Kelly vertelt je dat ze thuis misbruikt wordt door haar vader. Enkele weken en zesentwintig gesprekken later doet ze voor het eerst haar verhaal aan de politie. «Vaak komt het kind dan niet met zijn eigen versie, maar met gekleurde ‘feiten’», zegt Hans De Wiest, hoofdinspecteur van de federale politie. Hans heeft het diploma van onderwijzer, verhoort kinderen en leidt politiemensen op voor kinderverhoor. Of leerkrachten ook iets van hem kunnen opsteken?
Kelly is dertien en sinds september nieuw op school. Ze heeft erg veel aanpassingsproblemen en weent vaak in de klas. Haar ouders zijn gescheiden en hebben allebei een nieuwe partner. Op het laatste oudercontact in januari bespreek je met haar moeder hoe je de problemen van Kelly het best samen kan aanpakken. Het gaat nu beter. Misschien lost het probleem zich wel vanzelf op, denk je. Tot Kelly je na de les met horten en stoten komt vertellen dat ze wordt lastiggevallen door haar vader. Wat doe je?
Moet je met Kelly praten of hou je beter de bal af en stuur je haar meteen door naar specialisten?
Hans De Wiest, hoofdinspecteur federale politie: «Het feit dat Kelly op dit moment met horten en stoten naar jou stapt is belangrijk. Inhoudelijk zegt ze eigenlijk niet veel. Wat betekent dat ze ‘wordt lastiggevallen’ door iemand die ze als ‘haar vader’ benoemt? Kelly is naar jou gekomen en nu moet jij je tijd nemen en luisteren. Stel het gesprek niet uit en zoek een veilige ruimte om te praten. Dat kan het klaslokaal zijn. De ‘spreekkamer’ of het ‘salon’ van de directeur zijn vaak geladen ruimten. Laat je niet verleiden om met Kelly in een café, een snackbar of fastfoodrestaurant af te spreken. Verleiden en belonen zijn technieken die de mogelijke misbruiker ook toepast. Ze kunnen Kelly stimuleren om een verhaal te brengen als wederdienst, omdat je haar tracteert op bv. een ijsje of drankje. Kelly kan ook volledig dichtklappen omdat ze de techniek van de misbruiker herkent. Meer dan 80 procent van de communicatie is non-verbaal. Ga dus uitnodigend zitten. Kijk niet voortdurend op je horloge, ga niet je boekentas klaarmaken of zeg niet dat je weinig tijd hebt en naar huis moet.»
Stel dat je het signaal van Kelly negeert. Omdat je geen tijd hebt, je je niet opgeleid voelt voor zulk gesprek.
Hans De Wiest: «Leerlingen die een leerkracht of CLB-medewerker in vertrouwen nemen, hebben hen vaak al op voorhand getest. Ze komen eerst met een ander probleem, bv. een probleem van studiemethode. Ze verkennen je. Kinderen doen dat thuis ook vaak met hun eigen ouders. ‘Papa, hoe zou jij reageren als ik je morgen zou vertellen dat ik mijn eerste sigaret heb gerookt?’ Het is dus geen toeval dat Kelly naar jou komt. Haar signaal negeren mag niet. Wij hebben al dossiers binnengekregen waar een leerkracht een hulpvraag zo flagrant negeerde, dat hij door het parket werd vervolgd voor ‘Schuldig verzuim’. Het probleem van je afschuiven en via de directeur meteen de gerechtelijke diensten op de hoogte brengen is ook geen goede zaak. Je weet immers nog niets en je kan zo meer kapot maken dan je ooit kan herstellen.»
Wat zeg je dan tegen Kelly?
Hans De Wiest: «Gewoon: ‘Vertel maar Kelly, alles wat je kwijt wil’. Dan moet je als leerkracht zwijgen en Kelly haar verhaal laten doen. Zij beslist wat ze vertelt en wanneer: ‘Ik ben tijdens het weekend bij papa geweest en vond het niet leuk’. Onderzoek toont aan dat de volwassen gesprekspartner een kind al na zeven seconden onderbreekt en vragen gaat stellen: ‘Wat was niet leuk?’ Dat is verkeerd. Je zorgt er niet alleen voor dat je het verhaal van het kind onderbreekt. Kinderen zijn geneigd om vanaf dat moment enkel nog op vragen te antwoorden, ze vertellen niet meer hún verhaal.»
Leerkrachten kunnen dus beter geen vragen stellen?
Hans De Wiest: «Met je vragen onderbreek je niet enkel het verhaal van Kelly. Volwassenen maken vaak fundamentele fouten als ze vragen stellen. Ze gaan interpreteren of suggereren: ‘Heeft papa jou aangeraakt op plaatsen waar je niet wil?’ Denk niet te snel dat je begrijpt wat er gebeurd is. Het is de belangrijkste fout die ook de politieman maakt: hij interpreteert wat het kind hem zegt.
Kinderen horen vaak vragen als ‘Hoe was het op school vandaag. Goed?’ en ‘Je ziet er niet goed uit. Heb je buikpijn?’. Het zijn klassieke voorbeelden van vragen die we zelf invullen. Het is moeilijker voor het kind om plots open vragen te beantwoorden: ‘Vertel eens, hoe was jouw weekend’. Kelly mag zo zelf bepalen wat en hoe ze iets wil zeggen. Maar het is nog veel moeilijker voor ouders en leerkrachten om die ‘open’ vragen te stellen en dan gewoon te luisteren en niet te onderbreken met vragen over wat jíj nú wil weten.»
Hoe zorg je ervoor dat Kelly zoveel mogelijk vertelt?
Hans De Wiest: «Leerkrachten voelen zich erg ongemakkelijk als er stiltes vallen, als Kelly enkele seconden zwijgt. Je bent dan geneigd om een vraag te stellen. Die stilte betekent niet noodzakelijk dat Kelly niets wil zeggen. Misschien moet ze gewoon nadenken over hoe ze iets kan zeggen, of moet ze haar gedachten eerst afmaken en de juiste woorden zoeken. Respecteer die stilte. ‘Ik merk dat je het moeilijk hebt om dit te vertellen, gaat het nog?’ Forceer niet. Overstimuleer Kelly niet om iets te vertellen: ‘Ik zou het nu wel graag willen horen’. Je zet haar aan tot fantaseren, toevoegen en/of overdrijven. Ze kan ook gewoon op je suggesties ingaan om je te plezieren of omdat ze ziet dat je zo bezorgd bent. Welk kind krijgt er niet graag extra aandacht…
Als Kelly stilvalt nadat ze zegt ‘Papa heeft iets gedaan dat ik niet graag heb’, kan je bv. ook letterlijk haar laatste woorden herhalen ‘Je zegt dat je niet graag hebt wat papa deed?’ Voeg niks toe. Dit nodigt uit om verduidelijking te brengen. Laat Kelly ook voelen dat je mee bent. Dat kan je doen door te hummen: ‘hm’.»
De politie maakt een verschil tussen de ‘feitelijke waarheid’ en de ‘gezondheidswaarheid’. Hoe zit dat?
Hans De Wiest: «Voor ze met haar verhaal bij de politiediensten komt, hebben gemiddeld al 26 mensen uit Kelly’s omgeving met haar gepraat. De (foute) vragen die al aan Kelly gesteld werden, kunnen deel gaan uitmaken van haar verhaal, de gezondheidswaarheid: de waarheid waarmee ze probeert te overleven. Wij krijgen dus vaak een vervormd verhaal. Ondanks de goede bedoelingen van de leerkrachten bemoeilijken ze het onderzoek. Soms gaat het zo ver dat we het verhaal van het kind niet geloven. Het gerecht heeft als opdracht op zoek te gaan naar die feitelijke waarheid, de feiten te stoppen en de dader zonodig te vervolgen. De school, de leerkracht moet ervoor zorgen dat Kelly wordt geholpen.»
Uit het verhaal van Kelly blijkt dan dat ‘lastiggevallen’ eigenlijk ‘seksueel misbruikt’ betekent. Kelly vraagt je om haar verhaal geheim, voor jezelf te houden. Kan je dat?
Hans De Wiest: «’Je mag het aan niemand zeggen’ kan betekenen: ‘Ik wil dat je me gelooft, ik wil dat je met mij rekening houdt, dat je niet naar mijn ouders stapt, dat je het niet vertelt aan de directeur, het gerecht’. Kelly wil niet dat haar vader achter de tralies gaat. Ze ziet hem graag, wat jij of anderen ook van hem zeggen. Ze wil gewoon dat de feiten ophouden. Vraag aan Kelly waarom ze het verhaal vertelt, wat ze wil dat nu gebeurt. Wees eerlijk: vertel haar dat jij, net zoals zijzelf, het verhaal niet voor jezelf kan houden. Dat je hulp moet zoeken. Bespreek wat jullie samen kunnen doen. Stel het in ieder geval voor als een we-zaak. Kelly moet het gevoel krijgen dat ze mee de touwtjes in handen heeft. Je kan bv. na het eerste gesprek met Kelly
‘s anderendaags opnieuw met haar afspreken en bekijken welke stappen je samen verder zet. Leg niet meteen te veel druk op haar schouders (‘Ik wil vanavond nog met je moeder praten’, ‘Ik stap meteen naar de politie’). Je loopt het risico dat Kelly haar vertrouwen verliest en afhaakt. Ze gaat dan plotseling de feiten ontkennen of minimaliseren: ‘Ik heb gewoon wat verzonnen om papa te straffen voor zijn nieuwe vriendin’.»
Wat vertel je op school? Is het goed dat iedereen op school weet wat met Kelly is gebeurd?
Hans De Wiest: «Als alle leerkrachten en haar klasgenoten weten dat Kelly misbruikt is, loop je het risico dat zij haar ook enkel gaan bekijken als slachtoffer. Je riskeert bij Kelly een trauma te veroorzaken door de reactie van de omgeving: ‘Ocharme, dat meisje’. Maar misschien wil Kelly het zelf wel zeggen, wil ze er wél over praten in de klas. Gevallen van misbruik kunnen op school het best door een beperkt team bekeken worden: de directeur, de CLB-medewerker, de leerlingenbegeleider in samenspraak met het vertrouwenscentrum kindermishandeling. Maar jij blijft de vertrouwenspersoon. Kelly zal pas hulp aanvaarden als ze zich voldoende veilig voelt. Het team op school moet uitmaken wanneer ze naar de moeder van Kelly stapt, met welke deskundige Kelly praat, waar, tijdens welke lessen en hoe je haar afwezigheid uitlegt aan de klasgenoten, de andere leerkrachten, haar ouders Kelly heeft het verhaal aan jou gedaan. Jij bent haar vertrouwensleerkracht. Elke stap die gezet wordt, blijft in samenspraak met Kelly. Laat niet plotseling de directeur uit een soort van begrijpelijke verantwoordelijkheidszin jouw taak overnemen.»


onze school vindt dat we dit moeten blijven zeggen. Sinds we in 2007 onze parking heringericht hebbe...
luc denys op “Goeiedag is rap gezegd”
CollegaIs inderdaad verwarrend maar blijkt dat dzeze info werd geplaatst op 30 augustus en dus g...
Martine Kurrels op Nieuw op 1 september