advertentie

Paul Marchal: onderwijzer, papa, vriend

schrijf een reactie

«Mijn werk doet mij veel dingen even vergeten. Wat er gebeurd is, kan nooit meer ongedaan gemaakt worden. En toch krijg ik van deze kinderen zoveel terug, dat het mij helpt.»«Vanmorgen heb ik nog net twee kranten gekocht», zegt hij. «Ik wil er nog elke dag alles over lezen». Hoeveel pijn dat na acht jaar nog doet en hoeveel eelt een mens op zijn ziel verdraagt, willen we weten. Op 1 maart begint het proces Dutroux. Paul Marchal zal er zijn. Maar vandaag staat hij voor de klas. Bij Tom en Klaartje en Enes.

 

Tom (12) rijdt Klaartje (12) de klas binnen. Enes (14) is de enige die een elektrische rolstoel heeft. «Hij heeft nog een beetje problemen om ermee te rijden», lacht Paul Marchal. «Hij botst overal tegenaan.» De kinderen van de socialisatiegroep komen bij hem handvaardigheid volgen. Terwijl ‘meester Paul’ Enes een tekenpapier geeft, helpt Tom Klaartje. «Tom zorgt graag voor Klaartje», zegt Paul Marchal. Hij deelt de groene kleurkrijtjes uit. Klaartje heeft het moeilijk om het krijtje vast te houden. Geduldig klemt de meester het weer in haar handen. Hij houdt haar hand vast en helpt kleuren. «De kinderen van deze socialisatiegroep zijn mijn lievelingen. Klaartje weende gisteren aan de telefoon, toen haar mama belde dat ze niet kon komen. Ze komt zo graag naar school. Maar vandaag is ze er opnieuw bij. Deze kinderen hebben mij geleerd dat je tevreden kan zijn met kleine dingen.» Enes zegt plots dat hij een vriendinnetje heeft en hij wil de naam in het oor van meester Paul fluisteren. Wanneer Paul Marchal zich naar hem buigt, krijgt hij plots een kus op zijn wang. «De kinderen zien hem graag», fluistert de directrice. «Ik weet niet hoe hij het doet, maar elke keer weer slaagt hij er in om de kinderen voor zich te winnen. Hij houdt van zijn job. Hij doet dit werk met hart en ziel.»

«Mijn werk doet mij veel dingen even vergeten», zegt Paul Marchal. «Wat er gebeurd is, kan nooit meer ongedaan gemaakt worden. En toch krijg ik van deze kinderen zoveel terug, dat het mij helpt. Het heeft haast een therapeutische werking.»

Paul Marchal is sinds 1973 leraar. «Zoals dat ging in het begin viel ik van de ene interim in de andere. Ik wist eigenlijk al van bij het begin dat ik met gehandicapten wilde werken en volgde ook zodra ik afgestudeerd was vrijwillig de cursus om met deze kinderen te kunnen werken.» In de buitengewone basisschool Heideland vindt hij zijn vaste stek.

«Mijn gsm, mijn troost»

Op 23 augustus 1995 verdwijnt An. Paul Marchal: «Dat jaar ben ik pas weer naar school gegaan in februari. Net voor ik opnieuw begon had ik mij een gsm aangeschaft. Die had ik altijd bij me voor het geval er nieuws was. Dan was ik toch bereikbaar. Die gsm was mijn troost. Ik denk dat ik anders niet had kunnen gaan werken. Toen we met de klas op bosklassen gingen, verstopte ik stiekem mijn auto in de buurt, voor het geval dat Het moeilijkste in die periode was dat ik met kinderen bezig moest zijn, terwijl ik niet wist wat er met mijn eigen dochter gebeurd was.»

Op dat moment heeft Paul Marchal een klas met licht mentaal gehandicapten. «Die kinderen kenden natuurlijk mijn kop van de tv en van de kranten. Eén van die eerste dagen hoorde ik een jongetje iets fezelen. De andere antwoordde: ‘Daar mag je niet over spreken.’ Ik begreep dat het over An ging en stelde ze gerust: ‘Je mag er wel over praten, hoor.’ En we hadden een heel open gesprek over de verdwijning. De kinderen zaten met veel vragen. Ik ook. Op dat moment beseften die kinderen: dat is onze meester maar dat is ook een papa. Nu en dan vroegen de kinderen of ik al iets wist, heel ongedwongen, echt geïnteresseerd. Gewoon weten dat het bespreekbaar was, maakte hen al rustig. Voor mij kwamen die vragen vaak heel hard aan. Ik probeerde er zo goed mogelijk op te antwoorden, want veel wist ik ook niet op dat moment.»

«Er is iets gestopt»

Een jaar later, op drie september, wordt An gevonden. «Op één september was ik nog op de Franse tv geweest voor een oproep in het programma ‘Perdu de vue’. Het viel mij enorm zwaar om opnieuw aan het werk te gaan. Ik stelde weer naar school gaan steeds uit. De wereld draait door maar voor ons was er iets gestopt», vertelt Paul Marchal.

«In februari ging ik toch opnieuw werken. Het was niet vanzelfsprekend. De kinderen stelden vragen over dood, verdriet, verkrachting, incest. Erover praten deed pijn maar het hielp voor mij. Op een dag zei een jongetje: ‘Meester, die dingen gebeuren niet alleen met meisjes. Ook jongens worden misbruikt.’ Ik zag in zijn blik dat hij wist waarover hij het had. Daar werd ik toch even stil van. Ik dacht: ‘God, wat doen mensen hun kinderen toch aan’. Achteraf heb ik hem apart genomen en mij open gesteld voor zijn verhaal. Schrijnend was het. Je voelt je zo machteloos. Al wat ik kon doen was luisteren naar zijn verhaal. Op dat moment was dat voor hem al een hele hulp.»

«Waar is het potlood?»

«De ontsnapping van Dutroux was een grote schok. Hoe kon zoiets gebeuren? Ik was mijn geloof en vertrouwen in de politie en het gerecht helemaal kwijt. Is niemand nog veilig? Ook de golf van reacties die overal losbrak, de verhalen, de bekentenissen over misbruik die de media overspoelden. Het werd mij allemaal te veel. Een depressie volgde. Ik kreeg ook heel wat kritiek te verwerken. Ik was op tv te zien maar niet op school. De collega’s reageerden verdeeld.» Als reactie op zijn frustratie over het gerechtelijk apparaat stichtte hij de Partij voor een nieuwe politiek in België. «Dat is de grootste vergissing van mijn leven geweest. Daar wil ik liever niet meer over praten of aan herinnerd worden.»

Toen Paul Marchal dat schooljaar weer naar de klas ging, moest hij vaststellen dat hij geen klas meer had, maar dat hij handvaardigheid moest geven. In de socialisatiegroep betekent dat kinderen zelfredzaam leren zijn, zoveel mogelijk proberen met hen gedaan te krijgen. «Ik wilde als jonge kerel ooit per se in het lager onderwijs staan, omdat je dan als leraar een groep kinderen krijgt met wie je een heel jaar lang kan werken. Je legt samen met die kinderen een zekere weg af. Dat ik nu een vak moest geven, leek of ook die droom kapot was. Die eerste dag wist ik niet waar ik moest beginnen. Ik wist niet wat ik van die kinderen kon verwachten. Eén van hen keek bij het binnenkomen naar een grote pot kleurpotloden. Ik kleefde een tekenblad op zijn tafel en gaf hem een zwart potlood. Ik zette ook de andere kinderen aan het werk. Toen ik mij weer omdraaide, was de helft van het potlood verdwenen. De mond en de mondholte van de jongen waren net een zwart gat waar ik in keek. In paniek haalde ik de verpleegster en een kinderverzorgster er bij. Zij zagen wat er gebeurd was en begonnen hartelijk te lachen. Ik snapte dat er geen gevaar was en eigenlijk was het best een komisch zicht. We lachten tranen. De ongemakkelijke situatie was plots voorbij. Ik ging opnieuw aan de slag.»

«Jij bent de eerste lijn»

«Of die hele toestand met Dutroux mij veranderd heeft? Ik denk dat ik mij veel minder druk maak. Als er vandaag controle zou binnenkomen, dan zal ik wel zien wat ze opmerken. Ik doe mijn best. Ik krijg gelukkig veel steun van mijn collega’s. Het zijn die kleine dingen die het draaglijk maken.» Hij draait zich naar Klaartje, die aandachtig heeft zitten luisteren. «Normaal brengt Klaartje altijd een koek mee voor de meester. Ik zeg dan dat ik liever bruine chocola eet en nu heeft ze weer een koek met witte chocola mee.» Klaartje schatert het uit. «Die kinderen vertellen mij alles. Als leraar moet je kinderen mee opvoeden. Misschien nemen ze mij gemakkelijker in vertrouwen omdat ze weten wat ik heb meegemaakt, maar dat geldt voor elke leraar. Je moet nooit denken: dat is niets voor mij. Als een kind aan jou zijn verhaal kwijt wil, dan moet je er wat mee doen. Jij bent de eerste lijn.»

Paul herinnert zich een klasmoment van enkele jaren geleden. «De kinderen waren weer met vragen rond verkrachting en misbruik afgekomen. Het deed pijn voor mij omdat ik voortdurend herinnerd werd aan wat er met An gebeurd was maar voor de kinderen moest ik mij daar over zetten. Ik stelde ze voor om hun zwarte gevoelens te tekenen. Eén jongetje wilde niet tekenen. Hij legde zijn hoofd op de bank, tussen zijn armen. Heel rustig en ongedwongen ben ik met hem gaan praten. Ik probeerde hem op zijn gemak te stellen en plots vertelde hij zijn verhaal. Het was heel shockerend. Ik wist dat ik dit niet alleen zou kunnen oplossen. Maar wanneer ik er iemand anders zou bij halen, was de kans groot dat hij weer zou dichtklappen. Hij had dat verhaal nog nooit aan iemand verteld. In zo’n situatie denk ik dat het belangrijk is dat je het kind niet het gevoel geeft dat je het wegstuurt. Je moet het laten aanvoelen dat het door iemand in vertrouwen te nemen, nog meer hulp kan krijgen. Ook al kan je op dat moment niets meer doen dan luisteren. Ik was op dat moment zijn vriend.»

«Je openstellen»

«Een leraar is geen psycholoog, geen psychiater. Je kan niet alle problemen oplossen en dat is ook niet nodig», zegt Paul Marchal. «Als een kind een signaal geeft, moet het de kans krijgen om voluit te gaan in zijn getuigenis. Als een kind wil fantaseren, is dat ook een signaal.»

In het Huis van An komen wekelijks een vijftal kinderen die op zoek zijn naar iemand die ze kunnen vertrouwen, aan wie ze hun verhaal kunnen doen. Kinderen hebben daar behoefte aan.

Paul Marchal: «Als jij je daarvoor wil open stellen als leraar, geef gerust dat signaal. Maar zorg ervoor dat je het vertrouwen van dat kind dan ook waard bent. Loop niet zomaar met zijn verhaal te koop. Wees eerlijk. Als jij het kind niet kan helpen, geef dat ook toe, zoek samen naar de best mogelijke oplossing. Ik ben er mij van bewust dat ik in een bevoorrechte positie zit om wat er allemaal gebeurd is. En tegelijk is dat een heel zware last om te dragen. Gelukkig kan ik bij verscheidene mensen raad vragen. In alle omstandigheden moet het kind centraal blijven. Dat is de belangrijkste boodschap, denk ik.» Tom geeft Klaartje nog een boterhammetje. Paul Marchal kuist de neus van Enes af.

Wie wil nalezen hoe je zelf als leraar die eerste lijn kan zijn, kan terecht bij De Eerste Lijn van Klasse op www.klasse.be. Voel je je onzeker, vraag dan hulp maar respecteer het kind, wat er ook gebeurt.

Vertrouwenscentra voor Kindermishandeling: Antwerpen: tel. 03 230 41 90 · West-Vlaanderen: tel. 050 34 57 57 ·
Vlaams-Brabant: tel. 016 30 17 30 · Brussel: tel. 02 477 60 60 · Oost-Vlaanderen: tel. 09 216 73 30 · Limburg: tel. 011 27 46 72
Klasse voor Leerkrachten 142, februari 2004, p. 44-45

Schrijf een reactie op dit artikel