Dinsdagochtend. De directeur van het museum wordt dood aangetroffen in zijn bureau. Van de dader geen spoor. Wat is er gebeurd? Deskundigen komen ter plaatse en vinden aanwijzingen: een patroonhuls, bloedsporen, textielvezels, vingerafdrukken… Daarmee moet jij het doen, want in ‘Moord in het Museum’ ben jij de detective. Acht forensische labo’s bezoek je en in elk daarvan vind je antwoorden op vragen en kom je de dader steeds dichter op het spoor. Maak kennis met de boeiende en veelzijdige wetenschap van de criminalistiek. Hanteer de modernste opsporingstechnieken, waarin chemie, biologie, fysica, tandheelkunde, ballistiek en insectenkunde je helpen. Proberen? Wapen je met je notitieboekje en schrijf in voor de lerarendag van ‘Moord in het Museum’ op woensdag 24 januari. Kom gratis met je gezin en ontmasker de dader van deze moord. Peter Witse deed het je al voor tijdens de opening van de expo.
Je bent welkom om 11, 13, 15 of 17 uur. Na een korte briefing en informatie over klasbezoeken en educatief materiaal, trek je je onderzoeksjas aan en volg je op eigen tempo een interactief parcours. Er is bloedstollende animatie voorzien, je krijgt een moorddrankje en je kan een demonstratie van het atelier (Labo “Opsporing verzocht”) bijwonen. Via eenvoudige uitleg en weetjes ontdek je meer over alle onderdelen van forensisch onderzoek en de wetenschappen die er komen bij kijken. Je beslist zelf welke sporen je verder volgt en welke je verlaat… Succes!
Hoe je via de wetenschap een moord oplost? Je doorloopt acht laboratoria:
Labo 1 – gerechtelijke geneeskunde: samen met de politiearts stel je de precieze doodsoorzaak en het tijdstip van overlijden vast. Hij onderzoekt het lijk en neemt monsters (bloed, cellen, organen) die hij laat analyseren.
Labo 2 – vingerafdrukken: vergelijk sporen die op de plaats van een misdaad genomen werden, met de vingerafdrukken van de slachtoffers en de eventuele verdachten.
Labo 3 – forensische tandheelkunde: schat de leeftijd van de overledene, achterhaal wie in een stuk voedsel of een mens heeft gebeten. Of help bij de identificatie van slachtoffers, vooral als een DNA- of vingerafdrukonderzoek niet meer mogelijk is.
Labo 4 – DNA en biologische sporen: elk biologisch spoor (bloed, sperma, speeksel) wordt met een foto voor een DNA-onderzoek naar een laboratorium gestuurd. We hebben allemaal ons ‘persoonlijk DNA’, daarom is dit een uitstekend identificatiemiddel. Ga het zelf na.
Labo 5 – schoensporen: Schoenzolen kunnen heel wat aanwijzingen geven: bloed van het slachtoffer, tapijtvezels van de plaats van een misdaad… Beschik je over een hele reeks voetstappen, dan kan je er nog meer uit afleiden (snelheid, richting, kreupele gang).
Labo 6 – vezels en microvezels: Verzamel zorgvuldig haartjes en vezels op en rond het slachtoffer. Het zijn kostbare aanwijzingen, want ze kunnen je vertellen of twee mensen elkaar aangeraakt hebben of dat er iemand op een bepaalde plaats was.
Labo 7 – forensische entomologie: wanneer iemand stierf, kom je te weten door te kijken welke insectenlarven op of in het lijk voorkomen. In een laboratorium groeien die onder gecontroleerde omstandigheden verder. Zodra de insecten volwassen zijn, kan de soort met zekerheid bepaald worden.
Labo 8 – ballistiek: elk wapen laat unieke sporen achter. De ballistische ‘vingerafdrukken’ op kogels en hulzen wijzen uit vanuit welk wapen ze komen. Zoek door een microscoop naar sporen op kogels en hulzen, vergelijk die met de gegevens uit de Nationale Ballistische Gegevensbank. Reconstrueer eventueel de baan die de kogel heeft afgelegd.
Extra: robotfoto’s: maak robotfoto’s op basis van getuigenissen en gezichtsreconstructies op basis van schedels.
Behalve met chemie, biologie, fysica kom je als misdaadonderzoeker meer specifiek in aanraking met thanatologie (onderzoek van het lijk), odontologie (studie van de tanden, tandafdrukken…), ballistiek (onderzoek van het wapen) en entomologie (studie van insecten op het lijk om o.a. het tijdstip van de dood te achterhalen). Je les over gebitten, insecten, haarstructuur, DNA en pakweg versnelling en traagheid zal nooit meer dezelfde zijn…
Surf naar www.lerarenkaart.be en vul daar het elektronisch formulier in. Duid er je voorkeuren aan. Inschrijven kan tot woensdag 10 januari. De eerste vijfhonderd aanmelders krijgen een bevestigingsmail retour. Druk die mail af en leg hem op 24 januari samen met je lerarenkaart voor aan het onthaal van het museum. Je naam en het aantal personen (eigen gezinsleden) staan genoteerd op de viplijst, kom dus zeker als je wordt uitgenodigd. Deze actie is gratis voor leraren en eigen gezinsleden (max. 5 personen in totaal).
Je contactpersoon voor deze actie is Hugo Vandendries – Educatieve Dienst – Museum voor Natuurwetenschappen – Vautierstraat 29 -1000 Brussel – tel. 02 627 42 47 – hugo.vandendries@natuurwetenschappen.be. Meer info vind je ook op www.natuurwetenschappen.be. De tentoonstelling ‘Moord in het Museum – Onderzoek een mysterieuze misdaad!’ loopt tot en met 2 september 2007. Daarna sluit het museum twee maanden lang zijn deuren om op 27 oktober 2007 de grootste Galerij van Dinosauriërs in Europa te openen.
Vijfhonderd leraren zoeken één moordenaar
Hoe verraden insecten het tijdstip van een moord?
Speel DNA-detective
In de voetsporen van de onderzoekspolitie
Hoe wetenschappers detectives worden