Klasse

«Hoe moet ik hieraan beginnen?»

«Elke avond is het hier prijs. Met Jitte gaat het. Ze leert graag en doet haar schoolwerk vanzelf. Maar Shiva, da’s wat anders. Ze treuzelt en vindt uitvluchten om niet te beginnen: ‘mama dit, mama dat’. Als ik haar les opvraag, verliest ze vlug haar geduld en loopt weg. En als ik zeg dat ze nauwkeuriger moet studeren is er ruzie. Ze moet leren haar plan trekken, ik kan er mijn bed toch niet bij maken, hé?»

(Leah, moeder)

LEREN IS VEEL MEER DAN STUDEREN

Leren. Kinderen leren altijd en overal: thuis, op school, in de jeugdbeweging, op straat, voor de televisie, achter de computer Ze leren de dagen van de week, de hoofdsteden, de rivieren van Europa (KENNIS); ze leren lezen, onderhandelen, fietsen, met mes en vork eten, op zoek gaan naar informatie (VAARDIGHEDEN); ze leren kritisch zijn, leergierig, zelfzeker (ATTITUDES). Leren is meer dan studeren. Leren gebeurt meestal natuurlijk en is prettig. Studeren is verplicht, vaak saai en vermoeiend.

Leren (hoe je moet) leren is leren hoe je dat leren zo goed mogelijk aanpakt.

Lerend leven. Kennis en vaardigheden verouderen snel. Mensen moeten hun leven lang leren. Dat kan pas als je zelfstandig hebt leren leren. Wie jarenlang thuis en op school aan het handje wordt gehouden, is niet in staat om zelfstandig te leren.

Drie belangrijke factoren bepalen of uw kind zelfstandig kan leren en werken:

  1. Hoe het zich voelt
  2. Zijn motivatie
  3. Zijn vaardigheden

1. HOE VOELT UW KIND ZICH?

Wie zich niet goed in zijn vel voelt, kan niet goed leren of werken. Kinderen die veel zorgen of problemen hebben (zwakke gezondheid, ruziënde ouders, overleden familie, gepest) of vol twijfels zitten (faalangst), hebben wel andere dingen aan het hoofd. Ze zijn zo met hun zorgen en twijfels bezig dat leren niet meer lukt. Sommige kinderen vluchten weg van hun problemen door zich supergemotiveerd op allerlei opdrachten te storten. Anderen worden onverschillig.

Hoe zorg ik ervoor dat mijn kind zich goed voelt? Enkele tips:

- Zorg thuis voor een warm en veilig nest. Maak tijd voor uw kind. Luister naar zijn verhalen en ook naar de boodschap die erachter steekt.

- Laat uw kind voelen dat u van hem houdt, ongeacht zijn resultaten op school.

- Besteed aandacht aan mogelijke problemen. Hou de communicatie open met de school.

- Duw uw kind niet voortdurend met zijn neus op wat het (nog) niet kan. Vertel ook wat het al wel kan (of waar het goed in is). Dat verhoogt zijn zelfvertrouwen.

- Val nooit zijn persoon aan («Je bent dom»), maar geef kritiek op zijn gedrag («Dit heb je niet goed begrepen», of «Je hebt het niet goed gestudeerd»).

2. IS UW KIND GEMOTIVEERD?

Kinderen moeten zich niet alleen goed in hun vel voelen. Of ze wat leren en hoe ze dat doen hangt ook af van hun motivatie. Hoe staat uw kind tegenover zijn leertaken (zich zelf aankleden, vraagstukken oplossen, de bus nemen, samenwerken, fietsen)? Motivatie bepaalt niet alleen of kinderen voldoende tijd aan een opdracht besteden, maar ook of ze die tijd goed besteden. Soms staat het stoer om slechte punten te behalen. Sommige kinderen geloven niet in hun slaagkansen en beginnen er liever niet aan.

Kinderen zijn gemotiveerd als:

  1. ze de opdracht belangrijk vinden. Uit pure interesse, uit leergierigheid, omdat het leuk is (intrinsieke motivatie) of om een beloning te krijgen, de beste te zijn van de klas, een straf te vermijden, veel complimentjes te krijgen (extrinsieke motivatie). Intrinsiek is natuurlijk veel beter dan extrinsiek, maar soms kan een kleine beloning ook stimuleren.
  2. als ze geloven dat ze in hun taak kunnen slagen.

Hoe motiveer ik mijn kind? Enkele tips:

  • Toon interesse voor de leeropdrachten van uw kind, voor de manier waarop het problemen oplost, voor de vooruitgang die het maakt of de problemen waarmee het worstelt.
  • Hou rekening met wat uw kind wil. Betrek het bij keuzes die het kan maken («Maak je die oefening nu of straks?»). Dat werkt motiverend. Wat voor ons kleine beslissingen lijken, maken voor een kind soms veel verschil.
  • Belonen helpt om kinderen het juiste gedrag aan te leren. Geef een beloning niet zomaar. Geef niet te veel beloningen. Uw kind leert het best omdat het leergierig is, omdat kennis leuk is. Met veel beloningen maakt u dat gevoel kapot. (zie zevende bijdrage van De Eerste Lijn – www.klasse.be)
  • Geef uw kind een eerlijke kans. Kies aangepaste taken: niet te makkelijk, niet te moeilijk.
  • Wees supporter en coach: een schouderklopje of complimentje geeft kinderen vleugels.

3. WAT MOET UW KIND KUNNEN?

Zelfstandig leren is een vaardigheid. En dat kan je leren. Hoe pak je een taak of werkje aan? Al heel jong moeten kinderen taakjes afwerken: speelgoed opruimen, kleren opplooien, op tijd klaar zijn, drinken zonder morsen… Hier leggen ouders de basis voor het zelfvertrouwen en de motivatie van hun kind.

Hoe kan u uw kind helpen om zelfstandig te leren werken? Leer uw kind taken uit te voeren met de volgende stappen.

Vóór uw kind begint

STAP 1: Wat moet ik precies doen, kennen, kunnen? Wat verwachten mama, papa, oma, de leerkracht van mij?

STAP 2: Hoe ga ik dat aanpakken? Wat doe ik eerst? Wat dan? Hoeveel tijd heb ik daarvoor nodig? Hoeveel tijd heb ik?

Tijdens het werk:

STAP 3: Ben ik goed bezig? (of begin ik de puzzel ergens anders, neem ik een ijzeren schopje, zoek ik eerst iets op van vorige les, pauzeer ik even)

Na afloop:

STAP 4: Heb ik mijn taak juist uitgevoerd? Heb ik dat nu goed aangepakt? Kan ik het? Waar zit het nog niet goed?

Kinderen die voeling krijgen met hun eigen leerproces, die de kwaliteit van hun leren kunnen bewaken, worden vaardige leerders en probleemoplossers. Dat kunnen ze al heel jong leren.

Hoe stimuleer ik zelfstandig leren bij mijn kind? Enkele tips:

  • Bouw het stappenplan in alledaags situaties in: tafel dekken, pyjama aandoen, computerspelletjes spelen, boodschappenlijstjes opmaken. Als uw kind nooit volgens een plan moet werken, zijn oplossingen of resultaten nooit moet controleren, nooit iets moet afwerken, nooit iets tegen zijn zin doet, is het bijna logisch dat hij dat bij zijn schoolwerk ook niet doet.
  • Wat kinderen overdag ervaren is veel belangrijker dan wat ze tijdens het huiswerk- en lessenuurtje thuis ervaren: leren volhouden, hulp gaan vragen, zelf dingen leren oplossen, geen ondoordachte beslissingen nemen
  • Laat kinderen fouten maken. Ook in hun huiswerk. Fouten zijn leerkansen. Hoe uw kind zijn werk aanpakt is belangrijker dan het resultaat (de cijfers op het rapport).
  • Leer kinderen hoe ze zelf een probleem kunnen aanpakken. Beantwoord een vraag met een nieuwe. Zo zet je kinderen aan om na te denken.
  • Kinderen leren meestal niet uit zichzelf. Doe het stappenplan eens voor met een eigen taak (boodschappen doen in het warenhuis), doe het stappenplan ook eens samen. Kinderen nemen uw gedrag vlug over.
  • Spreek met uw partner af hoe u uw kind wil begeleiden in leren leren. Geef geen tegenstrijdige signalen.
  • Sommige scholen maken het stappenplan zichtbaar. U kan zo’n stappenplan (Beertjes van Meichenbaum) vinden op: http://www.klasse.be/wp-content/uploads/2001/09/20010901_beren.pdf De beertjes wachten u daar op. Om ze in het groot te bekijken en af te drukken hebt u het programma Acrobat Reader nodig. Dat kan u gratis downloaden via www.adobe.com/products/acrobat/readstep.html.

Wil je nog meer weten? Kijk op zaterdag 29 september om 21 uur naar Vitaya! Heruitzendingen: zo 30/9: 11 en 18 u.; ma 1/10: 15 en 22 u.; di 2/10: 12 en 19 u.; wo 3/10: 9, 16 en 23 u.; do 4/10: 13 en 20 u.; vrij 5/10: 10, 17 en 24 u.; za 6/10: 7 en 14 u.

Dit is de achtste bijdrage van De Eerste Lijn. Mensen moeten hun leven lang leren. En dat kan pas als je zelfstandig hebt leren leren. Hoe kunnen ouders daarin helpen? Meer over leren leren (leestips, extra’s) vindt u op de internetsite van Klasse: www.klasse.be/archieven en in de bibliotheek bij het SISO-nummer 450.8 (trefwoord leren leren). Zin in een boek? Lees «Kijk mama, zonder handen» – Lannoo – 16,95 e (684 fr.) en «Leren leren, thuis en op school» – Garant – 5,95 e (240 fr.) Beide geschreven door Ivo Engelen.

 

Deze tekst kwam tot stand in samenwerking met leerlingen, ouders, leerkrachten, het CLB en andere specialisten.

Dit artikel komt uit

Klasse voor Ouders van september 2001 (nr. 51)

Van pagina 4 tot en met 5