Niet alle leerlingen gaan op 1 september naar school. Meer dan 900 leerlingen krijgen thuis les. Vier keer meer dan tien jaar geleden, maar het blijft een randfenomeen. Dat zes op de tien zich niet inschrijven bij de Examencommissie, is wel een probleem. Klasse trekt naar twee gezinnen waar huisonderwijs werkt. Waarom gaan de kinderen niet naar school? Kunnen ouders lesgeven? En krijgen ze ook de inspectie over de vloer?
Isabel Message is mama van zes kinderen. Aan de oudste vier geeft ze thuis les. Robin gaat naar het eerste leerjaar, Finn naar het derde, Rhys naar het vijfde en Eimear naar het eerste jaar secundair.
Isabel Message: “Toen we pas getrouwd waren, was huisonderwijs in de VS heel populair. Ik begon erover te lezen en vond het een mooi idee: niet dat je scholen moet afschaffen, maar wel dat je je kinderen van heel nabij kunt volgen. Na de kleuterschool ben ik Eimear thuis beginnen les te geven. Dat lukte. Twee jaar later kwam Rhys erbij, daarna Finn en nu ook Robin. Ik evalueer het jaar per jaar. Als het niet meer lukt en mijn kinderen niet meer krijgen wat ze nodig hebben, gaan ze gewoon naar school. Het is de bedoeling dat ze een diploma halen en kansen krijgen om verder te studeren.”
Hoe ga je te werk?
Isabel: Ik maak een planning voor het hele jaar en bepaal per week wat de kinderen gezien moeten hebben. We volgen het schooljaar en dus ook de schoolvakanties. Ik geef alle lessen zelf: taal, wiskunde en WO. In de huiskamer. Hier staan bureaus en computers. Bij nieuwe leerstof zitten we naast elkaar en overlopen die. Als de kinderen het begrepen hebben, kunnen ze zelfstandig verder. Ik ben telkens met eentje bezig en de anderen doen hun werk, ze lezen als ze even moeten wachten, of ze zijn bezig met de jongste kinderen. Natuurlijk hebben ze vaker geen zin dan wel, maar ze weten: als ze doorwerken zijn ze klaar op een paar uur. Vlugger dan op de schoolbanken, waar je de middenmoot moet volgen. Dus kan de klas uit zijn om twee uur in de namiddag. En geen huiswerk …”
Eimear (12): “… want het is hier altijd huiswerk, vanaf negen uur ‘s morgens!”
Isabel: “Schoolboeken krijg ik via de collega’s van mijn schoonmoeder, die ook lesgeeft. Handig, want dat is gesneden brood. En ik ben zeker dat ik daarmee het leerplan volg. Ik haal ook lesmateriaal van de website KlasCement. Zelf schrijf ik geen cursussen, daar heb ik geen tijd voor. De toetsen haal ik uit de handleidingen.”
Een hele klus. Wat vind je zo leuk aan huisonderwijs?
Isabel: “Ook al heb je veel geduld nodig, je leert hoe je kinderen in elkaar zitten, hoe je ze moet aanpakken. Je speelt enorm kort op de bal. In een klasgroep kun je ze nooit zo persoonlijk benaderen, ook al is er GOK- en gon-begeleiding. Het is ook heel fijn om je eigen kinderen te leren schrijven en lezen. Dan ben je apetrots. Eimear is geslaagd voor haar lagere school, en het voelt aan alsof ik zelf geslaagd ben. Na zes jaar is dat voor mij de grootste beloning.”
Ben je juf of mama?
Isabel: “Ik ben mama én juf. Het is niet echt een rol die ik opneem tussen negen en vier. Ik ben streng, maar geef mijn kinderen geen schrijfwerk als straf, wel moeten ze een deel van hun kamer opruimen. Ik kan natuurlijk niet zomaar zeggen: ‘Vandaag geen school’, want ik heb mijn planning opgemaakt voor een volledig schooljaar.”
Eimear: “Als mama zich niet goed voelt, hebben we vrij. ‘Mama, moet je niet even gaan liggen, wij passen wel op de kleintjes’, zeggen we dan.”
Isabel: “Verjaardagen zijn vrije dagen. Dat zijn onze pedagogische studiedagen. Uitstapjes naar het theater of museum maken we ook, meestal in het weekend.”
Kunnen ouders lesgeven?
Isabel: “Natuurlijk. Leraren hebben een diploma nodig om les te geven, want ze staan voor een klas van twintig leerlingen of meer. Maar moet je als ouder examen afleggen om je kinderen op te voeden? Vaste voeding, op het potje leren gaan, dat gaat met vallen en opstaan. Net zoals lesgeven aan je kinderen. Maar het is niet voor elke ouder weggelegd. Als je echt onder de mensen wilt komen, dan kun je beter gaan werken. Ik ben echter een huismus. Ik mis geen collega’s. Het hangt er ook van af of je kinderen je accepteren als juf.”
Eimear: “Ik ben mijn mama wel eens beu gezien. Maar daarom wil ik geen juf in de plaats! Het gaat er soms hard aan toe. Maar zo leer je wat je wel en niet mag zeggen.”
Isabel: “Het huishouden staat natuurlijk voortdurend op zijn kop omdat de kinderen altijd thuis zijn. Ik heb soms ook geen zin om les te geven. En ik ben altijd heel blij dat het vakantie is. Maar ik voel me hier niet opgesloten. Ik moet ‘s avonds geen uren meer met mijn kinderen over hun huiswerk gebogen zitten zoals andere ouders.”
Missen je kinderen geen sociale vaardigheden?
Isabel: “Ze hebben genoeg vrienden, ook in de turnles, tekenacademie en muziekschool. De belangrijkste functie van een school is kennis doorgeven. De school is geen centrum voor sociaal contact. Ik wil natuurlijk niet dat mijn kinderen sociaal achtergesteld raken, dat ze niet met mensen om kunnen. Ik wil dat ze volwaardig in de maatschappij kunnen staan. Daarom plooien we ons als gezin niet terug op onszelf. We gaan naar concerten, naar films, we sluiten ons niet af van de buitenwereld. En net als andere kinderen mailen, sms’en, twitteren en bellen ze met hun leeftijdgenoten.”
Straks gaat Eimear naar het secundair. En naar school?
Isabel: “Ze weet het nog niet. We hebben een Freinetschool bezocht en we wegen samen de goede en slechte punten af.”
Eimear: “Ik ben bang om gepest te worden, zoals in de notenleer. Daar kwam iedereen uit dezelfde school en ik viel uit de boot.”
Isabel: “Ik zou het jammer vinden als ze kiest voor school, maar ze moet zelf beslissen. Ik wil niet dat ze later zegt dat haar moeder haar heeft gepusht. Ze mag een jaar proberen, en naar huis terugkeren als ze een goede reden heeft. Niet: ‘Die juf vind ik niet leuk’. Wel als ze academisch niet zo goed presteert als ze kan. Als ze naar school gaat, vrees ik voor de eentonigheid. Hier kan ze tussendoor lezen of zich creatief uitleven. Maar als de lessen niet vlug genoeg gaan, zal ze dat laten merken.” ”Scholen zijn geen centra voor sociaal contact”
Zijn passie voor saxofoon deed Reindert Spanhove (17) kiezen voor huisonderwijs. Leren doet hij op eigen houtje, onder het goedkeurend oog van vader Bart.
Je wilde meer tijd om muziek te maken. Waarom volg je geen kunstsecundair onderwijs (kso)?
Reindert Spanhove: “Ik speel klassiek én jazz, in het kso moet je een van beide kiezen. Ik wou naar school gaan én meer met muziek bezig zijn, maar dat was praktisch niet haalbaar. Na een gesprek met het CLB bleek huisonderwijs de enige oplossing.”
Wat vond je van de keuze van je zoon?
Bart Spanhove: “We stonden niet te springen, maar we zagen een ongelukkig kind, dat tijd te kort kwam voor zijn passie. Mijn echtgenote en ik geven zelf allebei les. We zijn overtuigd van de kwaliteit van veel leraren en het Vlaamse onderwijs. Ik heb het er wel moeilijk mee dat in het reguliere onderwijs kennis zo belangrijk is. Reinderts creatieve talent werd er in de kiem gesmoord. Ik pleit voor een systeem waarbij je in de voormiddag naar school gaat en in de namiddag je interesses kunt ontplooien.”
Hoe reageerden je leraren en vrienden?
Reindert: “Mijn vrienden zeiden niet: ‘Tof, stoppen met school’, maar veeleer: ‘Oei, jij hebt volgend jaar geen klas meer’. Iedereen snapt dat het niet zo fijn is als het op het eerste gezicht lijkt. De meeste leraren bewonderen dat ik dit wil doen voor de muziek. We hadden een afspraak met de school: mocht het tegenvallen, dan kon ik altijd terugkeren.”
Je bent autodidact. Heb je de discipline om elke dag met je neus in de boeken te zitten?
Reindert: “Mijn planning is niet zo strikt, maar ik heb wel het karakter om te studeren. Tenslotte zit iedereen overdag op school, dus ik heb niet echt iets anders te doen.”
Bart: “Ik ben blij dat Reindert het schoolse ritme aangehouden heeft, maar ik heb me op geen enkel moment gemoeid. Ik geloof niet in ouders die lesgeven aan hun kinderen. Ze kennen je te goed, met je sterke en zwakke kanten.”
Mis je je vrienden en de school?
Reindert: “Elke dag alleen thuis zitten is niet fijn en het sociale contact in de klas mis ik, maar ik heb het ervoor over. Ik heb best nog veel vrienden, maar ik moet meer moeite doen om de contacten te onderhouden. Wat ik leer, blijft vaak theoretisch. Thuis doe je geen wetenschappelijke proeven of uitstappen.”
Bart: “Het heeft iets ongezonds, dat Reindert leeft tussen twee veertigers en niet tussen zijn leeftijdsgenoten. Zelf zou ik mijn schooltijd niet hebben willen missen.”
Zijn er vakken waarvoor je hulp hebt ingeschakeld?
Bart: “Voor wiskunde heeft Reindert les gevolgd bij zijn gepensioneerde leraar. Toen heeft hij gevoeld hoe goed het vooruitgaat als iemand vooraf alles structureert. Hij verliest veel tijd door alles zelf te moeten uitzoeken. Maar voor het leven leert hij daar zo veel uit. In het schoolse systeem is alles te veel voorgekauwd.”
Wat zijn je vooruitzichten?
Reindert: “Ik ben vorig schooljaar al voor elf examens geslaagd via de Examencommissie. De overige vier leg ik af in september. Als ik slaag, kan ik volgend schooljaar naar het conservatorium.”
Wordt de terugkeer naar het reguliere onderwijs niet moeilijk?
Bart: “Reindert vult nu zijn dagen vrij in. Maar het leven is niet altijd zoals je het graag wilt. Autoriteit aanvaarden, je schikken, dat leer je vooral op school. Volgend schooljaar moet hij die stap opnieuw zetten. Al zit het hoger onderwijs anders in elkaar: je moet er zelfstandiger werken. Reindert studeert eigenlijk nu al als een universiteitsstudent.” ”Het sociale contact mis ik”
Willy Vermeire is coördinerend inspecteur bij de Vlaamse Onderwijsinspectie. Hij is verantwoordelijk voor de controle op huisonderwijs.
Waarom kiezen ouders voor huisonderwijs?
Willy Vermeire: “Om pedagogisch-didactische redenen bijvoorbeeld. Ze willen een bepaalde manier van opvoeden en onderwijs combineren. Anderen omdat ze ontevreden zijn op school: hun kinderen worden gepest, schieten niet goed op met de leraren of willen niet meer naar school. Of vanwege verschillende levensbeschouwelijke opvattingen.”
Heeft huisonderwijs voordelen?
Willy Vermeire: “Het is praktisch. Je kunt om het even wanneer weg op vakantie of zelfs op wereldreis. Je organiseert alles zelf. Je moet slechts met een erg beperkt aantal voorschriften rekening houden. Dat houdt ook gevaren in. Regelmaat en structuur zijn immers van belang voor het leren en de ontwikkeling van elke leerling. Je kunt zeer individueel werken, zeer sterk aangepast aan de noden van een kind. Maar je moet ook werken aan de totale persoonlijkheidsontwikkeling van een kind. Naast kennis moet er ook aandacht gaan naar vaardigheden en attitudes.”
Maar kunnen ouders hun kinderen wel onderwijzen?
Willy Vermeire: “Ouders hebben zelf jarenlang les gekregen. Je kunt stellen dat op basis van die ervaring iedereen kan onderwijzen. De ene ouder heeft daarvoor uiteraard meer talent dan de andere. Daarnaast leren ouders al doende. Anderen bekwamen zich door zelfstudie in het onderwijzen. Sommige ouders hebben ook een pedagogisch diploma.”
Hoe verloopt de controle van de inspectie?
Willy Vermeire: “Ouders moeten op eigen initiatief, aan de hand van een voorgeschreven en ondertekende verklaring, het ministerie erover informeren dat ze voor hun kind zullen starten met huisonderwijs. Als we willen controleren, nemen we met dat gezin contact op en spreken we dag en plaats af. De inspecteurs zijn telkens met twee, en de leerling moet ook aanwezig zijn. We vragen welke doelstellingen de ouders nastreven, hoe ze de lessen plannen, organiseren, welke leermiddelen ze gebruiken, hoe ze evalueren. We vragen ook naar documenten waarin we kunnen zien wat de kinderen leren. Zo kunnen we zien of ouders hun kinderen niet te veel specialiseren, hen in te besloten kring houden, of ze voldoende contact hebben met andere kinderen. Kortom: we kijken of het huisonderwijs voldoet aan de criteria van de regelgeving. Als dat niet het geval is, krijgen ze een onvoldoende en een tweede controle. Als die weer negatief is, moeten ze hun kind inschrijven in een reguliere school.”
Ouders die huisonderwijs voor hun kind overwegen, gaan het best niet over één nacht ijs. Leg hun alvast deze tien vragen voor.
Voor of tegen huisonderwijs? Discussieer mee op www.klasse.be/leraren.
Hoewel de overgrote meerderheid van de kinderen gewoon naar school gaat, volgen er elk schooljaar meer leerlingen huisonderwijs. Dat mag, want in Vlaanderen geldt geen schoolplicht, maar leerplicht. In 2009 2010 waren dat er in het basisonderwijs 295. In het secundair onderwijs 615. Tien jaar geleden waren dat er nog respectievelijk 84 en 135. Een ruime verviervoudiging. Toch blijft huisonderwijs een uitzondering: voor het secundair onderwijs bijvoorbeeld gaat het om slechts 0,14 procent van het totale aantal leerlingen.
Wie huisonderwijs volgt, kan een getuigschrift basisonderwijs en een diploma secundair onderwijs halen via de Examencommissie van de Vlaamse Gemee schap, al is dat niet verplicht. Vorig schooljaar (eerste zittijd) schreven 239 leerlingen secundair huisonderwijs of 39 procent zich daarvoor in. Het aantal inschrijvingen daalt elk jaar. Vijf jaar geleden ging het nog om de helft van de leerlingen die thuisonderwijs gevolgd hadden. Het risico dat de leerlingen geen diploma halen (ongekwalificeerde uitstroom) is dan ook hoog.
Vorig schooljaar haalden 24 leerlingen secundair huisonderwijs een getuigschrift (1e of 2e graad) of diploma (3e graad). Dat is 10 procent van het aantal ingeschreven leerlingen. 165 leerlingen (69 procent) haalden minstens één deel of vakattest.
Ruim 58 procent van de leerlingen secundair die huisonderwijs volgen, had al een schoolse vertraging opgelopen in zijn schoolloopbaan (volgens de recentste cijfers van het schooljaar 2007 2008). Dat betekent dat ze niet op leeftijd zitten van een leerling in het betrokken leerjaar. Dat percentage is hoog vergeleken met het gemiddelde van 25 procent voor schoolse vertraging in het gewoon secundair onderwijs.
Leerlingen secundair die huisonderwijs volgen, spijbelden in hun schoolverleden vaker. Ongeveer 15 procent was problematisch afwezig en spijbelde dus meer dan 30 halve dagen. Op het totale aantal leerlingen secundair is dat ‘slechts’ 1,2 procent.
Evolutie van het aantal leerlingen dat huisonderwijs volgt in het basis- en secundair onderwijs
| Basisonderwijs | Secundair onderwijs | |
| 2001 – 2002 | 84 | 135 |
| 2002 – 2003 | 92 | 239 |
| 2003 – 2004 | 122 | 255 |
| 2004 – 2005 | 202 | 311 |
| 2005 – 2006 | 220 | 360 |
| 2006 – 2007 | 248 | 420 |
| 2007 – 2008 | 279 | 504 |
| 2008 – 2009 | 289 | 576 |
| 2009 – 2010 | 295 | 615 |