advertentie

De grote strijd tegen zelfdoding

schrijf een reactie

Negen op tien Vlaamse jongeren zeggen dat ze (vrij) gelukkig zijn. Tot daar het goede nieuws over de mentale gezondheid van onze schoolbevolking. Het aantal jongeren dat af en toe aan zelfdoding denkt, de vele jongens en meisjes die zichzelf schade toebrengen door krassen, sigarettenpeuken, alcohol en drugs en vooral het onrustwekkend hoge aantal zelfdodingen zetten Vlaanderen internationaal in de top van klassementen waar we liever niet thuishoren.

Klasse publiceert de resultaten van nieuw onderzoek naar mentaal welbevinden bij meer dan 10 000 Vlaamse jongeren. Een depressief rapport. Moeten we dan allemaal de armen laten zakken? “Nee, elke leraar kan leerlingen leren omgaan met emoties en problemen”, zegt doctor in de medische wetenschappen Gwendolyn Portzky (UGent). “Maar daarvoor moet de mentaliteit grondig veranderen. Zolang het merendeel van de jongeren – en waarschijnlijk ook volwassenen – blijft denken dat mensen met een depressie eruit kunnen raken als ze zelf maar willen, blijft het voor jongeren in problemen bijzonder moeilijk om hulp in te roepen.” Wie luistert naar de noodkreet van onze jonge schoolbevolking?

Het drama schuilt in elke klas

“Het hoge aantal zelfdodingen bij Vlaamse jongeren is een verschrikkelijk symptoom van een opgefokte samenleving”, stelt doctor in de medische wetenschappen Gwendolyn Portzky (UGent). Zij werkte mee aan een grootschalig onderzoek over het mentaal welbevinden bij meer dan 10 000 jongeren in Vlaanderen. Het drama schuilt in elke klas.

1. Zijn jongeren tevreden over hun leven?

91 procent van de jongens en 89 procent van de meisjes geven op een schaal van 0 (= slechtst mogelijke leven) tot 10 (= best mogelijke leven) een 6 of meer aan hun levenstevredenheid. Als je enkel naar de resultaten van dit onderdeel kijkt dan kun je verkeerdelijk concluderen dat Vlaamse jongeren zich fit voelen in hun hoofd. De score voor dit onderzoek uit 2006 ligt iets hoger dan tijdens het vorige onderzoek in 2002. Hoe ouder jongens en meisjes worden, hoe lager hun levenstevredenheid is. Meisjes uit het aso zeggen meer tevreden te zijn in vergelijking met meisjes uit het tso en bso. Bij jongens speelt de onderwijsvorm geen rol. Internationaal gezien zijn Vlaamse jongeren tevredener over hun leven dan hun leeftijdsgenoten in andere landen. Hoe hoger de welvaart van een land, hoe hoger de levenstevredenheid van de jongeren. Vlaamse jongeren die zichzelf een lage score geven zullen vaker roken, alcohol drinken en cannabis gebruiken dan jongeren die zichzelf een hoge score geven.

2. Denken jongeren dat ze gezond zijn?

84 procent van de jongens en 79 procent van de meisjes zeggen een zeer goede tot excellente gezondheidsgerelateerde levenskwaliteit te hebben. Met de leeftijd nemen de zeer goede tot excellente scores af. De onderwijsvorm voorspelt voor een stuk de levenskwaliteit van de jongeren. In het bso bevinden zich duidelijk minder jongens en minder meisjes met een zeer goede tot excellente gezondheid. Jongens uit het aso hebben 67 procent meer kans om een uitstekende gezondheid te hebben dan bso-jongens, jongens uit het tso hebben 27 procent meer kans op een zeer goede gezondheid dan jongens uit het bso. Bij de meisjes zie je hetzelfde verhaal. Meisjes uit het aso hebben 75 procent meer kans op een zeer goede levenskwaliteit dan meisjes uit het bso, meisjes uit het tso hebben 26 procent meer kans op een zeer goede gezondheid dan bsomeisjes.

3. Denken jongeren vaak aan zelfdoding?

Het aantal jongeren dat al 2 keer of meer gedacht heeft om een einde aan zijn leven te maken:

13-14 jaar15-16 jaar17-18 jaar
Jongens14%15%16%
Meisjes19%21%22%

 

Bij de 13- tot 14-jarige en 15- tot 16-jarige jongens denkt 2 procent heel vaak aan zelfdoding, bij de 17- tot 18- jarige jongens is dat 3 procent. Bij de meisjes denkt in elke leeftijdsgroep 3 procent heel vaak aan zelfdoding. In deze groep wordt het risico dat de jongeren écht zichzelf doden wel heel hoog.

Opnieuw: de onderwijsvorm van jongens en meisjes voorspelt hoe vaak jongeren aan zelfdoding denken. In het bso denken jongens en meisjes veel vaker aan zelfdoding dan in het tso. In het tso denken jongeren vaker aan zelfdoding dan in het aso.

Het aantal jongeren binnen een onderwijsvorm dat al 2 keer of meer gedacht heeft om een einde aan zijn leven te maken:

asotsobso
Jongens14%15%19%
Meisjes18%22%29%

 

Wanneer je deze resultaten relateert aan leeftijd, dan zijn de verschillen tussen de onderwijsvormen bij jongens te klein om van een significant verschil te spreken. Bij meisjes zijn de verschillen wel duidelijk: bso-meisjes hebben 88 procent meer kans om aan zelfdoding te denken dan aso-meisjes en 51 procent meer kans dan tso-meisjes.

Deze cijfers komen uit ‘Mentaal welbevinden bij jongeren in Vlaanderen 2006′, een nieuw onderdeel van een grootschalig onderzoek Jongeren en Gezondheid bij 11 154 leerlingen tussen 11 en 18 jaar. Lees de studie na op www.zorg-en-gezondheid.be.

4. Hoeveel jongeren plegen zelfbeschadigend gedrag?

16,5 procent van de 17- tot 18-jarigen heeft al minstens één keer zichzelf opzettelijk beschadigd door pillen te nemen, zich te krassen met een mes… Dit zelfbeschadigend gedrag komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens. Ook naar onderwijsvorm stelt het onderzoek verschillen vast. Meer jongeren uit het bso hebben zichzelf meermaals lichamelijk beschadigd.

Waarom pleegden jongeren zelfbeschadigend gedrag?

Mijn gedachten waren zo vreselijk dat ik daarvan af wilde35 %
Ik wilde mezelf straffen33 %
Ik wilde sterven27 %
Ik wilde laten zien hoe wanhopig ik me voelde16 %
Ik wilde weten of er werkelijk iemand was die van me hield15 %
Ik wilde anderen betaald zetten voor de manier waarop ze me behandeld hebben12 %
Ik wilde aandacht krijgen10 %
Ik wilde iemand bang maken6 %

5. Hoe denken jongeren over personen met een depressie?

Jongeren zijn zeer hard in het beoordelen van mensen met een depressie. 6 op 10 van de Vlaamse jongeren denken dat mensen met een depressie er zelf kunnen uitraken. 1 op 4 jongeren vindt dat depressie een teken van persoonlijke zwakte is. Ondanks de zware stigmatisering van mensen met een depressie zegt maar 5 procent van de jongeren dat ze iemand niet zouden uitnodigen op een feestje indien die persoon een depressie heeft gehad.

Jongens zijn meer geneigd om mensen met een depressie te stigmatiseren. Indien meisjes een depressie zouden hebben zijn ze iets meer geneigd om hun depressie te verzwijgen dan jongens. Jongeren uit het aso stigmatiseren minder snel mensen met een depressie dan tso-jongeren, en tso-jongeren doen het op hun beurt minder snel dan bso-jongeren.

“Waarom doden bij ons vergeleken met Nederland dubbel zoveel jongeren zichzelf?”

“Vlaamse jongeren kunnen de druk die we hun als maatschappij opleggen niet aan”, vreest doctor in de medische wetenschappen Gwendolyn Portzky. Zij onderzoekt hoe we het aantal zelfdodingen bij jongeren kunnen terugdringen. “Elke leraar helpt daaraan mee als hij jongeren leert omgaan met emoties en problemen.” De grote strijd tegen zelfdoding.

“Geef geen les over zelfdoding”

Gwendolyn Portzky: “In Nederland doden maar de helft zoveel jongeren zichzelf. Dat is een schokkende vaststelling. Blijkbaar vinden Nederlandse jongeren met problemen makkelijker gehoor bij hun ouders of andere volwassenen. Vlaamse jongeren kunnen hun verhaal enkel kwijt aan leeftijdsgenoten, maar die hebben zelf vaak problemen. Nederlandse jongeren hebben op een of andere manier geleerd hun problemen op te lossen. Dat is de sleutel om het aantal zelfdodingen terug te dringen.”

Ligt het in onze ‘Vlaamse’ aard om problemen op te kroppen?
Gwendolyn Portzky: “We verheerlijken vaak het harde werken. ‘Doe je best. Laat je hoofd niet hangen.’ Maar we vergeten te benadrukken dat je fouten mag maken. Dat iedereen het eens moeilijk heeft. Vlaamse jongeren grijpen véél meer naar drugs en alcohol dan hun Nederlandse leeftijdsgenoten. Vooral waarom ze drugs of alcohol gebruiken is onrustwekkend: ze doen het om zich goed te voelen, om de dag door te komen. Zo’n gedrag is duidelijk een negatieve coping skill, een ongezonde manier om met problemen om te gaan.”

Hoe ga je dan wel positief om met moeilijkheden?
Gwendolyn Portzky: “Op school leer je jongeren nooit vroeg genoeg hoe ze met moeilijkheden om moeten gaan. De puberteit is sowieso een turbulente periode in het leven. Vaak heb je voor het eerst moeilijkheden thuis, op school, met een vriend of vriendin. Doordat je onervaren bent in het leven, denk je nooit meer uit die problemen te raken. Dan lijkt zelfdoding een geschikte oplossing.”

Jongeren zijn keihard in het beoordelen van mensen met een depressie.
Gwendolyn Portzky: “Ja, ze kunnen heel cru zijn. Zes op tien denken dat mensen met een depressie er wel uitraken als ze maar willen. Of ze halen hun schouders op: ‘De zwakken moeten eruit.’ Vlaamse volwassenen denken niet veel milder over mensen met een depressie. Het stigma dat op depressie kleeft, maakt het dubbel moeilijk voor iemand die zich slecht voelt om hulp te zoeken. Wat bovendien veel te weinig geweten is, is dat er bij een depressie ook iets misloopt met je lichaam. Een aantal neurotransmitters in de hersenen laten het afweten en die moeten via medicatie opnieuw juist afgesteld worden.”

Maar zijn pillen alleen voldoende?
Gwendolyn Portzky: “Bij een depressie helpen pillen en praten. Maar praten met een psycholoog of psychiater is nog een groot taboe. Velen zijn beschaamd of denken: ben ik nu gek? Om van die enggeestige ideeën af te raken hebben we echt een mentale revolutie nodig.”

Opvallend: meisjes denken vaker aan zelfdoding dan jongens.
Gwendolyn Portzky: “Dat is wereldwijd zo. Waarschijnlijk zijn meisjes gewoon vroeger rijp en worstelen ze sneller met de grote levensvragen die tot zelfdodingsgedachten kunnen leiden. Concludeer daaruit niet dat meisjes het moeilijker hebben in het leven. Misschien staan ze sneller bij een aantal dingen stil, zijn ze vlugger bezorgd. Meer bso-meisjes denken aan zelfdoding dan tso- en aso-meisjes. Blijkbaar hebben aso-meisjes meer manieren geleerd om met problemen om te gaan dan de meisjes in tso en vooral bso. Drugs en alcohol als een negatieve manier om met problemen om te gaan zie je meer bij bso-meisjes opduiken.”

Is denken aan zelfdoding op zich een ramp?
Gwendolyn Portzky: “Sta er op zijn minst bij stil. Hoor je een leerling zeggen: ‘Ik maak er een eind aan’, vraag dan hoe je dat moet begrijpen en of die leerling vaker zulke gedachten heeft. Sommige leerlingen denken eens aan zelfdoding zonder meer, anderen maken echt concrete plannen. Panikeer niet, maar minimaliseer evenmin. Ga na hoe vaak en hoe concreet de zelfdodingsgedachten zijn van de leerling.”

Krassen, snijden, zichzelf slaan, met het hoofd tegen de muur slaan, medicatie en alcohol nemen: de lijst van zelfbeschadigend gedrag bij jongeren is angstaanjagend lang. Hoe komen jongeren erbij om dit te doen?
Gwendolyn Portzky: “Sommige jongeren doen dat om anderen te kopiëren of te imponeren. ‘Kijk eens hoe lang ik een brandende sigaret tegen mijn arm kan houden’, dat soort zaken. Als een derde van een klas aan het krassen gaat, dan gaat het bij een groot deel van die jongeren om imitatiegedrag. De kans dat zo’n jongere ooit zichzelf doodt, is eerder klein. Natuurlijk blijft er een groep jongeren die zichzelf pijn doen vanuit een pathologische reden. Die zitten zodanig met zichzelf in de knoop dat je wél rekening moet houden met een eventuele zelfdoding.”

Waarom zijn het opnieuw vooral meisjes die zelfbeschadigend gedrag vertonen?
Gwendolyn Portzky: “Niet-fataal zelfbeschadigend gedrag komt vaker voor bij meisjes, dat klopt. Maar het fatale komt vaker bij jongens voor. Jongens grijpen vaker naar de dodelijker methodes om zichzelf pijn te doen. Daar speelt nog altijd het stigma dat het voor een man bijna vernederend is als hij een zelfdodingspoging overleeft.”

Jongens lopen meer risico om aan een zelfdodingspoging te sterven?
Gwendolyn Portzky: “Ja. Een aantal ‘mannelijke’ factoren verhogen het risico. Jongens kroppen vaker problemen op. Tegelijk biedt de omgeving veel minder steun en hulp aan een jongen. ‘Wees een man!’ is al te vaak het advies aan een jongen met problemen. Jongens keren zich ook sneller af van het probleem en verliezen zich in drugs en alcohol. Jongens zijn ook veel gevoeliger voor alles wat hun status kan aantasten.”

Hoe breek je in de hulpverlening of het onderwijs die mannelijke muur af?
Gwendolyn Portzky: “Dat is niet makkelijk. Jongens stellen zich vaak zo op: ‘Geef me medicatie en het gaat wel over. Zeg me wat ik moet doen en ik zal het doen.’ Bij meisjes krijg je makkelijker emotioneel toegang. Voor het onderwijs ligt daar een enorme uitdaging: breng jongens én meisjes, liefst vanaf hun puberteit, in evenwicht met hun emoties. Waarschijnlijk is dat de allerbeste zelfdodingspreventie.”

Lees meer op www.klasse.be/leraren (De eerste lijn: Zelfmoord)

Test zelf hoe het met je mentale gezondheid is gesteld: www.fitinjehoofd.be

Schrijf een reactie op dit artikel

Vind je dit artikel interessant?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief Lerarendirect! Elke week het belangrijkste onderwijsnieuws, tips, educatieve activiteiten en acties van Klasse. Gratis in je mailbox.