Klasse

Rapport voor de leraar

Kunnen leerlingen hun leerkrachten op een betrouwbare manier beoordelen? Levert dat meer op dan de toptien van een populariteitspoll? Dertien leerkrachten in drie scholen algemeen secundair onderwijs trotseren vrijwillig de kritiek van vijfhonderd leerlingen. De Vlaamse Scholierenkoepel meet de schade op. Schade?Is je leraar goed verstaanbaar? Zijn zijn lessen boeiend en gebruikt hij verschillende werkvormen? Toont hij begrip als je iets niet begrijpt? Dertien leerkrachten uit drie secundaire scholen laten zich vrijwillig screenen door drie klassen waaraan ze lesgeven. Meer dan vijfhonderd leerlingen, derdegraders vooral, vullen een evaluatieformulier in. Ze beantwoorden dertig vragen in zeven rubrieken: duidelijkheid, houding, aanspreekbaarheid, gezag, huiswerk, begeleiding en didactische werkvormen.

«Er zijn geen vragen over de inhoud van de leerstof», zegt de Vlaamse Scholierenkoepel (VSK), die eind november 2000 met dit project van wal stak. «Inhoudsvragen over leerplannen en eindtermen vallen buiten de bevoegdheid van de leerlingen. Maar over de manier waarop hun leerkrachten lesgeven en al wat daarbij hoort, kunnen ze wel oordelen.» En dat doen ze ook. Vervolgens brengt het VSK de resultaten in kaart en maakt een individueel rapport op voor elk van de dertien leerkrachten. In dat rapport staan geen namen van leerlingen. Het wordt ook niet doorgespeeld naar de directie. Leerkrachten moeten er in de eerste plaats zelf uit leren. Daarom bespreken ze hun rapport ook met hun leerlingen, in de klas. Uiteindelijke bedoeling: de leraar gaat beter lesgeven, de leerlingen voelen zich meer verantwoordelijk voor wat er in klas en school gebeurt en het schoolklimaat verbetert.

Internet

Vieren leerlingen vooral hun frustraties bot als ze hun leerkrachten evalueren of maken ze er gewoon een potje van? Niets daarvan. Wat leerlingen rapporteren over hun leerkrachten is confronterend, verbazend, tegenstrijdig soms, maar opvallend correct en opbouwend. Dat ervaart bijvoorbeeld Alice Luyckx, lerares klassieke talen in het Mater Dei instituut in Sint-Pieters-Woluwe, als ze haar rapport in handen krijgt. «Ik weet nu dat ik me dringend moet inwerken in de moderne technologie, internet bijvoorbeeld», vertelt ze. «Nu ga ik er echt werk van maken. Maar ik voel me ook bevestigd als de leerkracht die altijd aanspreekbaar is en die duidelijk en gestructureerd lesgeeft. Echt verrast ben ik niet als ik mijn rapport lees. De resultaten liggen in de lijn van wat ik zelf dacht. Uiteindelijk sta ik niet zo ver af van mijn leerlingen. Zeker in lagere jaren zeggen leerlingen spontaan wat ze van je vinden. Dat wordt nu bevestigd.» Waarom ze meedeed? «Twee dingen wou ik weten: hoe kom ik over bij mijn leerlingen en hoe kan ik beter lesgeven. Ook vind ik dat leerlingen het recht hebben om hun leerkrachten te beoordelen. Ze zijn de rechtstreekse betrokkenen en ze zullen later in hun leven nog met evaluaties te maken hebben.»

Onbeduidend

Wat zo’n rapport oplevert? De meeste leerkrachten voelen zich bevestigd in wat ze al vermoedden. Sommigen verbazen zich wel over schijnbaar onbeduidende aspecten van hun lesgeven, die voor hun leerlingen juist erg belangrijk blijken. Veel leerkrachten besluiten hun taken ruimer op te vatten dan enkel lesgeven of leiden meteen concrete actiepunten af uit hun rapport. «Ik leg nu meer uit wat ik met grote opdrachten wil bereiken», illustreert Marianne De Soomer, lerares Nederlands-Duits en een collega van Luyckx. «Ik sta ook wat meer op de rem in discussies. Want ik luister wel naar de leerlingen, maar probeer volgens hen toch altijd mijn gelijk te halen.»

Pedro Tytgat, leraar wiskunde in het Sint-Pieterscollege in Leuven, maakte meer dan goede voornemens: «Ik hou mijn bordschema beter in de gaten en maak duidelijker afspraken. Het is voor de leerlingen soms niet duidelijk wat kan en niet kan. Maar soms spreken ze elkaar in het rapport wel tegen: de een zegt dat ik na de les tijd voor hen maak, de ander beweert dat ik dat nooit doe.» In het algemeen vinden de meeste leerkrachten de nabespreking van hun rapport in de klas moeilijk, maar zinvol. De evaluatie zelf vinden ze leerrijk en voor herhaling vatbaar. En voor de meesten maakt een rapport van leerlingen meer indruk dan andere evaluaties.

Geen pot nat

Ook de leerlingen komen goed uit dit project. Zo vullen zij hun evaluatieformulieren goed in. Ze laten weinig vragen open en geven doordachte opmerkingen. Voorts geven ze per klas blijk van grote overeenkomsten in hun beoordelingen, wat ze betrouwbaar maakt. Opvallend: leerkrachten scoren in één klas vaak hoger op alle rubrieken dan in andere klassen. Ten slotte variëren de oordelen wel degelijk per leerkracht. Leerkrachten zijn voor leerlingen heus niet één pot nat.

David Ito, vijfdejaars in het Sint-Pieterscollege in Leuven, was één van de 511 beoordelaars. Hoe het was om zelf een keer de rode balpen te hanteren? «Sommigen van mijn klas vonden het maar niks, die evaluatie, anderen vonden het juist heel interessant. Als je het mij vraagt, zouden we elke leerkracht moeten kunnen beoordelen», zegt hij. «Er zijn er die zo’n evaluatie erg nodig hebben, omdat ze verkeerd bezig zijn. Zelfs al willen ze dat dan niet inzien, ze worden er dan toch mee geconfronteerd. Het belangrijkste is dat ze erover gaan nadenken. Maar ik hoop wel dat dit project een meer wetenschappelijke opvolging krijgt of de steun van de overheid, want dan zal men er meer geloof aan hechten.»

Opstand

«Voor een aantal leerkrachten gaat evaluatie door leerlingen echt wel te ver», realiseert de Vlaamse Scholierenkoepel zich. «Zij twijfelen aan de betrouwbaarheid van leerlingenkritiek, vinden het idee zelfs bedreigend.» Leraar Pedro Tytgat voelde meteen de schooltemperatuur stijgen, toen hij zich met enkele collega’s kandidaat stelde om mee te doen: «Het ligt heel gevoelig, onmiddellijk zijn er discussies. Voer dit verplicht in een school in en je krijgt opstand.»

Graadcoördinator Jef Meessens van Don Bosco in Haacht zag zes collega’s zich spontaan en vrijwillig melden, te veel zelfs voor het project. Of hij het makkelijk vindt om evaluatie door leerlingen systematisch en voor alle leerkrachten in te voeren? «Dat zal pas lukken als leerkrachten evalueren in zijn geheel verworven is. Dan zal evaluatie door leerlingen er automatisch deel van kunnen uitmaken. Als het een wrijvingspunt is op school, laat je de leerlingen er best buiten. Er moet een cultuur ontstaan waarin evaluatie van leerkrachten geen wrijvingspunt is, maar dat hangt af van de scholen. En die verschillen.»

Sterkste punten

Ook veel jonge leerkrachten hebben het niet voor deze vorm van evaluatie. Ze vinden zich te onervaren, weten dat ze fouten maken en willen eerst meer zelfvertrouwen kweken. «Die drempelvrees kan men ondervangen in de lerarenopleiding, eventueel al in de stages», antwoordt het VSK. «Het geeft aspirant-leerkrachten een idee van het principe en het nut van evaluatie door leerlingen. Voor niet gemotiveerde leerkrachten kan er een andere oplossing worden gezocht. Samen met de leerlingen de vragenlijst opstellen bijvoorbeeld of rubrieken selecteren, de sterkste punten eerst. Dat breidt zich later dan wel uit. Ten slotte moeten de leerkrachten de visie achter deze vorm van evaluatie kennen.»

Bedreigend

Wordt lerarenevaluatie door leerlingen straks verplicht? Gaat het weldra deel uitmaken van de schooldoorlichtingen? «Evaluatie van individuele leerkrachten is géén taak van de overheidsinspectie», benadrukt Kristien Arnouts, inspecteur-generaal secundair onderwijs. «Inspecteurs praten wel met leerlingen, onder meer over de manier waarop hun leerkrachten lesgeven, maar zij stellen algemene vragen over de meerderheid van de leerkrachten, niet over hun leraar Engels of fysica. We kunnen daarbij wel afdalen tot op het niveau van een graad of jaar en daarover rapporteren. Maar daar stopt het. De school kan op haar beurt nog verder afdalen tot het niveau van de leerkracht. In die zin kan de inspectie lerarenevaluatie door leerlingen noteren als één van de instrumenten van zelfevaluatie binnen het luik Personeelsbeleid. Daar valt overigens heel wat interessants uit te halen. Een directie kan bijvoorbeeld vaststellen dat leerlingen van verscheidene leerkrachten zeggen dat zij hun didactische werkvormen niet variëren of geen rekening houden met de timing van elkaars taken en toetsen.»

In een interpellatie in het Vlaams Parlement schaart onderwijsminister Marleen Vanderpoorten zich achter het initiatief van het VKS. Ook zij kent de valkuilen: «Veel leerkrachten ervaren een evaluatie door leerlingen als bedreigend. Dat is zeker in het leerplichtonderwijs het geval. Dat mag niet, want uiteindelijk is het een zaak van zelfsturing en zelfevaluatie.»

Vlaamse Scholierenkoepel vzw – Paleizenstraat 90 – 1030 Brussel – tel 02-215 32 29 – fax 02-215 41 78 – info@vsknet.be

http://www.vsknet.be Volledige beschrijving van het project

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van juni 2001 (nr. 116)

Van pagina 42 tot en met 43