Klasse

Onveilig onderwijs

Met aandacht lees ik regelmatig artikelen uit klasse, zo ook in Klasse 103 over de lat-relatie: school en bedrijf. Als preventieadviseur in een technische school kan ik niet nalaten te reageren op dit artikel.

Wanneer ouders hun kinderen toevertrouwen aan een school gaan zij er van uit dat ze vorming ontvangen in veilige en gezonde omstandigheden en dat veilige en gezonde leef- en werkomstandigheden worden bijgebracht.

Als we zien dat in BelgiĆ« per jaar zo’n 250.000 arbeidsongevallen gebeuren, met jaarlijks meer dan 30 miljard aan directe kosten en 120 miljard voor indirecte kosten, voor verzekeringen en bedrijven dan zien we vlug het belang van veiligheidsopvoeding op school.

Veiligheid moet van kindsbeen af een gewoonte worden. De opleiding moet beginnen in de kleuterklas en gans de schoolloopbaan doorlopen. In het bedrijf is het dan een verder zetten van goed aangeleerde gewoonten.

Wij als preventieadviseurs in het onderwijs hebben geen enkel statuut, we moeten leven op uren van anderen, gewoon omdat de overheid hun eigen wetten niet nakomt.

Het kan toch niet dat in het jaar 2000, nijverheidsscholen met verschillende werkplaatsen en meer dan 1000 leerlingen en 150 personeelsleden, geen enkel officieel uur hebben om aan preventie te doen. Hoe dikwijls is preventiewerk niet synoniem met vrijwilligerswerk.

Het is de allerhoogste tijd dat de overheid haar verantwoordelijkheden opneemt en niet alleen de bedrijven verplicht van de Wet Welzijn toe te passen. Waarom moeten schooldirecties nog steeds een trukendoos gebruiken om een preventieadviseur te kunnen aanstellen. Wanneer komt er eindelijk een structurele aanpassing in de omkadering van een school?

Marcel Loos – preventieadviseur – Helchteren

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van mei 2000 (nr. 105)

Van pagina 42 tot en met 46