Klasse

«Ja, wij geven les in beroeps »

Het zal u maar overkomen: uw leraarsdiploma algemene vakken is nog nat en u krijgt al uw eerste interim aangeboden. In het beroepssecundair onderwijs, BSO. Zelf hebt u altijd in het algemeen secundair gezeten, u hebt nooit een BSO-school van binnen gezien, alleen maar verhalen gehoord. Verhalen over schroevendraaiers die door de lucht vliegen, over leerkrachten die fysiek worden bedreigd… Of u hebt een technisch diploma en u ziet een onderwijscarrière wel zitten. Ook u hebt de gruwelverhalen gehoord. Of deden die problemen zich alleen voor bij de leerkrachten algemene vakken?

Zeldzaam

Er zijn tientallen richtingen in BSO en die zijn nauwelijks te vergelijken, maar toch zijn onderzoekers van het Hoger instituut voor de Arbeid (Hiva) en leerkrachten het eens dat de leerlingen veel gemeen hebben. Doorgaans zijn BSO-leerlingen weinig gemotiveerd. Velen zijn schoolmoe, zelfs al in de eerste aanpassingsklas 1B, getuigen leerkrachten. 1B behoort strikt genomen niet bij BSO, maar slechts zelden stromen leerlingen van daaruit naar TSO of ASO. Dat gebrek aan motivatie geldt voor de algemene vakken, maar ook voor de praktijkvakken is hun belangstelling soms ver te zoeken. Leerlingen die echt bewust voor een vak kiezen, en daarom voor BSO, vormen geen meerderheid.

De afgrond

Flink wat BSO’ers spijbelen, storen de lessen, verwaarlozen hun huiswerk, vertellen leerkrachten. Ze hebben in vergelijking met ASO’ers of TSO’ers een kort toekomstperspectief, concluderen de onderzoekers. Vaak telt hier en nu wat geld verdienen met een weekendjob veel meer dan studeren om later een degelijke baan te hebben. Ze zien geen verband tussen wat ze op school moeten doen en wat ze in het leven willen bereiken. «Ze hebben trouwens doorgaans een negatief toekomstbeeld: ze zien voor zichzelf weinig kansen in het latere leven», zegt Stefan Munters, leraar praktijkvakken. «Onze leerlingen zitten in het watervalsysteem en ze weten dat ze bijna onderaan staan. Hierna komt nog het deeltijds onderwijs of een leercontract, of de afgrond. Ze hebben de idee: ‘Leren? Wij kunnen dat toch niet.’ Of: ‘Ik ga later toch doppen’ of ze liggen gelaten met hun hoofd op de bank hun tijd af te wachten.»

Te dom

Bestaat er een toverformule om les te geven in BSO? In opdracht van het departement Onderwijs gingen het Hiva en de KULeuven ernaar op zoek. Zij vroegen aan BSO-leerlingen wat zij een goede leerkracht vinden. Robby V., vijfde jaar Metaal: «Een goeie leraar? Meneer Wouters! Zoals die over zijn vak kan vertellen En daar kan ik altijd bij terecht. Maar die is ook streng, hoor! Voor zo iemand heb ik respect. Die man is tenslotte ouder dan ik, hij heeft meer levenservaring. Daar wil ik wel naar luisteren, want die luistert ook naar mij. Maar zo iemand die mij uitscheldt, die zegt dat ik te dom ben, daar zwijg ik niet voor!»

Toverformule

Uit de studie komen drie criteria naar voren die leerkrachten armslag geven in BSO. Om te beginnen vinden leerlingen dat een leerkracht goed moet lesgeven. Wat houdt dat in? Hij beheerst zijn vak, legt alles boeiend en duidelijk uit, maakt duidelijk waarom dat vak relevant is voor later, geeft afwisselend les en biedt concreet materiaal aan. Dan is er een persoonlijk aspect. Een goede leerkracht heeft persoonlijk contact met zijn leerlingen op basis van wederzijds respect en aanvaarding. Hij gelooft in de mogelijkheden van de leerlingen, geeft elke leerling positieve aandacht tijdens de les en geeft vaak positieve, motiverende feedback. Ten slotte verlangen de leerlingen een consequente en duidelijke aanpak van de leerkracht. Zij zien met andere woorden ook het belang in van discipline.

Ook bij BSO-leerkrachten peilde het Hiva naar toverformules. Ze kwamen tot dezelfde criteria. Ten eerste: een leerkracht moet motiveren door een inhoudelijke invulling van het vak en werkvormen die hij aanpast aan de belangstelling van de leerlingen. Ten tweede: hij moet motiveren door regelgeving en discipline. Ten derde: hij moet aandacht hebben voor de leerling als mens.

Klasse ging kijken wie de BSO-leerkracht is, wat hij doet en hoe hij tovert. Een botsend verhaal van theorie en praktijk.

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van mei 2000 (nr. 105)

Van pagina 4 tot en met 5