Zijn leraren profs?

schrijf een reactie

 Alexia Deneire en prof. Peter Van Petegem: «In Zweden heeft haast elke leerkracht op school zijn eigen pc. Duidelijker kan je een leerkracht niet ondersteunen.»Zijn leerkrachten professionals of amateurs? Universitaire onderzoekers vergelijken Vlaanderen met andere Europese landen: nascholing, begeleiding en computers leggen professionele knelpunten bloot. Meer dan 200 Vlaamse secundaire scholen deden aan het onderzoek mee. Ze kregen hun eigen rapport. Geslaagd? Hoe boeren Vlaamse secundaire scholen en hun leerkrachten in vergelijking met hun collega’s in andere Europese landen? Drie thema’s, drie vaststellingen:

1. Vlaamse leerkrachten scholen zich regelmatig bij. Ze nemen volop deel aan workshops, bedrijfsbezoeken, vakgroepwerk. Maar vergeleken met andere Europese landen gaan ze veel minder ideeën sprokkelen bij collega’s of collega-scholen. Ook actief deelnemen aan netwerken van leerkrachten of collega’s coachen doen ze minder. De modernere vormen van nascholing staan bij Vlaamse leerkrachten duidelijk niet zo vaak op de agenda.

2. Zesdejaars die in het algemeen secundair onderwijs zitten, krijgen in veel scholen individuele begeleiding als ze willen voortstuderen. Maar laatstejaars begeleiden naar de arbeidsmarkt is in de meeste Vlaamse scholen een zwak punt. Dat gemis uit zich vooral in het technisch en beroepssecundair onderwijs. In veel andere Europese landen begeleiden scholen hun laatstejaars meer en ruimer. Vlaanderen blijft onder het Europees gemiddelde.

3. Vlaamse scholen tellen vandaag ongeveer één pc per acht leerlingen. Daarmee plaatst Vlaanderen zich ruim in de Europese middenmoot. Maar als het erop aankomt de pc, internet of e-mail in de les te gebruiken, zakt Vlaanderen onder het Europees gemiddelde. En telt men het aantal pc’s in scholen waarvan (enkel) leerkrachten gebruik kunnen maken, dan is Vlaanderen het karigst bedeeld.

Nascholing: vooral workshops

1. Percentage leerkrachten dat zich naschoolt via een didactisch netwerk van leerkrachten, al of niet met behulp van internet. Moderne nascholing moet in Vlaanderen nog zijn plaats veroveren.

Begeleiding: niet voor jobs

2. Percentage leerlingen dat in het laatste jaar individuele loopbaanbegeleiding krijgt. Vlaamse scholen blijven onder het Europees gemiddelde.

Computers: te weinig

3. Aantal leerkrachten per computer die de school speciaal voor hen ter beschikking stelt. Vlaanderen staat onderaan, de Scandinavische landen afgescheiden bovenaan.

«Goede praktijkvoorbeelden vind je meer in je eigen school dan je denkt.»

Wat hebben een cursus stemtechniek, jobadvies voor zesdejaars en e-mail in de les met elkaar te maken? Op het eerste gezicht niet veel. Maar met een Europees onderzoek leggen onderzoekers van Universiteit Antwerpen het verband: ondanks al hun inzet en energie lopen Vlaamse leerkrachten hier en daar professioneel achter. Wat is er aan de hand?

Sinds het schooljaar 2001-2002 beschikken Vlaamse scholen over minstens één pc per acht leerlingen. Europees zit Vlaanderen daarmee dik in de middenmoot. Is dat wel een reden om pessimistisch te zijn?

Alexia Deneire, onderzoeker, Universiteit Antwerpen: «Gemiddelden verbergen veel. Achter dat cijfer van één pc per acht leerlingen schuilt een enorme variatie: in de ene school vind je bijna één computer per leerling, in de andere amper één per honderd leerlingen. Idem met internetverbindingen. Die grote variatie is op zijn minst verontrustend, want het PC/KD-project streefde wel degelijk naar één pc per tien leerlingen in élke school. Bovendien geven de directeurs van meer dan de helft van de 233 Vlaamse scholen die aan het onderzoek meededen aan dat hun pc’s verouderd zijn.»

Doen andere Europese landen dan zoveel beter?

Alexia Deneire: «Qua aantal pc’s per leerlingen en per leerkracht liggen vooral de Scandinavische landen ver voorop. Daar staan één pc per twee tot vijf leerlingen klaar. De toestellen zijn er ook minder verouderd. Dichter bij ons moeten we enkel Frankrijk laten voorgaan. Als je vervolgens kijkt naar het gebruik van de computer en meer bepaald van internet en e-mail in de les, halen we in Vlaanderen het Europees gemiddelde al niet meer. Maar het meest alarmerende cijfer is niet het aantal pc’s per leerlingen op school, maar het aantal pc’s dat scholen ter beschikking stellen van hun leerkrachten. Hier hangt Vlaanderen aan de Europese staart. Vergelijk 15 leerkrachten per pc met het Europees gemiddelde van ruim 7 leerkrachten per pc en je weet genoeg. En ook hier is variatie troef: in sommige scholen kunnen leerkrachten geen enkele pc gebruiken, andere hebben één pc per twee à drie leerkrachten geïnstalleerd.»

Waarom is dat een probleem? De meeste leerkrachten hebben intussen toch een eigen pc thuis.

Prof. Peter Van Petegem, Universiteit Antwerpen: «Omdat het meer dan waarschijnlijk het topje van de ijsberg is van de gebrekkige werkomstandigheden van leerkrachten. Het tekort aan pc’s per leerkracht kan een teken zijn hoe amateuristisch we vandaag de rol van de leerkracht invullen. Op alle niveaus is men het over eens dat een leerkracht meer moet zijn dan een lesboer, dat hij een professional is met een schoolopdracht, wat veel ruimer is dan een lesopdracht. Maar hoe professioneel kan een leerkracht zijn, als hij de middelen ervoor niet heeft? Wees dan ook niet verbaasd dat Vlaamse leerkrachten qua computerdidactiek achterlopen, dat ze ict te weinig integreren in hun lessen en dat ze er te weinig nascholing over volgen. In Zweden heeft haast elke leerkracht op school zijn eigen pc. Duidelijker kan je een leerkracht niet ondersteunen en zijn job au sérieux nemen.»

Je spreekt over nascholing. Uit het onderzoek blijkt dat Vlaamse leerkrachten daar in het algemeen nogal traditioneel in zijn. Wat houdt dat precies in?

Alexia Deneire: «De Vlaamse leerkracht volgt vooral cursussen en workshops. Algemene nascholing over bijvoorbeeld remediëring, stemtechniek of pesten, en meer vakgebonden nascholing. Hij werkt ook geregeld samen met collega’s, bezoekt bedrijven en doet in zekere mate aan onderzoek en materiaalontwikkeling. Prima wat dat betreft, maar modernere vormen van nascholing blijven in Vlaanderen grotendeels achterwege. Weinig leerkrachten doen observaties in andere scholen, coachen collega’s of werken actief mee in netwerken en formele begeleiding. We zitten daarmee duidelijk onder het Europees gemiddelde. Dan zijn leerkrachten in landen als Denemarken, Frankrijk en Italië veel meer up-to-date.»

Toch zegt het onderzoek dat collega’s coachen in 43 procent van de Vlaamse scholen voorkomt. Dan kunnen we toch niet klagen.

Prof. Peter Van Petegem: «Dat cijfer is gevleid, mogelijk hebben scholen hun begeleiding van pas afgestudeerden of studenten lerarenopleiding meegeteld. Maar zelfs als die 43 procent klopt, moeten we nog niet juichen, want op Europees vlak is dat ondermaats.»

Moeten leerkrachten dan minder cursussen gaan volgen en meer bij mekaar in de klas gaan zitten?

Prof. Peter Van Petegem: «Het onderzoek moet een belletje doen rinkelen bij àl wie met nascholing bezig is. Goede praktijkvoorbeelden vind je meer in je eigen school dan je denkt. Onlangs sprak ik in een school over evalueren. Bleek dat de vakgroep Nederlands geen flauw benul had van wat de vakgroep Technologie rond evaluatie had uitgewerkt. Opnieuw is dat een teken van te weinig professionaliteit. Mentoren voor beginnende leerkrachten zijn al een eerste aanzet van het beleid om dat gat te vullen, maar er is meer nodig. Aan geld zal het niet liggen, want we stellen vast dat een kwart van de bevraagde secundaire scholen zijn nascholingsbudget niet helemaal opgebruikt.»

Volgens het onderzoeksrapport zou het lerarentekort het meest acuut zijn in Vlaanderen. De jongste jaren horen we vanuit de VDAB en het departement Onderwijs vooral tegengestelde berichten. Wie heeft gelijk?

Alexia Deneire: «Het ligt eraan wat je een leerkracht noemt. Zo telt het arbeidsmarktrapport van de VDAB alle leerkrachten met een voldoende geacht diploma mee in zijn statistieken. Volgens die kwalificatie mag bijvoorbeeld een kleuterleider wiskunde geven in de eerste graad van het secundair. En dus telt de VDAB die kleuterleider mee als wiskundeleerkracht. Maar als je enkel de volledig gekwalificeerde leerkrachten bij elkaar telt, komt Vlaanderen voor heel wat vakken hopen leerkrachten te kort. Ook de vervangingspool lost dat niet op. We trekken de capaciteiten van leerkrachten met een voldoende geacht diploma niet in twijfel, maar opnieuw is dit een signaal dat men een loopje neemt met de professionaliteit van leerkrachten. Enerzijds gaan er stemmen op om leerkrachten breder in te zetten dan nu, anderzijds is daar veel weerstand tegen. Denk maar aan de bevoegdheden van regenten en licentiaten.»

Voor welke vakken zijn er te weinig leerkrachten?

Prof. Peter Van Petegem: «Voor wiskunde en vooral wetenschappen. Dat laatste wordt echt een Vlaams probleem. Jongeren zijn weinig geïnteresseerd in wetenschappen. Ook aan de universiteiten en in de lerarenopleidingen is er weinig in- en uitstroom. De overheid maakt hier sinds enkele jaren een beleidsprioriteit van, maar het is nog te vroeg om te zeggen of ze succes heeft.»

Een derde luik van het onderzoek gaat over de mate waarin scholen laatstejaars in hun verdere loopbaan begeleiden. Hoe goed doen we dat?

Alexia Deneire: «Dat valt tegen. 58 procent van de Vlaamse scholen begeleidt laatstejaars om de gepaste hogere studie te kiezen. Veel minder begeleiden ze leerlingen naar de arbeidsmarkt. Op Europees vlak doet enkel Italië (38 %) minder goed. Maar we zien grote verschillen per onderwijsvorm. Zo ligt het percentage individuele begeleiding het hoogst in het algemeen secundair onderwijs (ASO), met 69 procent. Loopbaanbegeleiding neemt af in het technisch secundair onderwijs (TSO, 55 %) en nog meer in het beroepssecundair onderwijs (BSO, 34 %). Opnieuw verbergen deze gemiddelde cijfers heel veel variatie. Sommige scholen begeleiden driekwart van hun laatstejaars, andere niet eens tien procent.»

Waarom begeleiden scholen ASO-zesdejaars meer dan TSO- en BSO-zesdejaars?

Prof. Peter Van Petegem: «Misschien omdat leerlingen in TSO en vooral BSO meer een zevende of achtste jaar volgen en daar pas hun individuele begeleiding krijgen, maar dat zijn er globaal genomen niet zoveel. Waarschijnlijker is dat het te maken heeft met de Vlaamse cultuur om jongeren vooral te begeleiden voor een hogere studie. Dan mik je automatisch meer op het ASO. Scholen trekken met hun leerlingen naar Sid-ins of andere evenementen waar hogescholen en universiteiten hun studieaanbod voorstellen. Of ze halen zelf het hoger onderwijs in huis. De jongste jaren zie je nu ook jobbeurzen ontstaan om jongeren naar de arbeidsmarkt te begeleiden, maar dat moet nog groeien. Als we bij laatstejaars meer de focus blijven leggen op studie- dan op jobbegeleiding, geven we ASO meer sociale waardering dan TSO en BSO. Dat merk je ook aan de manier waarop leerlingen worden toegelaten tot de tweede graad en in klassen worden ingedeeld. 16 procent van de Vlaamse scholen deelt hun leerlingen niet in op basis van hun schoolprestaties. We weten uit de praktijk dat vooral in het BSO sommige leerlingen jarenlang worden meegesleept en uiteindelijk ondergekwalificeerd op de arbeidsmarkt terechtkomen. Een bedrijf dat zo’n jongere op de werkvloer krijgt, gaat uiteindelijk de professionaliteit van zijn leerkrachten in vraag stellen.»

De Scandinavische landen komen goed uit het onderzoek. Zijn hun leerkrachten professioneler dan bijvoorbeeld de Vlaamse?

Alexia Deneire: «Dat kan je niet zomaar besluiten. Het is niet omdat er in Zweden meer pc’s voor leerkrachten zijn, dat die leerkrachten ook modernere vormen van nascholing kiezen of hun laatstejaars beter begeleiden. Maar er is wel een duidelijke samenhang. Qua professionaliteit is er in Vlaanderen zeker verbetering mogelijk. We laten naast goede immers ook minder goede scores noteren.»

Wat kunnen Vlaamse scholen met de resultaten van dit onderzoek doen?

Prof. Peter Van Petegem: «Het helpt ze ongetwijfeld om zichzelf te evalueren en na te gaan waarop ze zich meer moeten toespitsen. Sommige scholen, die meededen aan het onderzoek, zijn daar nu al mee bezig. De overheid van zijn kant kan met dit rapport zijn beleid evalueren en prioriteiten bepalen.

‘International Survey of Upper Secondary Schools (ISUSS) in Vlaanderen: eerste resultaten’, prof. Peter Van Petegem & Alexia Deneire, Universiteit Antwerpen – Onderzoek in 233 vestigingsplaatsen van secundaire scholen tweede en derde graad, alle onderwijsvormen, bevraging van de directeurs. Meer informatie over het internationaal rapport en on line bestellen kan via www.oecd.org.Van de Vlaamse studie verscheen een beknopte brochure.

De volledige studie is ook als boek verkrijgbaar, met o.a. concrete suggesties voor school en beleid: ‘Het hoger secundair in Vlaanderen geschetst’ (23 euro) – uitg. Wolters Plantyn – Motstraat 32 – 2800 Mechelen – tel. 015 36 36 36 – fax 015 36 36 37 – klantendienst@woltersplantyn.be
www.woltersplantyn.be

Wat kan je als school leren uit Europese cijfers? Antwoord in het tijdschrift Impuls, jg. 2003, nr. 1 – verkrijgbaar in de handel – uitg. Acco – Brusselsestraat 153 – 3000 Leuven – tel. 016 62 80 00 – fax 016 62 80 01 – uitgeverij@acco.bewww.acco.be. Kijk ook uit naar het volgende nummer van het Tijdschrift voor Onderwijsrecht en OnderwijsBeleid (TORB, nr. 3) Interuniversitair Centrum voor Onderwijsrecht – Arthur Goemaerelei 52 – 2018 Antwerpen – tel. 03 238 44 23 – fax 03 238 58 56 – info@Onderwijsrecht.bewww.onderwijsrecht.be

Schrijf een reactie op dit artikel