Wie vaak toezicht houdt op de speelplaats of in de refter zal het vast beamen: een grote groep leerlingen in een kleine ruimte kan veel lawaai maken. Te veel, zo blijkt uit onderzoek van de arbeidsgeneeskundige dienst IDEWE. “In de sporthal meten we zelfs pieken tot 127 dB(A), het geluid van een startende straaljager.” En dat doet pijn, niet enkel aan de oren.
IDEWE voerde de geluidsstudie uit bij acht scholen in Vlaams-Brabant. “In de kleuterklassen schommelde het gemiddelde geluidsniveau tussen de 71 en 79 dB(a), net onder de schadelijke drempel van 85 dB(a)”, aldus professor lode Godderis (K.U.Leuven), die het onderzoek cordineerde. “Vooral wanneer kleuters heel enthousiast spelen, ruzie maken of huilen, gaat het geluid de hoogte in. Op de speelplaats meten we bijna voortdurend 90 tot 95 db(a). Dat is ongeveer even luid als een elektrische drilboor. Voor leraren lichamelijke opvoeding is de geluidsoverlast nog groter omdat zij lesgeven in grote kale ruimtes met veel achtergrondlawaai. Daardoor galmt het geluid veel meer na en moet de leraar steeds luider gaan schreeuwen om zich tussen het gejoel verstaanbaar te maken. 40 tot 60 procent van de leraren krijgt dan ook last met zijn stem. Ze zijn ook twee keer zoveel afwezig vanwege stemproblemen in vergelijking met andere professionele beroepssprekers.”
Godderis onderzocht ook de impact van al dat lawaai op het gehoor van 37 kleuteronderwijzers en sportleraren. “Meer dan 40 procent onder hen gaf aan soms tot vaak het gevoel te hebben niet goed te horen of moeite te hebben gesprekken te volgen in rumoer. Desondanks lag hun gehoor allemaal binnen de normale grenzen, wat te verwachten was gezien meer dan de helft van de deelnemers jonger was dan 35 jaar en het beroep minder dan 10 jaar uitoefent. Gehoorschade door lawaai treedt immers pas op na een langere periode. In tegenstelling tot arbeiders kunnen leraren echter niet met gehoorbeschermers op komen werken, hoewel ze vaak aan dezelfde geluidsniveaus worden blootgesteld.”
Decibelmeters in de klas
“Een van de leraren l.O. kwam hier elke dag met oordopjes naar school omdat ze horendol werd van het lawaai in de turnzaal”, zegt directeur Nadine amelinkcx van de Hollebeekschool in Temse. “Omdat het vroeger een parochiezaal was, galmde het geluid alle kanten op. Zelfs tijdens het oudercontact kon iedereen alles horen. Dat is niet echt goed voor de privacy. Na klachten van leerlingen en leraren hebben we dan ook geluidsabsorberende panelen aangebracht in de zaal. Nu is de akoestiek er veel beter. Het probleem in de turnzaal heeft ons ook bewuster gemaakt van de geluidsproblemen elders op school. Daarom gaat de schoolbel tijdens de schoolvakanties voortaan uit en zijn we met een decibelmeter in alle klassen langsgegaan om de leerlingen te sensibiliseren.”
“Kinderen het zwijgen opleggen hoeft niet”
In de Gentse Visitatieschool was het directeur Viviane Gistelinck zelf die aan de alarmbel trok. “Vooral in de refter werd je gek van het lawaai. 120 kinderen in een gesloten ruimte: die krijg je niet zomaar stil. Met een jaarthema ‘Hoe breng ik rust op school?’ hebben we dan ook alle lawaaibronnen op school in kaart gebracht. In de refter kwamen speciale geluidspanelen en in de klas temperen we het lawaai met gordijnen en tapijten. Dat zorgt voor stof, maar door voldoende schoon te maken kan je dat nadeel snel afblokken. Uiteraard helpt isolatie alleen niet om de geluidshinder terug te dringen. Daarom leren we de kinderen ook om zich rustig te gedragen, niet te roepen in de gangen en te zwijgen als ze van lokaal verwisselen. Deze gedragsregels staan ook in het schoolreglement.”
“Door enkele gerichte akoestische ingrepen kan je het lawaai op school al fel inperken. kinderen het zwijgen opleggen hoeft niet”, aldus professor Godderis. “Denk maar aan voldoende geluidsisolatie in plafonds en wanden en geluidsabsorberende materialen. Je kan het probleem ook aan de bron aanpakken door slechts een aantal kinderen gelijktijdig op de speelplaats of in de sportzaal toe te laten. als je in een sporthal met drie delen alleen de twee buitenste delen gebruikt en het middelste als buffer vrijlaat, verlaagt de geluidsbelasting eveneens. Ten slotte kan een rotatiesysteem helpen om de duur van de blootstelling te beperken: laat niet altijd dezelfde oren alle lasten dragen.”
Ook recente gebouwen zijn niet geluidsdicht
Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuwe Belgische norm voor akoestiek in en rondom schoolgebouwen. Dat is broodnodig, want de huidige normen volstaan niet. Zelfs redelijk nieuwe schoolgebouwen maken hun akoestische beloftes niet altijd waar, zo blijkt uit eerder onderzoek van de afdeling bouwfysica van de K.U.Leuven. Gebruikers klagen daarbij vooral over rumoer op de speelplaats dat doordringt tot in de klassen, te harde wanden en vloeren, te dunne scheidingswanden en contactgeluid van bovenliggende klassen.
De VLAREM-milieuwetgeving beschouwt scholen als ‘stiltebehoevende instellingen’. Dit betekent dat bedrijven in de omgeving van scholen striktere geluidsnormen moeten volgen. Maar ook de school zelf moet zich aan bepaalde regels houden. Zo mag de school tussen 7 en 19 uur niet meer dan 45 dB(a) geluid produceren, na 19 uur 40 dB(a) en na 22 uur slechts 35 dB(a). De inplanting van airco’s, ventilatoren, koelinstallaties en luidruchtige werkplaatsen is dan ook cruciaal. Bij schoolfeesten, fuiven en dergelijke moet de school geluidshinder door versterkte muziek zo veel mogelijk beperken. Het geluid van spelende leerlingen telt gelukkig niet mee.
“De ramen sluiten tegen het lawaai is kiezen tussen de pest en de cholera”
“Hoewel onze school vlakbij een drukke spoorweg ligt, hebben we meer last van het lawaai van het doorgaand verkeer in de straat ernaast”, zegt Viviane Gistelinck. “Daarom houden we de ramen soms gesloten. elke vrijdagmiddag zetten we op vraag van de leerlingen ook muziek aan op de speelplaats. Ik kan me voorstellen dat dit wat geluidsoverlast veroorzaakt voor de buren. Doordat de meeste buurtbewoners hun leerlingen hier zelf naar school sturen, zijn we tot nog toe gespaard gebleven van klachten. een goede dialoog helpt om problemen te voorkomen.”
Te luid praten? licht op rood!
Jo Degrande, beleidsondersteuner op de stedelijke basisschool Roeselare, installeerde zelfs een akoestisch verkeerslicht in de eetzaal om de leerlingen bij de les te houden. “Dat kan je instellen op een bepaald geluidsniveau. Gaan de leerlingen over de 85db(a), dan schiet het licht op rood. Dan moeten ze verplicht tien minuten hun mond houden.”
“Een leuk idee, maar het effect op lange termijn is niet bewezen”, aldus professor Godderis. “Je kan beter als leraar zelf het goede voorbeeld geven. Praat niet te lang en zet de muziekinstallatie niet harder dan nodig. Verhef zo weinig mogelijk je stem en schreeuw enkel als waarschuwing of bij gevaarlijke situaties. Geef geen instructies op afstand, maar probeer zo dicht mogelijk bij de leerlingen te gaan staan of gebruik waar nodig een fluitje.” De ramen sluiten om het geluid buiten te houden, is geen goed idee. “Dat is kiezen tussen de pest en de cholera. Een gezond binnenklimaat en thermisch comfort zijn minstens even belangrijk als een geluidsarme omgeving. Het heeft geen zin om de zuurstof samen met het geluid uit de klas te houden.”
Hoe spaar je je stem en wanneer is luid spreken gevaarlijk? Check de tips van stemcoach Bernadette Timmermans in het filmpje ‘Doe de stemtest’ op www.tvklasse.be.

Als laatstejaarsstudente wordt er verwacht van ons dat we een onderzoeksproject uitvoeren. Ik heb ge...
Michelle op “Geef kinderen 31 minuten meer speeltijd”
Er zou tijdens speeltijden al veel minder geplaagd en gepest worden, als er uitdagende groene speelp...
Annemie op “Geef kinderen 31 minuten meer speeltijd”