Klasse

Test je goededoelgevoel

Haïti, Glazen Huis of tsunami: schiet jij in actie op school?

De aarde in Haïti beeft, het goede doel herleeft. Nauwelijks een maand na het Glazen Huis voor het Rode Kruis, trekken leerlingen en collega’s weer aan je mouw en zetten een actie op het getouw. Neem je vliegensvlug initiatief op school of blijf je altijd even koel? Test je goededoelgevoel.

Vier dagen na een aardbeving kan een zakje chips je dag goedmaken. Maar hoe zet je de chipsgeneratie uit je klas aan tot actie?

1. Een collega start een project voor het goede doel. Hoe reageer je?
a. Ik trek onmiddellijk enthousiast mee de actie.
b. Leuk! Actie op school is ambiance troef.
c. Ik doe mee om mijn geweten te sussen.
d. Ik doe niet mee aan misplaatste naastenliefde.

2. Welk soort projecten wil je ondersteunen met je actie?
a. Noodhulp zoals voedselpakketten.
b. Duurzame projecten zoals onderwijsondersteuning.
c. Projecten die ten goede komen aan de school zelf.
d. Het maakt me niet uit waar het geld naartoe gaat.

3. Hoe maak je je actie bekend?
a. Ik praat er met mijn gezin over aan de ontbijttafel.
b. Ik praat liever niet over de actie want ik sta er niet achter.
c. Ik informeer leerlingen, ouders, collega’s via het e-platform.
d. Ik probeer onze actie in de pers te krijgen.

4. Hoe kaart je de actie voor het goede doel aan in je les?
a. Ik leg mijn leerlingen de voordelen uit. Er vallen lessen weg.
b. Ik enthousiasmeer mijn leerlingen met stevige argumenten.
c. Ik laat de leerlingen in de les debatteren en conclusies trekken.
d. Ik uit mijn ongenoegen over de actie ook in de klas.

5. Welk soort actie draagt jouw voorkeur weg?
a. Een spaghetti-avond.
b. Een sponsorloop met een festival als afsluiter.
c. Een lessenreeks rond ontwikkelingssamenwerking.
d. Een schooltombola voor de nieuwe klaslokalen.

6. Hoe reageer je op negatieve commentaar van collega’s?
a. Daar trek ik mij niets van aan. Laat ze maar zeuren.
b. Ik houd rekening met hun kritiek.
c. Dat ze het de volgende keer maar zelf doen.
d. Ik geef zelf het meeste commentaar. Wat een geldklopperij.

7. Wanneer is een actie voor het goede doel geslaagd?
a. Als ze geen extra inspanning vraagt van de leraren.
b. Als we zo veel mogelijk geld inzamelen.
c. Als we de leerlingen een geweten kunnen schoppen.
d. Als we de school met de actie een goed imago bezorgen.

8. Hoe volg je acties voor het goede doel op?
a. Mijn engagement stopt na de actie.
b. Ik breng de thematiek van het goede doel in mijn lessen.
c. Ik verlies geen kostbare lestijd aan goededoelgeleuter.
d. Ik laat de leerlingen over de actie napraten in de les.

9. Hoe past een actie voor het goede doel in het schoolbeleid?
a. Zo’n actie moet structureel in de jaar kalender zitten.
b. In acties voor het goede doel werk je aan de VOETen.
c. Bij echte noodsituaties mag de school een actie opzetten.
d. Acties voor het goede doel horen niet thuis op school.

10. Wat is de grootste valkuil voor een goededoelproject?
a. Dat de lessen lijden onder de organisatie van het goede doel.
b. Dat niet alle leerlingen en collega’s in actie schieten.
c. Dat het geld niet terechtkomt.
d. Dat het een vrijblijvend feestje wordt.

Tel je scores op

1. a = 3 b = 2 c = 1 d = 0
2. a = 2 b = 3 c = 1 d = 2
3. a = 1 b = 0 c = 3 d = 2
4. a = 2 b = 3 c = 1 d = 0
5. a = 1 b = 2 c = 3 d = 0
6. a = 2 b = 3 c = 1 d = 0
7. a = 0 b = 2 c = 3 d = 1
8. a = 1 b = 3 c = 0 d = 2
9. a = 2 b = 3 c = 1 d = 0
10. a = 1 b = 2 c = 0 d = 3

Mijn score

1 – 10 punten: beroepsbrombeer
Actie = druppel op een hete plaat! Je houdt niet van acties voor het goede doel. Die horen niet thuis op school. “We betalen zo al genoeg belastingen”, zo ventileer je je ongenoegen in de lerarenkamer en in de klas. Let op: voor je het weet, word je een verzuurde zeur. Tip: bekijk je schoolwereld niet steeds weer door jouw cynische bril. Want wat als jouw school in puin ligt en er niemand klaar staat om te helpen?

11 – 16 punten: gewoontedier
Actie = chaos! Een goed doel is goedbedoeld, maar je loopt er niet warm voor. De acties doorkruisen je lessen en je vreest dat je daardoor je leerplan niet kunt afwerken. Je kunt niet wachten tot de lessen opnieuw normaal verlopen. Tip: school is een mix van ernst en amu sement. Voelen je leerlingen zich goed op school, dan zeker ook in jouw les.

17 – 24 punten: actiefeestbeest
Actie = fun! Je zet de school op haar kop: met een feest en lesdoorbrekende activiteiten. Het goede gevoel primeert: als leerlingen en collega’s zich amuseren, weet je dat je actie het meest zal renderen. Let op: zorg ervoor dat er aan je actie inhoudelijk voldoende vlees zit. Tip: werk intensief samen met de goededoelorganisaties zelf. Zij vullen jouw spetterende actie inhoudelijk in.

Meer dan 24 punten: goeddoelgazelle
Actie = engagement! Mensen bewustmaken van de problemen in de wereld en hen activeren is voor jou topprioriteit. Let op: je kleedt je actie inhoudelijk zo sterk mogelijk in, maar vergeet niet dat je inspanningen het liefst ook renderen. Tip: laat je omringen door een stevig feestcomité. Die zorgen ervoor dat je actie leuk wordt en geld opbrengt.

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van maart 2010 (nr. 203)

Van pagina 32 tot en met 33