Klasse

Leerlingenbegeleiding

Elke leerkracht is een begeleider

Elk kind of jongere op school is meer dan een leerling. Hij leeft en leert ook in andere contexten: het gezin, de vrienden, de jeugdbeweging, sportvereniging, media, maatschappelijke ontwikkelingen Zijn ervaringen brengt hij mee naar school. Onderwijs op school betekent meer dan lesgeven, onderwijs is ook begeleiding. Leerlingenbegeleiding kan geen aparte discipline zijn op school, maar moet integraal deel uitmaken van het schoolsysteem. Dat betekent dat leren kiezen, leren leren en socio-emotionele begeleiding verweven zitten in élk vak. Leerlingenbegeleiding is niet alleen de verantwoordelijkheid van de taakleerkracht of de cel leerlingenbegeleiding. Elke leerkracht is een begeleider.

In veel schoolpropaganda staat de leerling centraal. Weten we dan waarover we het hebben?

Mia, groene leerkracht:
«Wat moest ik doen met die informatie?»

«Ik krijg vaak erg persoonlijke informatie van mijn leerlingen. Over toestanden thuis, drugs, pesten, problemen met andere leerkrachten Eigenlijk wist ik vroeger niet wat ik daarmee moest doen. Op de klassenraad bespreken? Voor mezelf houden, met wat vrienden-collega’s bespreken? Toen ik merkte dat er nog wel leerkrachten waren in hetzelfde geval, zijn we met de directeur rond de tafel gaan zitten en zo is het project ‘groene leerkrachten’ op school ontstaan. Leerlingen die dat willen kunnen een leerkracht aanwijzen met wie ze willen praten als ze een probleem hebben. Eén op vier leerlingen heeft dat nu gedaan. De groene leerkrachten kunnen terugvallen op een vertrouwenscel op school. Daar zit ook de directeur in. Die cel ondersteunt ons. Met dit project is de sfeer op school veranderd. De leerlingen worden mondiger. Ze weten dat naar hen wordt geluisterd zodat ze minder brutaal reageren. Leerkrachten worden op een andere manier geapprecieerd en dat werkt motiverend.» Groene leerkrachten zijn één mogelijkheid. Maar er is meer.

een probleem?

wat?

VOOR IEDEREEN

Leerlingenbegeleiding is de gemeenschappelijke noemer voor alle activiteiten die de school organiseert om haar leerlingen te begeleiden in hun persoonlijke, sociale en culturele ontplooiing. Leerlingenbegeleiding beperkt zich dus niet tot individuele leerlingen die problemen hebben. Ze gaat uit van een zo breed mogelijke zorg voor àlle leerlingen.

hoe?

DUBBEL

Leerlingenbegeleiding is dubbel gericht: op het begeleiden van de leerling in

  • zijn ‘leerling zijn': leerproblemen opvangen, leerlingen zelfstandig taken leren aanpakken (leren leren), aandacht voor kiezen en schoolloopbaanbegeleiding (leren kiezen), maar ook vakgebonden excursies of een discussie in de les organiseren
  • zijn ‘kind of jongere zijn': persoonlijke en socio-emotionele problemen (leren leven), hulp in crisismomenten, maar ook een leerlingenraad of kinderparlement opstarten, een enquête afnemen naar de ervaringen van de leerlingen op school, een anti-rookbeleid uitwerken

context:

DE ANDERE SCHOOL

Een school is meer dan een leerschool. Ze is ook een leefschool. Leerlingenbegeleiding (leren kiezen, leren leren en socio-emotionele begeleiding) wordt ingepast in de nieuwe uitdagingen van de school:

  • vaardigheidsonderwijs: onderwijs met evenwicht tussen kennis, inzicht en vaardigheden
  • begeleidend onderwijs: zelfstandig leren plaatst de leerkracht in een meer begeleidende rol
  • gedifferentieerd onderwijs: leerkrachten die rekening houden met verschillen tussen leerlingen
  • samenhangend onderwijs: leerkrachten zorgen in teamverband voor een gezamenlijk en samenhangend onderwijsaanbod

vijf vragen:

EERST NADENKEN

  1. Voor welke vorm van leerlingenbegeleiding kiest de school?
    • de reactieve aanpak: de school reageert pas als er problemen zijn omdat ze gelooft dat ze individuele problemen van een leerling niet kan voorkomen
    • de preventieve aanpak: de school reageert bij de eerste signalen en tracht problemen te voorkomen
    • de creatieve aanpak: de school vertrekt niet vanuit probleemgedrag en probleemsituaties, maar creëert een omgeving waarbij ze de leerlingen actief betrekt. Leerlingen, hoe jong ze ook zijn, worden aangesproken om hun verantwoordelijkheid op te nemen voor, en om mee vorm te geven aan de pedagogische verhoudingen en aan de kwaliteit van het leren en leven op school.

    De realiteit op het veld leert dat scholen meestal groeien van een reactieve over een preventieve naar een creatieve aanpak. Leerlingenbegeleiding is een proces.

  2. Wil de school met leerlingenbegeleiding het leerproces optimaliseren (lesgebonden leerlingenbegeleiding)? Of vertrekt de school ook vanuit lesoverstijgende leerlingenbegeleiding (leefsleutels, assertiviteitstrainingen, vormingsdagen)?
  3. Is er naast de formele leerlingenbegeleiding ook plaats voor de informele. Informeel werken heeft heel wat voordelen: vlotte relatie met de leerling en de lage drempel, onmiddellijk kunnen inspelen op vragen en ideeën van leerlingen. Waardering geven is een belangrijke vorm van leerlingenbegeleiding.
  4. Dient leerlingenbegeleiding op school om de leerlingen aan te passen aan het schoolsysteem? Of is de school bereid de schoolcultuur kritisch te analyseren en eventueel bij te sturen zodat de leerlingen zich beter voelen op school?
  5. Wordt bij leerlingenbegeleiding op zoek gegaan naar werkvormen die nauw aansluiten bij de leef- en ervaringswereld van jongeren en kinderen? Weet de school hoe de leerlingen zélf de school en het leven op school beleven én ervaren? Bij dat onderzoek kan de leerlingen- of kinderraad op school een belangrijke rol spelen.

de aanpak

HET BEGELEIDINGSPLAN: de eerste stap

Een begeleidingsplan is een werkplan waarin de school formuleert wat ze wil uitwerken binnen welke termijn: pestactieplan, weerbaarheidstraining, sessies leren leren, leefsleutels, oprichten van een leerlingenraad of kinderparlement. Het plan vertelt ook wie daarbij betrokken is en hoe de school dat structureel aanpakt (BTP-uren, MDO, werkgroepen). Het begeleidingsplan is een onderdeel van het schoolwerkplan waarin de school haar visie formuleert en beschrijft hoe ze die op school nastreeft.

Enkele aandachtspunten:

  1. Overleg met àlle betrokkenen in èlk cruciaal stadium: analyse van het beginstadium (wat doen we al), selecteren van voorstellen (waar gaan we aan werken), de eindbeslissingen.
  2. Breng bij doelstellingen of activiteiten altijd prioriteiten aan. Probeer niet alles tegelijk. Wat is echt noodzakelijk in onze school? Wat is voor ons haalbaar?
  3. Zorg voor een duidelijke visie. Dan kunnen leerkrachten ook zelf op zoek naar realiseringsmogelijkheden.
  4. Is er voldaan aan belangrijke voorwaarden: externe hulp, informatie, bijscholing, training, infrastructuur
  5. Begin met een groep van gemotiveerde mensen met kleine projecten. Maar geef iedereen op school genoeg informatie over de plannen en wat er gebeurt.
  6. Veranderingen op school roepen weerstanden op. Luister ook naar negatieve reacties. Zoek naar de oorzaak (extra werk, collega’s voelen zich overschat, hebben een andere visie).
  7. Stimuleer initiatieven die een zekere succesbeleving garanderen.

EEN BEGELEIDINGSMODEL: drie lijnen

Zowel in de basisschool als in een secundaire school hebben de directeur, de graadcoördinator, het secretariaat, de vakleerkrachten, klastitularissen, de leerlingenbegeleiders, vertrouwensleerkrachten, taakleerkrachten, de CLB-medewerkers, de pedagogisch begeleiders en de leerling zelf allen hun verantwoordelijkheid in het proces van leerlingenbegeleiding. Ieder vanuit zijn standpunt.

Leerlingenbegeleiding op school wordt vaak volgens het drielijnenmodel uitgewerkt. De directeur is de spilfiguur om leerlingenbegeleiding te stimuleren.

DE EERSTE LIJN: DE LEERKRACHT

Op de eerste lijn vinden we de vakleerkracht, de klas- of groepsleerkracht. Hij is de spil van de leerlingenbegeleiding. Hij staat het dichtst bij de leerling én heeft de grootste expertise als het gaat over de drie begeleidingsterreinen: leren kiezen, leren leren en socio-emotionele begeleiding. Hij zorgt voor het persoonlijk welzijn van elke individuele leerling, observeert het groeiproces in de klas, het leefklimaat op school en in de klas.

Degelijke eerstelijnsbegeleiding vraagt:

  • een positieve houding van de leerkracht: bereikbaar, open, respectvol
  • samenwerking met (vak)collega’s via structureel overleg : klassenraad, multi-disciplinair overleg (MDO)
  • voldoende vaardigheden om in dat overleg te functioneren
  • instrumenten om de leerlingen op te volgen: kind- of leerlingvolgsysteem, leerlingendossiers…

Om de leerkracht te ondersteunen is samenwerking met het CLB, onderwijsbegeleiding en nascholing noodzakelijk.

DE TWEEDE LIJN: STEUN EN ADVIES

De leerlingenbegeleider in de school (in het basisonderwijs is dat vaak de zorgcoördinator) steunt en adviseert vanuit zijn deskundigheid de collega’s. Bij specifieke problemen kan hij zelf de leerling begeleiden.

Deze personen kunnen ook als cel of werkgroep hun ondersteuningstaak opnemen (cel leerlingenbegeleiding).

De tweede lijn:

  • coördineert, zorgt voor afstemming tussen de vakken
  • zorgt voor een grotere deskundigheid: taakleerkrachten en remedial teachers kunnen bij leermoeilijkheden in een één-op-één relatie werken met een leerling en aandacht vragen voor de aanpak van leermoeilijkheden in de vaklessen
  • verwijst als het nodig is door naar externe diensten en het CLB
  • treedt op als systeembegeleider van de leerlingenbegeleiding op school
  • kan soms instaan voor de nascholing van de leerkrachten
  • Vooral ook op dit niveau kan ondersteuning van het CLB worden ingeroepen.

DE DERDE LIJN: DE SPECIALISTEN

Op dit niveau situeren zich alle externe diensten, het welzijn, de hulpverlening en de organisaties uit het jeugdwerk. Het CLB heeft een draaischijffunctie tussen school en organisaties en diensten extern aan de school (OCMW, Comité Bijzondere Jeugdzorg, Jongeren Informatie Punt, de jeugdclub).

De tweede en derde lijn staan in dienst van de eerstelijnsactoren.

De school + het Centrum voor Leerlingenbegeleiding (CLB)

Het decreet op de Centra voor Leerlingenbegeleiding situeert het zwaartepunt in de leerlingenbegeleiding bij de ouders en de school. Zij zijn verantwoordelijk voor de opvoeding van kinderen en jongeren. Het CLB moet daarbij ondersteuning bieden. Elke school is verplicht om een overeenkomst af te sluiten met een CLB. Daarin regelen ze de inhoudelijke en praktische afspraken.

Enkele kenmerken van de samenwerking:

  • De begeleiding is vraaggestuurd. De school en het CLB gaan samen na wat er al op school gebeurt aan leerlingenbegeleiding en waar de school de meeste behoefte aan heeft. Het CLB begeleidt en ondersteunt leerlingen, ouders en schoolpersoneel op vier begeleidingsdomeinen: leren en studeren; schoolloopbaan; preventieve gezondheidszorg; psychisch en sociaal functioneren.
  • Elk CLB heeft een verzekerd aanbod waar een school uit kan putten. Er is ook verplichte begeleiding door het CLB: medische onderzoeken en activiteiten in verband met de leerplichtcontrole (spijbelen). Leerlingen en ouders moeten hieraan meewerken.
  • CLB-medewerkers kunnen relevante informatie opvragen die over de leerlingen in de school aanwezig is, de directeur en de leerkrachten van de school hebben recht op relevante informatie over leerlingen in begeleiding. Bij het doorgeven van de informatie gelden de regels van het beroepsgeheim, de deontologie en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.
  • De nascholing van de leerkrachten en de CLB-werkers wordt in overleg afgestemd op de zorgpunten van de school. De pedagogische begeleidingsdienst is hierbij de derde partner. Zij ontvangt van elke school een kopie van de voorlopige overeenkomst.
  • Het CLB is er voor de school, maar ook op vraag van individuele ouders en leerlingen. De school moet ouders en leerlingen informeren over zijn werking en doelstellingen.
  • Het CLB heeft zicht op het netwerk van hulpverleners, buurt- en jeugdwerkers in de buurt die na overleg met ouders, leerlingen en school kunnen worden ingeschakeld.

GOEDE LEERLINGENBEGELEIDING: de voorwaarden

  1. Een positieve houding van de leerkracht: behandel de leerling met respect, luister en stimuleer hem, ga in op vragen, denk met hem mee, zoek mee. Deze houding werkt preventief.
  2. Leerlingenbegeleiding zit ook in de structuur van de school
    • duidelijke taakverdeling: bv. er is een zorgcoördinator, interne leerlingenbegeleider
    • documenten structureren de afspraken i.v.m. leerlingenbegeleiding: het schoolreglement, leerlingendossiers, kind- en leerlingvolgsystemen en andere remediërings-, signaliserings- en evaluatiefiches
    • overleg op school is gestructureerd:
      in het basisonderwijs: multidisciplinair overleg (MDO), werkgroepen zorgverbreding, maar ook de gewone personeelsvergaderingen
      in het secundair onderwijs: personeelsvergadering, studiedagen, een cel leerling(en)begeleiding, coördinatoren-overleg, de klassenraad

      Gestructureerd overleg zorgt ervoor dat het accent niet ligt op het curatieve, remediërende, maar op een creatieve, schoolontwikkelende leerlingenbegeleiding.

      Structureren houdt ook een risico in: je ontneemt leerlingen de mogelijkheid om iets niet te zeggen aan leerkrachten. Belevingsonderzoek toont aan dat jongeren vooral ‘vertrouwen’ (niet doorvertellen) benadrukken. Informele vormen van overleg en van leerlingenbegeleiding zijn ook belangrijk.

  3. Kies bij problemen voor de minst ingrijpende interventie: volg het drielijnenmodel.
  4. Een groep leerkrachten die zich als team opstelt vormt een sterk draagvlak voor leerlingenbegeleiding. Goede leerlingenbegeleiding valt of staat met de snelheid en alertheid waarmee op formele of informele momenten informatie wordt uitgewisseld en beslissingen worden genomen.
  5. Leerlingenbegeleiding betekent samenwerken:
    • met de collega’s: alle betrokkenen kunnen elkaar aanvullen en ondersteunen
    • met CLB-medewerkers: zij zijn deskundige partners
    • met de leerling: die evolueert van een passief, ondergaande, consumerende vorm van leren naar een zelfsturende. Dat heeft ook een invloed op het gedrag van de leerkracht. Geeft hij de leerlingen de kans om actief en zelfstandig te zijn?
    • met de ouders: zij zijn steeds betrokken partij bij problemen. Is er ruimte voor uitgebouwde communicatie met ouders (meer dan de tien-minuten-gesprekken)? Hebben ze via participatieraad en schoolraad inspraak op het schoolbegeleidingsplan en het beleidscontract van de school met het CLB? De samenwerking met ouders kan ook ruimer bekeken worden: familielid, buur (voor de jongere relevante personen).
  6. Een grotere professionalisering van de leerkracht: nascholing en begeleiding op maat.
  7. Leerkrachten die begeleidingsinitiatieven nemen op de eerste of tweede lijn moeten zich door de directie en het gevoerde beleid ondersteund voelen. Het is noodzakelijk een begeleidingsplan te ontwikkelen.

Je kan meer lezen over leerling begeleiding in:

Het Klassedossier op www.klasse.be/dossier/leerlingbegeleiding

Zorgbreed – Tijdschrift voor integrale leerlingenzorg – www.garant-uitgevers.be

Leerlingenbegeleiding – P. Mahieu & G. Van Vooren – www.garant-uitgevers.be

De Cel Leerlingbegeleiding – P. Van Ham e.a. – www.garant-uitgevers.be

Intensieve leerling begeleiding – P. Ponte – www.garant-uitgevers.be

Naar een gefundeerde omschrijving van leerlingenbegeleiding (studie 62 bis) – VLOR- www.vlor.be

De bibliotheek bij het SISO-nummer 450.7 (trefwoord: leerlingbegeleiding)

Voor meer ondersteuning neem je contact op met de schoolbegeleiding of het CLB dat aan de school verbonden is.

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van januari 2000 (nr. 101)

Van pagina 45 tot en met 48