Leerkrachten hebben in veel scholen het gevoel dat de directie niet veel tijd uittrekt voor een gesprek en evaluatie van hun werk. Dat gevoel is niet bevorderlijk voor hun arbeidsvreugde. Merkwaardig genoeg stellen de leerkrachten vast dat hoe kleiner de school is, hoe minder beoordelingsactiviteiten er zijn.De leerkrachten schatten de autonomie van de directie om een eigen personeelsbeleid te voeren zeer hoog in, vooral in grote scholen. De directies gaan daar maar voor de helft mee akkoord. Vooral in het gemeenschapsonderwijs lag vroeger de autonomie zeer laag. Voor de aanwerving van nieuwe leerkrachten denken leraars en directie hetzelfde: de pedagogischdidactische ervaring en de navormingsbereidheid spelen een dubbel zo grote rol als de persoonskenmerken van de kandidaat (het instituut van afstuderen, sociaal engagement, levensbeschouwing enz.). Maar één maal aangenomen voelen veel leerkrachten zich aan hun lot overgelaten. De directie vindt van niet. Zij schat haar aantal beoordelingsactiviteiten aanzienlijk hoger in. Bovendien nemen de leraars minder beoordelingsactiviteiten waar, naarmate de school kleiner is.
In slechts één op de vier scholen ervaren de leerkrachten een volgehouden actief personeelsbeleid, zowel voor de aanwerving als voor de benoeming en de beoordeling.
In de andere gevallen is de helft van de scholen wel actief bij aanwerving en benoeming maar veel minder bij opvolging en beoordeling. Bij de andere helft is dat net andersom.
Nochtans is een zorgvuldig overwogen personeelsbeleid heel belangrijk voor de kwaliteit van de school. De leerkrachten vormen immers het menselijk contactpunt voor de leerlingen, waar alle andere invloeden op de onderwijskwaliteit langs moeten. Stabiliteit binnen een kwalitatief hoogstaand korps is een zeer grote troef voor een school. Als een school er niet in slaagt goede leerkrachten aan te trekken en te behouden, komt ze in een vicieuze cirkel terecht van een hoog personeelsverloop en lage produktiviteit.
In het gemeenschapsonderwijs hoopt men dat de lokale schoolraden de lokale autonomie voor het personeelsbeleid zullen kunnen verhogen. In het vrij onderwijs was er al meer beleidsruimte op lokaal vlak. Toch zeggen de onderzoekers dat ook daar het stijgend aantal ter beschikking gestelden, reaffectaties en tal van statutaire verplichtingen een negatief effect hebben.