Klasse

Krijg de mazelen

Vorig jaar doken de mazelen weer op bij een aanzienlijke groep jongeren in het hoger secundair onderwijs. Mazelen is een ernstige ziekte, zeker als men ze op oudere leeftijd krijgt. Vanaf dit jaar komt er een herhalings-inenting voor alle kinderen van 11 jaar tegen mazelen, bof en rode hond. Het vaccin (zo’n 320 frank per persoon) wordt door het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap gratis ter beschikking gesteld van o.a. de equipes van het Medisch Schooltoezicht. Die kunnen op deze manier nog beter werk maken van hun brede inzet voor preventieve gezondheidszorg. Besmettelijke ziekten kunnen een ernstig probleem worden. Ook op school.Tot vorig jaar kregen alleen de meisjes op 11-jarige leeftijd nog een bijkomende inenting tegen rode hond omdat die ziekte ernstige gevaren oplevert bij eventuele zwangerschap. Maar vanaf nu krijgen alle kinderen dus een inenting aangeboden tegen mazelen, bof en rubella (rode hond). Normaal gezien zijn alle kinderen daar tegen ingeënt als ze anderhalf jaar oud zijn. Door de inenting te herhalen rond 11 jaar is de bescherming van het kind hoger, én kan men de ziekten uitroeien. Andere vaccinaties door MST aangeboden zijn: rond 5-6 jaar tegen polio en een gecombineerd spuitje dat hen behoedt voor difterie en tetanus. Vanaf dan moet alleen tetanus nog herhaald worden, om de tien jaar.

Wie na zijn puberteit nog bof krijgt, loopt gevaar op ontsteking van teelballen of eierstokken. Wie mazelen krijgt loopt het risico van een gevaarlijke (zelfs dodelijke) hersenontsteking. Dankzij een nauwkeurige registratie van dergelijke ziekten hebben de Centra voor Medisch Schooltoezicht het gevaar snel onder ogen gezien en kan er meteen worden ingegrepen. De equipes voor Medisch Schooltoezicht maken elk jaar statistieken voor het ministerie van Volksgezondheid. Aan de hand daarvan kunnen wetgevingen worden bijgestuurd. Zo wordt er al meer dan tien jaar geen opsporingstest tegen t.b.c. meer gedaan.

Vuile handen

Het Medisch Schooltoezicht van Herk-de-Stad en Sint-Truiden hield vorig schooljaar een en ander nauwkeurig in de gaten. Zij hadden de indruk dat niet alle besmettelijke ziekten ook effectief gemeld werden. Samen met de scholen en de huisartsen ontwikkelden ze een nieuw registratiesysteem voor de meer dan 7000 leerlingen die zij begeleiden. Tussen november 94 en mei 95 (goed vier maanden schooltijd) telden ze in het kleuteronderwijs per leerling ongeveer acht dagen afwezigheid wegens ziekte, in het lager onderwijs 1,5 dag en in het secundair nog ruim één dag. Grootste boosdoeners blijken de griep en keelpijn. Maar heel opvallend aanwezig is ook gastro-enteritis of buikgriep. In het algemeen blijft een goede hygiëne van handen, nagels en voedsel belangrijk. Ook al bescherm je je op die manier nog niet honderd procent tegen virussen. Vlaamse scholen zijn op het vlak van hygiëne echter het vieze kindje van de Europese klas (zie ook vorige KLASSE).

Dr. Nicole Daniëls, schoolarts: «Het is van groot belang dat kinderen propere handen hebben en gezond voedsel krijgen. Gelukkig zijn er steeds meer ouderverenigingen die druk uitoefenen op scholen om bijvoorbeeld vloeibare zeep en wegwerphanddoeken te gebruiken in plaats van één vuil stuk zeep en één handdoek voor iedereen. Neem daar nog bij het veelvuldig gebrek aan privacy voor kinderen. Hoeveel WC-deuren op school zijn stuk of kunnen niet dicht?»

Ziektebriefjes

Maar de belangrijkste vaststelling betrof dus de mazelen. Directies weten ook niet altijd wat er precies aan de hand is. Er is pas een medisch attest nodig vanaf de vierde dag afwezigheid. En wie controleert altijd of er misschien sprake is van besmettelijke ziekten? Tussen de huisarts en de schoolarts is er geen gestructureerd overleg. Pas als een halve klas niet meer opduikt, gaat er soms een lichtje branden. Sommige leerlingen halen trouwens om de haverklap bij andere huisartsen een ziektebriefje. Dat zou voor de school al een ernstig signaal moeten zijn. Niet alleen om het spijbelen tegen te gaan, maar ook omwille van de algemene gezondheid op school.

Weinig inspanning

En wat moeten de leerkrachten L.O. doen met het toenemend aantal leerlingen dat wegens ziekte niet kan mee turnen?

Dr. Greet Mertens, schoolarts: «Daar zit toch wel een aanzienlijke verbetering in. Een volledige vrijstelling krijgen ze nog zelden. Wel gedeeltelijk voor bepaalde sporten bijvoorbeeld. Er loopt nu in 15 Vlaamse Centra voor Medisch Schooltoezicht een project waarbij we speciale aandacht hebben voor de fysieke conditie bij jongeren. De leerkracht lichamelijke opvoeding selecteert de sportzwakke kinderen. Die komen bij de schoolarts op bijkomend onderzoek. Ze moeten bijvoorbeeld negen minuten fietsen tegen stijgende weerstand. Sommige 12-jarigen kunnen dat niet. Vaak kijken ze teveel T.V. en is elke inspanning voor hen te veel. Nochtans is beweging essentieel voor de bloedsomloop, hart, spieren en ademhaling. Elke mens zou minstens drie uren per week sportief moeten bewegen: lopen, wandelen, fietsen, zwemmen. Dat is geen heroïsche uitdaging hoor: een half uur per dag. Het is broodnodig, maar veel leerlingen halen dat niet. Hun ouders en leerkrachten spijtig genoeg misschien ook niet.»

Het ganse project wordt gecoördineerd door de Vlaamse Wetenschappelijke Vereniging voor Jeugdgezondheidszorg (VWVJ). De VWVJ is een ontmoetingsveld van alle personen die werkzaam zijn in de preventieve gezondheidszorg voor jongeren in Vlaanderen. U kunt er terecht voor meer informatie en suggesties: Onze Lieve Vrouwstraat 42 (1ste verdieping) – 3000 Leuven – + 016-29 01 19 (maandag-, woensdag- en vrijdagvoormiddag).

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van december 1995 (nr. 60)

Van pagina 37