advertentie

Wie is bang van faalangst?

schrijf een reactie

«Claudia werkt hard voor school, maar is geregeld ‘ziek’ als er een aangekondigde toets op het programma staat. Alle leerkrachten klagen daarover. Wat zit daarachter?» Faalangst misschien. De ene leerling stimuleert het tot beter presteren, bij de andere werkt het verlammend. Wie last heeft van negatieve faalangst presteert onder zijn mogelijkheden.

 

1. Hoe herken je faalangst bij leerlingen?

- Een faalangstige leerling piekert veel, denkt negatief over zichzelf, heeft een gevoel van minderwaardigheid, is bezig met al wat kan mislopen;

- Lichamelijk stuurt hij ook signalen uit: hij heeft vaak hoofdpijn, maag- en buikpijn of is misselijk, hij zweet en trilt of heeft last van hyperventilatie; soms ook uit zich de faalangst in overbeweeglijkheid;

- Ook in zijn gedrag vind je aanwijzingen: faalangstigen zijn vaak verlegen, gesloten, doen zelden mee aan een klasgesprek; soms ook hangen ze de clown uit en kunnen ze niet stilzitten.

2. Wat doe je eraan?

- Praat met de leerling over zijn angst vanuit een vertrouwensrelatie;

- Geef vooral positieve feedback. Benadruk wat goed loopt;

- Laat merken dat mislukken mag, ook als het schooltaken betreft;

- Zoek met de leerling naar de verklaring van zijn succes of mislukking: benadruk eigen aandeel in succes;

- Zorg voor een vriendelijke, niet bedreigende klassfeer;

- Reageer gelijk op gelijke situaties, zeg en doe wat je werkelijk bedoelt;

- Stel realistische maar optimistische verwachtingen («Deze toets is wel moeilijk, maar haalbaar»);

- Geef bij nieuwe leerstof precies aan wat de kern is. Zeg duidelijk wat de leerlingen moeten kennen en kunnen binnen welk tijdsbestek.

Schrijf een reactie op dit artikel