Klasse

“Ik ben een interimouder”

Als hij de telefoon opneemt, zegt hij gewoon ‘Met David’. Zonder familienaam. Niet de zijne, niet die van zijn grote broers of zus. David (8) is een pleegkind. Zijn interim-ouders Lisbeth en Herman nemen de zorg en de opvoeding over zolang het nodig is. Zijn mama, Annemie, vertelt waarom.

Mama Annemie (39):

“Niemand trekt aan David”

“Ik ben een alleenstaande moeder. Ik was ongepland zwanger, gedumpt door de vader en ik heb alleen familie op papier. ‘k Was na de geboorte van David op van verdriet, van pijn, van vragen over mijn toekomst. Je kan zo kapot zijn dat je niet meer nuchter kan nadenken. Toen heb ik zelf om een steungezin gevraagd. Een gezin waar David eens kon spelen of kon logeren in een weekend. We gingen elke zaterdag of woensdag langs bij de steunfamilie. Maar uiteindelijk moest ik hem wel opvoeden. En dat ging niet. Ik heb zelf een moeilijke thuissituatie gehad, zeker geen ‘normale’. Niemand nam het voor me op. Ik ben opgegroeid tot een angstig kind zonder zelfvertrouwen. Het heeft de helft van mijn levensloop bepaald. Ik wou dat David buiten kon spelen, vriendjes had en een warme familie. Ik kon hem dat niet geven omdat ik het zelf niet heb gekend.”

“Ik stond nog nergens”

“David was drie toen ik vroeg of het steungezin pleeggezin kon geworden. Tot hij zes werd, had ik me voorgenomen. In die drie jaar wou ik wat vooruit geraken. Ik ben in dagtherapie gegaan en heb opleidingen gevolgd. Na die drie jaar kwam dan een heel moeilijk moment: ik stond nog nergens. Dat is pijnlijk. David is gelukkig daar, hij heeft en kent de warmte van een familie. Kerstavond bijvoorbeeld vierde hij met zijn pleeggezin. Ik zie dat dan als een filmpje voor mij: mooie tafeldoek, kaarsjes en bloemen op tafel. Iedereen gezellig rond een feestmaal. Dat heb ik nooit gekend.”

“Mamiejo”

“Het ene weekend komt hij kort op zaterdag op bezoek, het andere weekend blijft hij bij mij slapen. Ik zie pleegzorg meer als co-ouderschap. ‘Mamiejo’ dat is Lisbeth, zijn pleegmoeder. Ik ben nog steeds ‘mama’. Nee, tussen ons zijn er geen spanningen. Aan David wordt niet getrokken, hij wordt alleen maar graag gezien. Ik moet mezelf daarvoor wel opzij zetten.”

Lisbeth, Herman, Joos (21), Pieter-Jan (19) en Elisabeth (16), pleeggezin:

“Hij kon nergens beter zijn”

David was drie toen hij bij zijn pleeggezin kwam wonen. Herman: “Het succes van ons verhaal is David, maar ook Annemie. Ze gunt hem alles zonder hem op te eisen. David plaatst zonder enig probleem zijn twee werelden naast elkaar. Hij is een heel gemakkelijk kind.” Lisbeth: “En wij respecteren Annemie als zijn moeder: voor we hem in de scouts of de voetbalclub inschrijven, vragen we haar toestemming. Als David jarig is, nodigen we haar ook uit voor een stuk taart. Je moet je evan bewust zijn dat je het kind van iemand anders opvoedt.”

“Twee maanden wakker gelegen”

Lisbeth: “Met drie kinderen was ons gezin compleet. We hadden geen pleegkind nodig om het ‘af’ te maken. We zijn wel van nature sociaal ingesteld en waren voor verschillende mama’s al steungezin geweest. Ook voor Annemie en David. David kwam hier al eens logeren, met zijn mama dronk ik thee en dan drong ik bijvoorbeeld aan om hem naar school te sturen. Maar dat is een kort en los engagement.” En toen kwam de vraag om pleeggezin te worden.

Lisbeth: “De eerste reactie van Pieter-Jan was: ‘Wie gaat hier zijn kamer afstaan?’ Ik ben gaan praten met andere pleegouders en met ouders van een nakomertje. Ik heb er twee maanden van wakker gelegen. We hebben die beslissing uiteindelijk met ons vijf genomen. ‘Waarom nu nee zeggen, voor iets wat over 10 jaar zou kunnen gebeuren?’ dachten we. En ook: ‘Als we nee zeggen, waar zal David dan terecht komen?’ Eigenlijk kon hij nergens beter zijn dan hier.”

“Foto’s met en zonder David”

Joos (21): “In het begin dat David hier woonde, trokken we alle foto’s nog dubbel: met David en zonder. We moesten groeien in onze rol en zoeken naar ‘Hoe moeten we dit nu aanpakken?”

Lisbeth: “Mijn rol was de moeilijkste. David noemde Herman al papa nog voor hij hier woonde. Hij had geen vader, broers of een zus, maar wel al een mama. Zijn droomscenario was dat Herman en de kinderen bij hem en zijn mama zouden gaan wonen. Uiteindelijk heeft hij ‘mamiejo’ overgenomen: het troetelnaampje dat onze kinderen voor mij hadden. Tijdens kerstfeestjes op school is zijn mama er samen met mij. En voor moederdag maakt David altijd twee cadeautjes.”

“Niet oordelen”

Lisbeth: “Pleegzorg is een investering van moeite, van tijd. David is goed ingeburgerd in de buurt. Maar dat heeft inspanningen gekost. Er is immers een leeftijdsverschil tussen ons en de ouders van de vriendjes van David. Pleegzorg is ook openstaan voor andere manieren van leven en dat is heel verrijkend.”

Pieter-Jan (19): “Ik denk dat ik door David natuurlijker omga met kinderen. Dat merk ik als leider in de scouts. En ik kom in contact met een wereld die veel van mijn leeftijdsgenoten niet kennen. Je leert niet te oordelen over anderen.”

Lisbeth: “We zijn blij met de begeleiding van de pleegdienst: ze zijn het aanspreekpunt als we iets moeten beslissen of als we vragen hebben. Of David zijn communie zou doen bijvoorbeeld. Om de drie maanden hebben we een gesprek met hen.”

“16 kleinkinderen”

En de toekomst?
Herman: “In het begin was de idee dat David terug bij zijn mama zou gaan wonen veel reeler. Hij heeft hier nu zijn plaats, net zoals onze eigen kinderen. We dragen hem echt met vijf.”

Lisbeth: “In de familie zijn er 16 kleinkinderen, David is er eentje van. Ik ga voor hem door een vuur, maar er is één verschil met onze ‘natuurlijke’ kinderen: ik moet rekening houden met de andere mama.”

Waarom die hoed? Volgens de wet moet David onherkenbaar gefotografeerd worden.

Dit artikel komt uit

Klasse voor Ouders van januari 2009 (nr. 119)

Van pagina 6 tot en met 7