Klasse

Logopedie: een groei-industrie?

  • Ouders sturen hun kinderen steeds vaker naar de logopedist
  • Aantal terugbetalingen stijgt in twaalf jaar tijd met 44 procent
  • Toch is therapie vaak overbodig, zeggen scholen

“Steeds meer logopedisten geven bijles in plaats van therapie”, zucht Annie Lion, directeur van de vrije basisschool in Buggenhout. “Sommigen werken zonder overleg met de school en leveren geen enkele meerwaarde. Logopedisten die huiswerkbegeleiding geven, dat kan toch niet de bedoeling zijn?”

Logopedie is booming business. In twaalf jaar tijd steeg het aantal terugbetalingen bij het Riziv met bijna 44 procent, goed voor meer dan 70 miljoen euro uitgaven in 2010. West- en Oost- Vlaanderen nemen daaruit de grootste hap (18 en 16 procent), op ruime afstand gevolgd door Antwerpen (9 procent), Vlaams-Brabant (8 procent) en Limburg (7 procent). Het leeuwendeel van de terugbetalingen is voor behandelingen bij kinderen jonger dan 14 jaar: ruim 85 procent.

Zijn er dan zoveel meer kinderen met nood aan logopedie dan vroeger? Annie Lion denkt van niet. “Ouders kunnen gewoon moeilijker aanvaarden dat hun kind niet perfect is en stappen daarom sneller naar een logopedist, vaak zelfs zonder overleg met de school. Heel vaak is logopedie niet nodig. Kinderen hoeven toch niet perfect te zijn, ze mogen toch ook eens minder goed scoren?”

“Onze school werkt goed samen met logopedisten”, zegt Lion. “Sommige problemen kan je nu eenmaal niet zelf aanpakken. Maar voor ouders zijn logopedisten die prima werk leveren moeilijk te onderscheiden van zij die enkel huiswerkbegeleiding doen. Wij mogen ons niet moeien met hun keuze. Sommige logopedisten ‘ronselen’ patiënten en maken misbruik van het vertrouwen van ouders. Als een logopedist je zegt dat je kind beter therapie volgt, dan moet je al heel stevig in je schoenen staan om daar niet op in te gaan. Een ouder eiste onlangs zelfs dat zijn kind zou blijven zitten, op aanraden van de logopedist. Wij vonden dat niet nodig. Waarop hij zijn kind uiteindelijk naar een andere school stuurde.”

Meteen naar de specialist

Kristien Verslyppe, zorgcoördinator van de scholengemeenschap van de vrije basisscholen van Blankenberge en Wenduine, denkt dat vooral de ouders de eerste stap naar de logopedist zetten. “Vaak doen ze dat zonder de school te raadplegen. Vergelijk het met patiënten die meteen naar de specialist gaan in plaats van de huisarts. De logopedisten begrijpen soms zelf niet waarom ouders hun kind naar hen sturen. Ze nemen dan contact op met de school voor meer informatie.”

“Logopedie zou altijd de laatste stap moeten zijn” Kristien Verslyppe, zorgcoördinator

“Logopedie zou altijd de laatste stap moeten zijn”, vindt Verslyppe. “Wij kijken altijd eerst of de leraar zelf het probleem in de klas kan aanpakken, door de leerstof nog eens uit te leggen of door bijkomende oefeningen. Als dat niet lukt, schakelen we de zorgbegeleider in. Zij kan de kinderen in de klas helpen of een ‘zorggroepje’ van drie à vier kinderen vormen. Desnoods haalt de zorgbegeleider een kind uit de les voor individuele remediëring. Als het probleem hardnekkig is, vragen we aan de ouders of we het CLB mogen inschakelen voor een test. Soms kunnen wij op basis daarvan weer verder, maar als er meer aan de hand is, kan een logopedist nodig zijn. Door deze aanpak kunnen we problemen veel sneller detecteren. Meer zorguren zouden ons helpen om nog meer kinderen op school zelf te begeleiden.”

Logopedie als bijles

“Ouders sturen hun kinderen met de beste bedoelingen naar de logopedist, maar heel vaak is dat helemaal niet nodig”, zegt Christine Vonckx, verantwoordelijke Leren & Studeren bij de koepel van de vrije CLB’s. “Ze hebben het beste voor met hun kind en zijn daardoor soms overbezorgd. Ze zien misschien tekorten die er niet zijn. Een kleine achterstand of enkele slechte toetsen zijn vaak al genoeg. Wij zijn er voorstander van om een kind zo veel mogelijk op school te helpen. Als dat niet volstaat, kan logopedie aangewezen zijn. Dat gebeurt het best in overleg tussen de school en de logopedist. Vaak weten scholen immers niet dat een kind logopedie volgt, of wat de logopedist met dat kind doet. Heel wat logopedisten geven ook meer bijles dan echt therapie. Ouders zijn daar zelf mee verantwoordelijk voor. Ze raden elkaar aan om hun kind naar de logopedist te sturen als het op school niet meer mee kan.”

Geen alternatief

Pol De Meyere, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Logopedisten (VVL), erkent het probleem. “Logopedie is geen alternatief voor huiswerkbegeleiding. Het is ook niet de bedoeling dat kinderen bij de logopedist komen omdat ze een kleine leesachterstand hebben of de maaltafels nog eens extra willen oefenen. Logopedisten zijn opgeleid om te onderzoeken of een kind een stoornis heeft. Ze leren hoe ze die stoornis het best kunnen behandelen. Als een kind geen therapie nodig heeft, dan kan de logopedist de ouders en de school beter adviseren hoe ze het kind zelf kunnen helpen. Daarom zouden scholen, CLB’s en logopedisten meer moeten samenwerken in plaats van elkaar te bekampen. Misschien moet de logopedist wel deel gaan uitmaken van het schoolteam. Daar zou hij dan de aanpak van leerstoornissen zoals dyslexie, dyscalculie en dysorthografie kunnen coördineren en de therapie eventueel voor zijn rekening kunnen nemen.”

“Scholen kunnen leerproblemen niet altijd zelf aan” Pol De Meyere, voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Logopedisten

Dat een kind logopedie volgt zonder medeweten van de school, is volgens De Meyere uitzonderlijk. “Als een logopedist een kind onderzoekt, verzamelt hij op voorhand zoveel mogelijk informatie, ook bij de school. Daarna kan hij de resultaten met de school bespreken en stuurt hij het best een verslag naar de school. De ouders moeten daar wel mee akkoord gaan. Tijdens de behandeling is er beter vaak contact met de school. Maar ook leraren moeten moeite doen. Soms reageren ze niet op adviezen of mails van de logopedist. Een goede communicatie kan heel wat misverstanden vermijden.”

De Meyere gelooft niet dat ouders te snel naar een logopedist stappen. “Logopedie is soms gewoon nodig, punt. Scholen en CLB’s zeggen vaak dat ze het probleem zelf aankunnen, maar dat blijkt niet altijd het geval. Voor sommige problemen is een aanpak op maat nodig. Een zorgleraar kan zo’n intensieve en regelmatige begeleiding meestal niet bieden, omdat hij daar geen tijd voor heeft. Bovendien valt de begeleiding in de vakanties stil. Ouders zijn soms ten einde raad en gaan dan zelf op zoek naar hulp bij een logopedist. Ik geef toe dat sommige logopedisten bijlessen geven tegen betaling. We zijn daar geen voorstander van, maar we kunnen dat niet verbieden. Leraren doen dat uiteindelijk ook heel vaak.”

De VVL schat het aantal logopedisten op 4500 tot 5000. Te veel? “Er zijn de laatste jaren heel veel logopedisten afgestudeerd. Die zoeken allemaal hun weg en willen hun boterham verdienen. Maar logopedisten die een loopje nemen met de deontologie of de wet overtreden door bijvoorbeeld reclame te maken, kunnen een sanctie krijgen. De begeleiding van beginnende logopedisten is een aandachtspunt. Zij richten zich immers misschien te exclusief op kinderen met leerstoornissen, terwijl hun werkveld veel breder is. Daarom brengt de overheid momenteel in kaart hoeveel logopedisten er werkelijk nodig zijn. Dat moet ons helpen om het beleid en de tewerkstelling bij te sturen.”

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van november 2011 (nr. 219)

Van pagina 8 tot en met 11