Klasse

Ondergewaardeerde leraren: een mythe

Hoe ziet de leerkracht zijn eigen rol en zijn maatschappelijke status? En hoe ziet de samenleving hem? Hoe zit het met het imago en het zelfbeeld van de Vlaamse leerkracht? Dat is het voorwerp van een wetenschappelijk onderzoek in opdracht van het departement Onderwijs. Dit onderzoek moet leiden tot voorstellen waarmee het beleid de maatschappelijke waardering van leerkrachten kan opvijzelen. Het is pas over een half jaar afgerond. Maar alvast enkele tussentijdse resultaten.

De maatschappelijke onderwaardering van de leerkracht is een mythe. Gevraagd naar hoe ze hun leraren in hun eigen schooltijd beleefden en hoe tevreden ze zijn over de leerkrachten van hun kinderen geeft de Vlaamse bevolking blijk van grote appreciatie. Wel zijn ze nog meer tevreden over leraren in de basisschool dan over leraren in de secundaire school. Leraren in het buitengewoon onderwijs waardeert men extra hoog. Ook leraren in het beroepssecundair onderwijs scoren hoog.

De brede Vlaamse samenleving (18 tot 70 jaar) vindt dat leraren aan de maatschappelijke verwachtingen tegemoetkomen. Alleen ondersteunen ze leerlingen die moeilijk leren nog te weinig.

Wie zelf positieve ervaringen met leraren had en zich bij onderwijs betrokken voelt, drukt zijn waardering sterker uit. Mensen die sterk individualistisch en utilitair zijn ingesteld, uiten de minste waardering voor leraren. De respondenten die ouder zijn dan 65 zijn het minst tevreden. Naarmate het diplomaniveau of het beroepsprestige van de respondent afneemt, zakt zijn waardering.

Personen die zeggen leraren zelf te respecteren, denken dat de Vlaamse samenleving dat respect niet deelt. Ongeveer de helft van de respondenten vraagt meer aandacht van de media voor de leraar.

De Vlaamse bevolking erkent ook de werkdruk van het lerarenberoep en is er zich van bewust dat het beroep sterk veranderde. Weer zijn het de oudste, sterkst individualistische en minst opgeleide groepen die de arbeidstijd van leerkrachten laag inschatten en de arbeidsvoorwaarden het aantrekkelijkst vinden. Wie jonger is dan 24 of wie bij onderwijs betrokken is – en het dus het best kent – beoordeelt die minder gunstig.

Bijna alle respondenten vinden dat leraren en ouders partners in de opvoeding moeten zijn. Drie kwart vindt dat de opvoedende taak van de leraar toeneemt in een almaar ingewikkelder samenleving waar ouders minder tijd voor hun kinderen hebben. De helft van de bevraagden vindt dat de leraar moet inspelen op wat in de maatschappij aan opvoeding en sociale vorming ontbreekt, zonder zijn vak en de voorbereiding van zijn leerlingen op studies of beroepen te verwaarlozen en zonder de plaats van de ouders in te nemen. Een kleine meerderheid meent wel dat de samenleving op dit gebied te veel van de leerkracht verwacht. Vlaanderen waardeert leerkrachten dus beter dan ze zelf denken. Hoe komt dat en wat te ondernemen zal verder onderzoek uitwijzen.

‘De professionaliteit en de maatschappelijke waardering van leerkrachten basis- en secundair onderwijs. Een onderzoek naar opvattingen van leerkrachten, andere onderwijsbetrokkenen en de publieke opinie’ – ‘Onderzoeksfase 2: Opinie-onderzoek bij de Vlaamse bevolking’ -OBPWO-project 00.03 – RUGent, KULeuven, VUBrussel, UAntwerpen.

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van februari 2002 (nr. 122)

Van pagina 10 tot en met 14