Klasse

Kiezen tussen hemel en hel

Leraars met een vetorecht, een directeur die twee maten en twee gewichten hanteert, een leerling dreigt een attest af, meer ouders trekken naar de beroepscommissie. Deliberaties: voor de een de hemel, voor de ander de hel. Waarnemers zijn het erover eens: «Een deliberatie legt de sterke en zwakke punten van een school bloot».Een leerling dreigde met zelfmoord als zij niet zou slagen. Haar vader meldde dit aan de directeur. Tijdens de deliberatie bewoog die hemel en aarde om het meisje erdoor te krijgen. Met vele zware tekorten was zij niet klaar voor een hoger jaar. Geen middel was de directeur echter te min. Verscheidene keren liep hij woedend de deur uit. Alles lag stil. Uiteindelijk gaven we het op. En die leerling maar triomferen achteraf. (Marcel, leraar in Genk)

Deliberaties zijn in de ene school een losstaand gebeuren, in de andere het logische verlengstuk van een jaar evalueren en remediëren. Sommige scholen spelen het heel strikt. Ze verbinden eindbeslissingen (te) mathematisch aan 50-procentregels, aantallen tekorten of klasgemiddeldes. Waar men de normen daarentegen erg vaag houdt, verzandt de discussie soms in een spel met twee maten en twee gewichten. Waar deliberaties in de ene school wrevel en frustratie veroorzaken, strijkt in de andere een duidelijke visie beginnende plooien glad. De verschillen zijn zo groot dat een leerling met dezelfde cijfers in de ene school kan slagen en elders moet zittenblijven. «Toch wordt er de laatste jaren bewuster gedelibereerd», stelt inspecteur-generaal Peter Michielsens vast. «In plaats van leerlingen te doen zittenblijven, zoeken klassenraden meer naar alternatieven. Dat valt het meest op in de eerste graad secundair.»

Vrije doorgang

Ik ken leraars die delibereren uit medelijden. Dat zie je ook aan de cijfers op het rapport. Een leerling technisch onderwijs had voor alle praktijkvakken samen 60 procent. Geen probleem, denk je, maar op de deliberatie zeiden de leraars dat hij totaal ongeschikt was voor het beroep. Toen de directeur op zijn goede scores wees, kreeg hij als antwoord: «Ja maar, naar die cijfers moet je niet kijken.» (Luc, PMS Antwerpen)

Een heel jaar zijn leraars met leerlingen bezig. Sommigen kennen hun klassen door en door, anderen veeleer oppervlakkig. Maar op de deliberatie beslist elke leraar mee. Dat kan voor wrevel zorgen. «In hoeverre kan een leerkracht afstand nemen van zijn eigen vak?» vraagt Jan Verdoodt, PMS Merksem, zich af. Hij geeft het voorbeeld van leerlingen met een tekort voor een vak dat zij het volgend jaar niet meer hebben. De leraar in kwestie vreest natuurlijk zijn gezicht te verliezen als alle leerlingen vrije doorgang krijgen. «Leerkrachten hebben het er soms moeilijk mee dat een leerling voor hem zijn best niet doet», vult een collega aan. Of hoe delibereren soms sanctioneren wordt. Een andere opvatting is dat leerkrachten te weinig individualiseren en leerlingen nogal gauw met elkaar vergelijken. «Dat kan je enkel oplossen door niet alleen tekorten te rapporteren», zegt Luc, PMS Antwerpen. Op sommige scholen blijken de cijfers op het rapport echter het enige criterium om een eindbeslissing te nemen..

Leven en dood

Op veel deliberaties deelt men enkel lijsten met tekorten uit. Dat is een negatieve invalshoek. Men ziet niet wat de leerling wél goed kan. Sommige scholen zetten àlle cijfers op papier en rangschikken de leerlingen op basis van hun totaal: de beste bovenaan. Men ziet positieve resultaten. En als ook de top-vijf van een klas gebuisd blijkt voor een vak, dan valt des te meer op dat daar iets aan de hand is. (Jan Verdoodt, PMS-directeur in Merksem)

In principe is de deliberatie geheim. Sinds 1991 zijn er ook nieuwe voorschriften van kracht. Een van de belangrijkste is wel dat de deliberatie prospectief moet zijn. De vraag is niet «Hoe heeft deze leerling het afgelopen jaar gepresteerd?», maar «Heeft de leerling voldoende bagage om met kans op slagen aan een hoger jaar te beginnen?» Om daarop te kunnen antwoorden moet de delibererende klassenraad niet enkel rekening houden met de punten, maar ook met attitude en inzet. Niet om te sanctioneren, maar om de leerling verder bij te sturen. Een globale benadering van de leerling als individu dus. Slecht gedrag mag echter nooit de beslissing beïnvloeden. Leerlingen met elkaar vergelijken mag evenmin. Ook de tijd dat één leraar kon beslissen over leven en dood is voorbij. «Toch krijgt de ene leerkracht vlugger bijval dan een andere», stelt een lerares uit Zele vast. «Hij beïnvloedt de eindbeslissing soms meer dan goed is. Je kan er maar één ding tegen doen: zorgen dat je het dossier van de leerling goed kent.»

Centrale toetsen

Voor wij over een leerling ook maar beginnen te delibereren, vraagt de directeur aan de leraar zedenleer of godsdienst of hij daarvoor de toestemming geeft. Als die leraar om een of andere reden nee zegt, krijgt de leerling automatisch een C-attest en moet hij het jaar overdoen. Einde discussie. Ik vind het een middeleeuwse regel, maar men zegt ons dat het een voorschrift is van het ministerie. (Anoniem, lerares in Kortrijk)

De regel waarvan hier sprake is, heeft geen officiële grond. De herkomst ervan is overigens erg onduidelijk. Hij roept wel de vraag op hoe ver men met deliberatienormen en richtlijnen kan gaan. En of daardoor geen anomalieën ontstaan. «Deliberatienormen zijn oké, zolang ze de klassenraad niet beletten elke leerling in zijn globaliteit te benaderen en als individu», zegt Peter Michielsens. «Maar als school mag je toch wel proberen basisregels af te spreken. Je mag best een veiligheid inbouwen om te beletten dat een leerling jaar in jaar uit cadeaus krijgt. Maar strikte normen die voor iedereen gelden, nee. Dat staat haaks op het fundamenteel concept van ons onderwijs, dat toch meer is dan basisstandaarden realiseren. Dan kunnen we even goed centrale toetsen organiseren en dat willen we niet.»

Advocaat van de duivel

Deliberaties? Een moordende periode. Je zit daar van halfnegen ‘s morgens tot zeven uur ‘s avonds, bijna zonder onderbreking. Elke klas verdient dezelfde concentratie, betrokkenheid en objectiviteit. Als je dan niet kunt vertrekken van een visie waar het hele lerarenkorps zich in terugvindt en van waaruit een constructief debat mogelijk is, dan loopt het onvermijdelijk mis. Een directeur die in zijn eentje deliberatierichtlijnen opstelt en die oplegt aan zijn personeel, neemt in die zin een risico. (André Scheers, directeur in Vorselaar)

Alle geïnterviewden zijn het erover eens dat een goede deliberatie staat of valt met de voorzitter, veelal de schooldirecteur. Vooral zijn bredere en objectievere kijk op de leerlingen blijken doorslaggevend. «Hij moet vanuit het schoolproject waken over het billijk verloop van de deliberatie», zegt Peter Michielsens, zelf ooit directeur. «Hij mag niet de advocaat van de leerlingen zijn, maar ook niet van de leerkrachten. Zijn positie is uniek. Zonder scheidsrechter te zijn moet hij de delibererende klassenraad zoveel mogelijk naar een consensus leiden en verschillen tussen leraars neutraliseren. Vandaar dat bijvoorbeeld stemrondes te mijden zijn.» Michielsens pleit er ook voor dat de directeur de deliberaties zoveel mogelijk zelf leidt, kwestie van de continuïteit en rechtlijnigheid van beslissingen te garanderen.

Herexamens

Vooruitkijken, prospectief delibereren Allemaal goed, maar bij ons is nu een geest gegroeid waarbij iedereen advocaat van de duivel speelt. Goedpraterij alom. Ooit hadden we een leerling met zeven tekorten, die bovendien van weinig inzet had getuigd. Een voor een gaven de leerkrachten punten bij. De tolerantie is groot, de wetgeving wordt enkel als norm gehanteerd als het van pas komt en de leerlingen profiteren dat het niet meer mooi is. Over attitude en inzet wordt niet gesproken. Dat men de herexamens maar gauw weer invoert. (Marc, leraar in Antwerpen)

«Als je een jaar lang evalueert en remedieert, kan je zonder herexamens een eindbeslissing nemen», werpt Luc, PMS Antwerpen, tegen. «Maar als er niet geremedieerd wordt, ja, dan kan je herexamens maar beter behouden. Remediëring vergt wel veel praktische en organisatorische kunstgrepen. Eigenlijk worden er gewoon te veel uren klassikaal lesgegeven.» PMS-er Jan Verdoodt koppelt een effectieve deliberatie aan een goede communicatie tussen leerkrachten: «Het uitgangspunt van een deliberatie zouden zogenaamde begintermen moeten zijn. Laat elke vakgroep per leerjaar op een rijtje zetten wat leerlingen zeker moeten kennen om kans op slagen te hebben. Op die basis is er niets tegen een herexamen of vakantietaak.» Verticale communicatie is dus essentieel, al waarschuwt Peter Michielsens er wel voor dat een deliberatie nog andere criteria moet hanteren dan leerstof.

Elke school bepaalt zelf zijn deliberatiebeleid. Toch zijn er een aantal wettelijke voorschriften waaraan men moet voldoen. Die werden aan elke school per omzendbrief bezorgd. Voor het secundair onderwijs is er het Besluit van de Vlaamse Executieve betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs (B.S. 17-5-1991). Voor het basisonderwijs is het nieuwe decreet van kracht. Het begrip deliberatie komt daar niet in voor, maar we lezen wel onder meer: De klassenraad oordeelt autonoom of een regelmatige leerling in voldoende mate de doelen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt om een getuigschrift basisonderwijs te bekomen” (Hoofdstuk V, Afdeling 6, Art. 53).

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van mei 1998 (nr. 85)

Van pagina 28 tot en met 29