Klasse

Van how naar why

«Het onderwijs heeft niet adequaat gereageerd op de grote veranderingen na de tweede wereldoorlog. We mogen niet te star bezig zijn met wetenschap en technologie. Aandacht voor algemene vakken is méér dan noodzakelijk. Daarom moeten we terug naar een échte humaniora (ook een technische!): wég van de knowhowmentaliteit en op naar het knowwhy. Een specialist kan men kopen, een generalist moet men vormen.» Dat zegt prof. Dr. Ir. W. Geysen van de Faculteit Toegepaste Wetenschappen (K.U.L.) over technologie en wetenschap in onderwijs en onderneming.Geysen : «Het loopt fout als algemene vakken moeten wijken voor technologische. De vervroegde specialisering en overladen programma’s aan onze universiteiten stemmen tot nadenken. Gelukkig winnen de polyvalente kandidaturen weer steeds meer terrein. Ook ons secundair onderwijs moet meer evolueren naar conceptonderwijs. Daarbij moet de nadruk liggen op het aanleren van vaardigheden en problem solving. Talenkennis, dynamisme, flexibiliteit, zelfstandigheid en kunnen leiding geven zijn van het grootste belang.

In de technologie is de tijd van de eenzame uitvinder en het Eureka voorbij. Uitvindingen kunnen nu als het ware worden geprogrammeerd en we stellen een verschuiving vast van individueel naar groepswerk. Het onderwijs moet inspelen op wat er in de maatschappij gebeurt:

1.We worden overstelpt met (veel waardeloze) informatie. Daarom moeten de jongeren op elk onderwijsniveau leren hoe en waar ze de gepaste informatie kunnen vinden. Ze moeten zoekstrategieën kennen en leren synthetiseren.

2.We moeten opletten voor de vorming van vakidioten. Beter is een systeemopleiding waarbij we de grote lijnen en basisstructuren aanleren zodat leerlingen patronen kunnen herkennen.

3.Talenkennis is niet alleen belangrijk wegens onze toenemende internationale gerichtheid. Talen leren ons ook in systemen denken die enerzijds een formele structuur hebben maar anderzijds ook creatief kunnen worden ingevuld.

4.Elke vijf jaar verdubbelt de som van onze wetenschappelijke kennis. Om de drie jaar schrijft men technologische produkten af. Het gaat ontzaglijk snel. Om de ontwikkeling te kunnen begrijpen is het nuttig eens achterom te kijken. Daarom is geschiedenisonderwijs nog belangrijk.

5.De leraars moeten een conceptuele opleiding krijgen i.v.m. de sleuteltechnologieën. Voor de jaren negentig zijn dat C.A.M. (Computer Aided Manufacturing), sensoren, spraak en beeldherkenningssystemen, expertsystemen en communicatiesystemen. Na de eeuwwisseling komen daar waarschijnlijk lasertechnieken en biotechnologie bij.

6.Sociale vaardigheid is enorm belangrijk. In feite is het de enige belangrijke eis bij sollicitatie en aanwerving. De dynamische karakteristiek van de sollicitant moet aan de functionele karakteristiek van de job beantwoorden. Zo’n vaardigheid moet je léren.»

Dit artikel komt uit

Klasse voor Leraren van februari 1991 (nr. 12)

Van pagina 6