebruiken deze gegevens evenmin om een positief imago van de instelling te bevestigen.

Groepsgeest

In het kader van de responsabilisering beschikken scholen over een ruime vrijheid om de eigen prioriteiten te concretiseren bij de uitbouw van de onderwijskundige organisatie. Maar niet alle scholen benutten deze autonomie. Knelpunten zijn efficiënt tijdgebruik, vakgroepwerking en aandacht voor studiemethoden in de tweede en de derde graad. Zo vinden inhaallessen en remediëringsactiviteiten beperkt en occasioneel plaats. Voor de opvang van afwezige leerkrachten bestaat er meestal wel een regeling op papier. Maar in de praktijk krijgen de leerlingen zelden zinvolle vervangtaken aangeboden. Veel scholen ondervinden evenwel grote moeilijkheden om afwezige leerkrachten te vervangen tijdens het schooljaar. En bovendien onthaalt en begeleidt niet elke school nieuwe leerkrachten optimaal. Dat bevordert geenszins de groepsgeest. Vakgroepwerking beperkt zich vaak tot praktische afspraken. Ze verhoogt te weinig de professionaliteit binnen het vakgebied.

De meeste scholen organiseren een waaier van leerstofoverschrijdende activiteiten. De leerlingen waarderen de energie die de school hieraan besteedt. Het project leren leren behoort tot de vaste waarden. Er bestaat wel een kloof tussen de artistieke en culturele activiteiten in ASO en KSO enerzijds en TSO en BSO anderzijds. Ook kan men het rendement van veel initiatieven optimaliseren door de inhouden te verbinden aan vak- en leerplaninhouden.

Uitzonderingen

Vandaag stelt de overheid geen eisen over de manier waarop scholen leerplannen in lesprogramma’s moeten verwerken. Een leerplan uitwerken in een genuanceerd jaarplan is geen verplichting. Toch vraagt de inspectie zich af of het niet wenselijk zou zijn dat alle scholen het leerproces meer planmatig zouden aanpakken.

We gaan hier niet dieper in op het studiepeil. Slechts enkele opvallende vaststellingen passeren de revue. Het studiepeil voor het vak geschiedenis bijvoorbeeld is zelden onvoldoende, maar te vaak grijs-middelmatig. Schitterende uitzonderingen bevestigen de regel. Het studiepeil voor Engels voldoet in haast alle gevallen, hoewel het varieert van nipt voldoende tot zeer goed. Maar voor Frans slaagt 80% van de secundaire scholen er niet in een studiepeil te behalen dat meer dan voldoende is. In de lessen Nederlands lijkt kennisoverdracht nog steeds het hoofddoel te zijn. De leraar geeft meestal frontaal les en gebruikt zelden werkvormen die de communicativiteit, de zelfstandigheid, de creativiteit en de participatie van de leerlingen bevorderen. De evaluatie toetst nog vrijwel uitsluitend kennis. Vaardigheden worden nauwelijks geëvalueerd. Wiskunde bekleedt een belangrijke plaats op school. Het wiskunde-onderwijs verloopt vrij bevredigend. De meeste leraars bieden hun leerlingen de kans om op vrije momenten extra uitleg te krijgen of extra oefeningen te maken. Het rendement van de lestijd ligt evenwel vaak laag omdat de ontworpen onderwijsleerstrategie te weinig gedifferentieerd is. Er gaat zelden aandacht naar leren abstraheren en probleemoplossend denken. Het wiskunde-onderwijs kan dus toch efficiënter.

28-02.jpg

Verslag van de inspectie over de toestand van het onderwijs – december 1995 – (basis-, secundair, hoger onderwijs, dienst voor onderwijsontwikkeling, deeltijds kunstonderwijs, onderwijs sociale promotie, PMS-centra) – Wie een kopie van dit openbaar verslag wenst, stuurt een gele briefkaart naar KLASSE-doorlichting – Koningsstraat 138 – 1000 Brussel.

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van april 1996 (nr. 64)

Van pagina 28 tot en met 29