Ja. Vanaf 1 september 2014 zullen leerlingen van de derde graad in het GO ! niet meer naast elkaar maar samen over levensbeschouwingen leren. Volgens Luc De Man, hoofd van de pedagogische begeleidingsdienst, leert het vak jongeren om hun eigen keuzes te maken.
“De verzuilde samenleving waarin katholieken en vrijzinnigen tegenover elkaar stonden, ligt ver achter ons. We leven in zo’n diverse maatschappij dat het niet meer zinvol is om jongeren hun hele schoolcarrière in aparte levensbeschouwelijke klassen les te geven. We moeten met elkaar leren samenleven. De basis wordt in het basisonderwijs en de eerste twee graden van het secundair gelegd. Vanuit hun levensbeschouwing praten leerlingen er over waarden, religie en ethiek. Maar om constructief en assertief met elkaar in dialoog te gaan, moeten ze ook de waarden van de andere leren kennen. Die interculturele en ethische competenties aanleren is een basisopdracht van onderwijs”
“Aparte godsdienstklassen zijn geen afspiegeling van de diverse samenleving”
“Een jongere kan zich bovendien pas ten volle ontplooien als hij eigen keuzes leert maken. Een brede kennis en erkenning van de diverse levensbeschouwingen is dus cruciaal. Momenteel bepalen doorgaans de ouders in de lagere school welke levensbeschouwing hun kind zal volgen. Later komt daar de invloed van vrienden, internet, games … bij. Van een eigen keuze is dan vaak geen sprake, terwijl dat net een belangrijk onderdeel is van persoonlijkheidsvorming. Een algemeen vak over alle levensbeschouwingen vormt de leerling om op 18-jarige leeftijd zelfstandig zijn levensbeschouwing te kiezen én te motiveren.”
Nee. Maxime De Winne, leraar nietconfessionele zedenleer, is tegen het plan. Hij vreest voor een oppervlakkig, steriel vak waarin dialoog onmogelijk wordt.
“Omdat je rekening moet houden met godsdienstige gevoeligheden kan je zo’n eenheidsvak alleen maar steriel theoretisch invullen met leerstof waar niemand zich aan stoort. Probeer het in een diverse klas maar eens te hebben over ‘bijbelkritiek’ uit het leerplan niet-confessionele zedenleer. Elk gesprek vervalt snel in een welles-nietesdiscussie.”
“Je creëert een wellesnietesdiscussie in plaats van een dialoog”
“De rol van de leraar is bovendien vaag, want hij moet neutraal blijven. Kan hij het dan nog wel over morele dilemma’s hebben? Kan hij het thema abortus bespreken zonder heel gelovige ouders tegen de borst te stoten? Mag hij verwijzen naar mensenrechten als het gaat over een godsdienstig standpunt als uithuwelijking? Mag hij wetenschappelijk onderzoek aanhalen als dat indruist tegen de overtuiging van velen? Je loopt het gevaar dat je de dialoog net beperkt om geen relletjes uit te lokken.”
“Zinvoller is dat de leraren van de levensbeschouwelijke vakken regelmatiger samen thema’s uitwerken. Over ‘levensbeëindiging’ bijvoorbeeld kan je in een diverse groep diepgaande gesprekken voeren. Maar laat elke jongere zijn eigen referentiekader behouden en laat de levensbeschouwelijke leraren als coaches optreden. Verwachten dat leerlingen op hun zestiende hun levensbeschouwing achter zich kunnen laten om in dialoog te gaan, is absurd.”
Wat vind jij? Mail je reactie naar redactie. leraren@klasse.be of post je reactie onder het artikel op www.klasse.be/leraren.