Ik heb mijn diploma sinds vorig jaar. De stages zitten nog vers in mijn geheugen. Hoewel sommige stagiairs het kunnen uithangen en enkel denken aan het gemak van de job, zijn de eisen die aan stagiairs gesteld worden niet niks. Je moet differentiëren, rekening houden met elke leerling, zo veel mogelijk werkvormen toepassen en gebruik maken van zo gevarieerd mogelijke hulpmiddelen. Als ik me de observatiestages herinner waar ik naar leraren zat te kijken die hun cursus aframmelden, die alleen maar gebruik maakten van bordschema’s of die zich elke les druk maakten over een leerling met dyslexie die ‘lui’ was, dan erger ik me dood. Geregeld had ik mentoren die er niet aan dachten om een lesvoorbereiding te maken. Een schemaatje met wat kernwoorden op een kantje van een A4 was ruim voldoende. Soms kun je als stagiair maar beter te voorzichtig zijn dan te enthousiast, want te veel proberen, te veel vernieuwen is vaak een stap te ver voor een school waar directie en sommige leraren vasthouden aan ‘hun’ werkwijze.
David, via mail
Met veel interesse maar vooral met veel woede en verontwaardiging las ik in Klasse 217 het artikel ‘Schrijf jij je kind in je eigen school in?’. Alsof dat sowieso een vrije keuze is of zou mogen zijn. Er is geen enkele reden om je kind in een ander net in te schrijven. Het kost je je geloofwaardigheid als leraar en tegelijkertijd bijt je schaamteloos in de hand die je voedt.
Steven Crauwels, via mail
Vóór de kerstvakantie vorig schooljaar werd onze zoon dringend verzocht een andere school op te zoeken. Met (wan)gedrag had dit niets te maken, laat staan met een tuchtmaatregel. De directie spiegelde ons dit voor als een unanieme beslissing van de klassenraad, maar zijn klasleraar, noch lerarenkorps waren daarvan op de hoogte. Diezelfde directie drong al langer aan en stelde hem – als 18-jarige – tweedekansonderwijs als alternatief voor. Ik kan alleen maar besluiten dat de directie het gemiddelde slaagcijfer wilde optrekken door de zwakkere elementen met zachte dwang te doen vertrekken. Bij het CLB bevestigde men mij de tendens van scholen om – eens meerderjarig – zwakkere leerlingen naar het tweedekansonderwijs te sturen. Zo blijft er voor de eigenlijke doelgroep nauwelijks capaciteit over. Ik vind dit een verontrustende visie: wie zonder onderbreking secundair onderwijs volgt, zit volgens mij in eerstekansonderwijs. Ieder manoeuvre van directies om deze leerlingen naar tweedekansonderwijs te sturen, is op zijn zachtst gezegd misplaatst.
Naam en adres gekend bij de redactie
Jammer dat, in plaats van een globale visie, nu fragmentarische maatregelen genomen worden. Hopelijk wordt het eindelijk menens met de implementatie van het inclusief onderwijs volgens het VN-verdrag. Naast inschrijvingsrecht zal het wel belangrijk zijn om meer middelen te voorzien voor ondersteuning in het gewoon onderwijs. Waarom die middelen niet losmaken van het buitengewoon onderwijs en ze aan de ouders en aan het gewoon onderwijs geven?
Patrick Vandelanotte, via www.klasse.be/leraren
Er moet echt meer tijd, geld en vooral ziel gaan naar het toegankelijk maken van het gewoon onderwijs voor kinderen met bijzondere noden die daar met steun van erg gemotiveerde goedbedoelende ouders op hun plaats zijn. Omdat ze daar sociale vaardigheden ‘op de schoolvloer’ leren, omdat ze graag bij hun broertje naar school willen gaan, omdat ze er ondanks een autismespectrumstoornis bekwaam voor zijn. Er moet een duidelijke, eerlijke reden zijn waarom een kind verwezen wordt naar het buitengewoon onderwijs. Geen twee kinderen zijn dezelfde, ook niet met dezelfde stoornis. Maar sommige kinderen komen echt véél beter tot hun recht in het buitengewoon onderwijs en dat is geen straf maar voor veel kinderen een zegen! Daarom kan ik geen geduld of begrip opbrengen voor de rommel die ze nu van ons leerzorgkader maken.
Sandra Van Heffen, via www.klasse.be/leraren
In mijn school vragen ze wel degelijk naar je voorkeuren voor het lessenrooster, bijvoorbeeld welke vrije halve dag je wilt (Klasse 217). Maar als puntje bij paaltje komt, houden ze er weinig rekening mee. Wie geen fulltimejob heeft, is vaak de pineut. Mensen die vragen om minder uren te presteren, doen dit nochtans om weloverwogen redenen. Je weet dat je minder zal verdienen. En je hoopt dat ze er rekening mee houden. Niets is minder waar! Zelf werk ik driekwart. Ik heb dagen waarop ik in de voormiddag vier uur voor de klas sta, maar het laatste uur van de dag terug moet om nog 50 minuten les te geven. Ik ben evenveel aanwezig op personeelsvergaderingen, verplichte feesten, opendeurdagen, pedagogische studiedagen als mijn fulltimecollega’s, die een heel pak meer verdienen. Waarom weigeren ze om daarmee rekening te houden?
Mimi X, via mail
Wij meten al tien jaar het instapen taalniveau van onze jongeren met een gestandaardiseerde taaltest. Deze test correleert zeer mooi met de rekentesten en PAV-testen. Bovendien strookt hij ook zeer goed met het graadniveau van onze leerlingen. Wij stellen totaal geen significante achteruitgang vast van het instap- en taalniveau. De enige tijdelijke achteruitgang was tussen 2007 en 2010, toen ons centrum een toevloed kende van taalarme jongeren waar men in het voltijds onderwijs geen blijf mee wist. Vorig schooljaar en dit schooljaar stellen we zelfs een zeer lichte vooruitgang vast. Wel neemt de kloof tussen de sterkste leerlingen en de zwakste toe. Ons centrum fungeert als een niveaubarometer van voltijds onderwijs omdat wij de jongeren ontvangen die om verscheidene redenen niet meer naar het voltijds onderwijs willen terugkeren. Daar zitten zowel sterkere leerlingen in als zwakkere. Is de achteruitgang van het niveau van de leerlingen een buikgevoel? Het lijkt er sterk op. Hoewel er nu meer hoofddoekjes en kleurtjes rondlopen tegenover de Vlaamse jongeren in 2002, meten wij geen taalachteruitgang.
Stefan Noppen, via www.klasse.be/leraren
Leraren spenderen meer tijd aan een vrachtlading papierwerk dan aan effectief lesgeven. Eindeloos ogende leerplannen waarin zo veel focus ligt op vaardigheden en attitudes, maar te weinig op kennis. Natuurlijk moeten jongeren de nodige tools bezitten eens ze de schoolbanken hebben verlaten, maar spijtig genoeg merk ik dat deze Wikipedia/Googlegeneratie wel kan ‘surfen’, maar nauwelijks kan zwemmen. Het is fantastisch om te zien hoe enthousiast en hoe mondig de leerlingen vaak zijn, al merk je al snel dat de gesprekken die je met hen voert aan de oppervlakte blijven.
Niet alleen de leerlingen worden betutteld, ook de leraren zelf. Ik vind dat iedereen met de nodige opleiding en/of expertise zijn kennis moet kunnen overdragen aan leerlingen, zonder verstikt te worden door een overdaad aan administratie. De school zou een plek kunnen zijn waar ervaringen kunnen worden opgedaan, zonder het cost-win-principe zoals we dat spijtig genoeg terugvinden binnen de need to know VDABopleidingen. Een school moet meer doen dan leerlingen klaarstomen voor toekomstige job. Ze heeft de kans om jongeren op te leiden en te vormen, kennis bij te brengen en hun nieuwsgierigheid aan te wakkeren.
Lange tijd koesterde ik deze ambitie, maar met spijt in het hart heb ik het onderwijs vaarwel gezegd. Veel studenten en leraren zijn gemotiveerd, maar spijtig genoeg werkt het onderwijssysteem in Vlaanderen als een geestdodend middel. Tijd om het onderwijs uit het kluwen van de administratie te halen en over te dragen aan zij die in de praktijk staan: de leraren!
T. Van Hoof, via www.klasse.be/leraren
Wanneer stelt het ministerie paal en perk aan de willekeurige vriendjespolitiek én de leeftijd van een schoolbestuur? Als ze het serieus oneens zijn, dan dienen de ontevreden leden die zich niet meer kunnen vinden in het gemanipuleer en de voortrekkerij hun ontslag in. Daarna zoeken de overblijvers nieuwe ‘vriendjes’ die zich niet te veel zullen roeren en instemmen met al wat de voorzitter en directeur voorschotelen. Een clan die de school niet kan loslaten maar een blijvende vinger in de pap wil, met een gemiddelde leeftijd tussen de zeventig en tachtig jaar!
Stap je naar je vakbond om die malafide praktijken aan te kaarten, dan hoor je dat ze er niets kunnen aan doen, want het schoolbestuur heeft (te) veel macht. Dank u wel, schoolbestuur en directeur, voor een ontmoedigende nieuwe start op 1 september.
Naam en adres gekend bij de redactie
Dit is een reactie op de oproep om een minuut stilte te organiseren ter nagedachtenis aan de slachtoffers op Pukkelpop. Het lijkt erop dat het drama op Pukkelpop een ‘hype’ moet zijn. Wat doen we met de menselijke drama’s in Afrika? De slachtoffers van de storm Irene? De verkeersdoden die elk weekend vallen? Wat mij betreft mag het Pukkelpopdrama terug naar de sereniteit. Elke politicus, elke krant en elk weekblad heeft intussen al genoeg sensatiebeluste uitspraken gedaan die het voor de nabestaanden én aanwezigen moeilijk genoeg maken om dit drama persoonlijk en in alle rust te verwerken.
Burth Hollebeke, via www.klasse.be/leraren
Velen hebben dit drama van dichtbij meegemaakt en erge dingen gezien. Zij moeten de kans krijgen om hierover te praten. Ik vind dit een heel goed initiatief. Wie er geen behoefte aan heeft, maakt er gewoon geen gebruik van. Niemand is verplicht om erover te praten! Voor velen wordt dit ook een weerzien met vrienden en klasgenoten waar er eentje ontbreekt … mogen ze daar even bij stilstaan?
Olga Veestraeten, via www.klasse.be/leraren