Klasse

Nieuwe vakoverschrijdende eindtermen in secundair onderwijs

Het vak voorbij

“De nieuwe vakoverschrijdende eindtermen zijn helderder. Aantrekkelijker. En er zijn er minder”, zegt Bart Maes. Hij gaf de nieuwe VOETen, die gelden vanaf 1 september 2010, mee vorm. “Ze behoren tot de basisvorming van élke leerling.” De nieuwe VOETen in vijf vragen en antwoorden.

1. Vakoverschrijdende eindtermen?

Vakoverschrijdende eindtermen (VOETen) zijn minimumdoelen die niet specifiek behoren tot een vakgebied, maar die je school door middel van meerdere vakken of projecten nastreeft. Ze zijn een vangnet voor waardevolle en maatschappelijk relevante inhouden die je onvoldoende vindt in de vakken.

Bart Maes: “In tegenstelling tot de vakgebonden eindtermen, die de school moet bereiken, wordt van de school verwacht dat ze inspanningen levert om de VOETen na te streven. De inspectie zal checken of de school een doordacht VOETen-beleid voert.”

2. Wat met de vorige VOETen?

De eerste generatie vakoverschrijdende eindtermen dateert van 1997. Na evaluatie bleek dat er te veel VOETen waren. De scholen vroegen meer ruimte om ze in te vullen.

Lut Creemers: “De vorige VOETen waren thematisch ingedeeld. Ze werden bijna vakken op zich. Sommige VOETen waren ook gedateerd. Maar de vorige eindtermen hebben zeker gewerkt. Uit onderzoek blijkt dat in scholen die meer aandacht besteden aan burgerzin, leerlingen toleranter zijn.”

3. Wat is er veranderd?

De ‘klassieke’ thema’s, zoals gezondheidseducatie of opvoeden tot burgerzin, zijn vervangen door een nieuw kader: een gemeenschappelijke stam en zeven contexten (in samenhang met leren leren als kerntaak van de school). De eindtermen in de stam zijn gericht op sleutelcompetenties als creativiteit, kritische zin of respect. Je kunt ze toepassen in alle onderwijs- en opvoedingsactiviteiten. In de contexten staan de eindtermen die typisch zijn voor een bepaald ‘inhoudelijk geheel’, zoals mentale gezondheid of politiek-juridische samenleving. In totaal zijn er nu nog 96 eindtermen (stam en contexten) en 48 eindtermen in leren leren. Je kunt de VOETen onderling combineren of samen met vakgebonden eindtermen aanpakken. Belangrijk: de eindtermen zijn niet langer graadgebonden, met uitzondering van leren leren. ICT in de eerste graad en technisch technologische vorming in de derde graad aso blijven onveranderd.

Bart Maes: “De school krijgt meer ruimte om met de VOETen te werken. Stel: er is een probleem met het gsmgebruik op school. Dan kun je gsm’s botweg verbieden, maar interessanter is een debat te organiseren over gsm-gebruik. In de nieuwe VOETen vind je veel meer aanknopingspunten om daaraan te werken. Zo leg je doelstellingen voor dat debat vast en werk je tegelijk aan kritische zin, verantwoordelijkheidszin, gezondheid, consumentengedrag, mediawijsheid, participatie. Zo stelt de school een cluster van VOETen samen.”

4. Moeten we voor al die VOETen nieuwe projecten verzinnen?

Nee. Kijk naar je bestaande activiteiten. Daar zitten al een hoop nieuwe VOETen in verweven. Of neem de herziene VOETen als uitgangspunt en hang daar projecten aan op. Belangrijk: werk in team en betrek iedereen. Denk na over hoe je een leerlijn voor je vak uitstippelt, hoe je de taken binnen de graden verdeelt en hoe jij en je collega’s de eindtermen nastreven.

Lut Creemers: “Je kunt aan VOETen werken binnen je vak, binnen projecten, maar ook op een startdag of naar aanleiding van een schoolfeest. Pak VOETen het liefst herhaaldelijk aan. Het mag geen opgelegd lijstje worden waarop je aanvinkt wat je al gedaan hebt. En laat je helpen: organisaties met een educatief aanbod zoals Sensoa, Kleur Bekennen of het Vlaams Parlement bieden ondersteuning op maat aan.”

5. Hoe worden mijn leerlingen daar beter van?

VOETen behoren tot de basisvorming van de leerlingen. Ze ondersteunen hen in de uitbouw van hun persoonlijke leven en maken kritisch-creatieve burgers van hen.

Bart Maes: “De VOETen in de stam zijn zo oud als de straat. Die stam zou de mantra van elke leraar moeten zijn. Een permanente onderstroom in de opvoeding, de kern van onderwijs. Houd daar mee rekening als je met je leerlingen omgaat en hen evalueert. De VOETen maken je lessen actueel en realistisch. En ze dragen bij tot het welbevinden van je leerlingen op school.”

Bart Maes coördineert het einddoelenwerk in het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming (AKOV) van het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming.

Lut Creemers is adviseur bij Curriculum (AKOV). Zij werkt vooral aan de eindtermen, specifiek voor ontwikkeling en communicatie van VOETen.

Meer info? Download de brochure over de nieuwe VOETen, lees FAQ over eindtermen en vind het nascholingsaanbod .

“De voortrekkers inspireren en helpen collega’s met de vakoverschrijdende eind termen”, zegt Anne Kohlbacher. Zij is leraar geschiedenis en een van de voortrekkers van de VOETen op het BimSem (Mechelen). De school zet nu al de eerste stappen met de nieuwe VOETen.

Anne Kohlbacher: “Alle leraren kunnen aan VOETen werken”

Hoe bereid je de nieuwe VOETen voor?
Anne Kohlbacher: “We hebben vakken en bestaande projecten getoetst aan de nieuwe VOETen: ‘Wat doen we nu al goed volgens de nieuwe eindtermen?’ Geen grootscheepse inventarisatiecampagne. Dat werkt ontmoedigend. De nieuwe eindtermen lijken inhoudelijk sterk op de vorige. Dus hebben we informeel een aantal collega’s aangesproken die goed met de VOETen werken.”

Wat leverde die vragenronde op?
Anne Kohlbacher: “Er zijn nauwelijks VOETen waar we geen spoor van terugvonden. Natuurlijk zijn er leemtes. Dat wordt de volgende stap: hoe gaan we rond die nieuwe VOETen werken? Leg dat niet op, maar overleg. Vraag aan de vakgroepen welke eindtermen ze in hun jaarplan willen opnemen. Maakt niet uit hóe ze daar aan werken, als ze dat maar schoolbreed doen.”

Je moet niet langer per graad aan de VOETen werken?
Anne Kohlbacher: “Gelukkig, want dat leidde tot absurde situaties. Bij burgerzin stonden de mensenrechten in de tweede graad gebeiteld. Maar wij werken rond mensenrechten in de derde graad. In de vrije ruimte zetten onze leerlingen acties op voor de hele school. Maar we waren dus ‘fout’ bezig. Nu zitten mensenrechten in één eindterm, en de school mag zelf de leerlijnen rond die VOETen uitstippelen.”

Kan ook de leraar wiskunde aan de VOETen werken?
Anne Kohlbacher: “Alle vakken kunnen aan de VOETen werken. Of beter: alle leraren. Want VOETen realiseer je niet alleen in vakken, maar ook in excursies of projecten. Een leraar wiskunde die in een MOSgroep zit, werkt aan de VOETen in het milieuproject. En waarom kan een leraar wiskunde niet werken rond budgetbeheer in aso-rich tingen die geen economie in hun leerplan hebben?”

Hoe communiceren jullie met de ouders over de VOETen?
Anne Kohlbacher: “In de brieven aan de ouders over excursies schrijven we dat de uitstap niet alleen in een vak kadert. We hebben zelfs een speciaal logo op de brief dat verwijst naar de VOETen. Zo kadert een uitstap naar Ieper in geschiedenis, Engels, Nederlands en Frans, maar je werkt daarin ook aan burgerzin.”

En zeg je dat ook expliciet aan de leerlingen?
Anne Kohlbacher: “Daar is discussie over. Voor je het weet, krijg je weer vakjes. Leerlingen scherpen attitudes onbewust aan. Een leerling is geen machine waar je iets instopt en waar iets anders uitkomt. We willen en kunnen geen supermensen creëren. We proberen zo ruim en zo doordacht mogelijk attitudes aan te bieden, maar wat een leerling meedraagt, kom je misschien toevallig, pas over tien jaar, en wellicht nooit te weten.”

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van maart 2010 (nr. 203)

Van pagina 18 tot en met 21