Klasse

«Hoe ver kunnen ze gaan?»

Een lerares die een schroevendraaier naar haar hoofd gegooid krijgt, een leerling die en leraar met een pistool bedreigt Het geweld op school lijkt almaar driester te worden en toe te nemen. Nicole Vettenburg van de afdeling jeugdcriminologie van de KULeuven relativeert. Volgens haar gebeurden dergelijke dingen vroeger ook. Maar nu komen die klachten makkelijker in de media. Daardoor gaat het onderwerp meer over de tong. Internationaal onderzoek toont aan dat 70 procent van de jongeren tussen twaalf en achttien jaar twintig jaar geleden minstens één strafbaar feit per jaar pleegde. Iets deed wat niet mag: van een appel pikken tot ernstige strafbare daden plegen. Volgens Vettenburg is dat percentage niet veranderd. «Jongeren groeien op en willen nu eenmaal uittesten hoe ver ze kunnen gaan. En soms gaan ze dan inderdaad over de schreef», zegt ze. «Crimineel gedrag komt vaak voort uit een gebrek aan binding met de samenleving. Zeker in de grote steden voelen jongeren zich geïsoleerd. De hoge werkloosheidsgraad heeft daar veel mee te maken.» Zij raadt leerkrachten om persoonlijk contact proberen te leggen met moeilijke gevallen. Repressief optreden zou geen oplossing zijn. Dat zou de band tussen de jongere en de maatschappij helemaal verzieken. «Geweld in extreme vormen moet echter wel repressief gestraft worden», zegt Vettenburg, «want je moet de maatschappij én de jongere beschermen. Voor jongeren die zich niet goed in hun vel voelen en die soms de grens van het toelaatbare overschrijden, bieden alternatieve straffen wel mogelijkheden. Maar ondanks de vele positieve acties kan de school niet alles oplossen. Uitzicht op werk en een goede situatie thuis zijn even belangrijk.»

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van januari 1999 (nr. 91)

Van pagina 12 tot en met 13