“We brengen onze advocaat mee!” Bij veel directeurs en leraren loopt er een koude rilling over hun rug als ze die zin horen. Meer en meer leerlingen en ouders roepen de hulp in van een advocaat om een beslissing van de school te betwisten via een proces voor de rechtbank. Of ze dreigen ermee dat te doen. Sommige scholen keren al snel op hun stappen terug, andere vechten een loopgravenoorlog uit. Staat binnenkort achter elke leerling een advocaat?
Ontgoochelde directeur: “Ouders halen ons werk onderuit”
Sinds dit schooljaar hebben we erg veel problemen met een leerling van het vijfde jaar. Ze is veel onwettig afwezig, respecteert gemaakte afspraken niet, dient taken niet in … De klastitularis, de leraren, de medewerkers van het leerlingensecretariaat hebben zich enorm ingespannen om haar schoolloopbaan toch op het juiste spoor te houden. Ze kreeg een aangepast lessenrooster, ze mocht haar opdrachten thuis verder afwerken … Toch kreeg de klassenraad onvoldoende materiaal bij elkaar om haar te evalueren. Toen de school nieuwe afspraken wou maken, zodat ze toch de lessen zou volgen, bleek dat ze op geen enkele manier wou samenwerken. Toen is de school gestart met een tuchtprocedure. Ik heb de leerling – op unaniem advies van de klassenraad – geschorst. De ouders hebben met behulp van hun advocaat meteen bezwaar ingediend én gedreigd met een procedure voor een burgerlijke rechtbank. De interne beroepscommissie besloot dat het dossier op pedagogisch vlak wel duidelijk en correct was, maar dat het op juridisch vlak niet sterk genoeg zou zijn om een proces te winnen. De commissie meende bovendien dat een proces de school te veel schade zou toebrengen. Daarom maakte ze de schorsing ongedaan. Ik kreeg de opdracht om met de leerling en de ouders afspraken te maken over de aanpak tijdens het tweede trimester. Ik ben voorstander van juridische procedures om fouten en misbruiken in het onderwijs te voorkomen. Tenslotte vergissen we ons ook wel eens. Maar dat het ‘dreigement’ met een proces voldoende is om al het geleverde werk van mijn team onderuit te halen, vind ik nefast. We zouden juridisch toch niet in de problemen mogen komen, als we pedagogisch correct gehandeld hebben?”
Pedagogisch directeur van een aso-bso-tso-school
Boze ouder: “Raad van State vernietigde al twee keer C-attest”
Begin vorig jaar merkte ik dat de schoolresultaten van mijn zoon bedenkelijk waren. Daarom vroeg ik via mail en telefonisch aan de school en aan de leraren van enkele probleemvakken om mij op de hoogte te houden van zijn vorderingen, van de opdrachten die hij kreeg, van de geplande remediëringen … zodat ik hem zelf mee zou kunnen opvolgen. Ze reageerden helemaal niet, de school communiceerde nauwelijks. Mijn zoon haalde ondertussen betere resultaten, maar op het einde van het schooljaar kreeg hij een C-attest. Reden: niet geslaagd voor zijn geïntegreerde proef (gip) en drie vakken. Motivering: ondanks alle remediëring, zette hij zich onvoldoende in. Ik heb de school meteen laten weten dat we die beslissing zouden aanvechten. Toen het interne beroep niets uithaalde, trokken we naar de Raad van State. Die heeft al twee keer het C-attest vernietigd, omdat er geen gemotiveerd gip-evaluatieverslag was, er een ‘mist van punten’ werd opgetrokken, er geen remediëringsopdrachten waren, het resultaat van een zeer goed ‘herexamen’ niet meegeteld werd in het eindresultaat … De school stelde een nieuwe gip-verdediging voor om toch een evaluatieverslag te kunnen maken. Mijn zoon kon een beroep doen op zijn gipmentor. Die liet weten ‘dat alle evaluaties al in juni waren gebeurd, er niets bijkomends diende te gebeuren en dat hij liever genoot van zijn welverdiende vakantie’. De school heeft na de gip-verdediging weer een C-attest toegekend. Nu vechten we dus een stellingenoorlog met de school uit. Ondertussen kan mijn zoon niet starten bij de politie of het leger – zijn grote droom – omdat hij geen diploma secundair onderwijs heeft. Dat je telkens juridisch je gelijk haalt en de school dat naast zich neerlegt, is hemeltergend. Maar dat de school haar werk niet doet en daarmee wegkomt, ergert me het meeste. Als je achter je leerlingen staat, gebeurt dat niet.”
Ouder van een leerling zesde jaar tso
“Ooit werd een leerling definitief uitgesloten voor feiten waaraan hij achteraf geen schuld bleek te hebben. Waarom de directeur dat niet meteen rechtzette? ‘Dan lijd ik gezichtsverlies voor de hele school’, antwoordde hij.”
Dominique van den Akker, klachtenbehandelaar Kinderrechtencommissariaat
“De laatste vier schooljaren delibereren wij ‘anders’. We kennen nauwelijks nog B- of C-attesten toe. Er zijn dan ook geen betwistingen meer. Ik neem ook graag vakantie tijdens de zomer.”
Directeur van een tso-school
“Bij de ene helft van de klachten raad ik ouders aan om zich neer te leggen bij de beslissing van de school, die duidelijk gegrond is. Bij de andere helft denk ik: hier hebben jullie een punt. Onderneem toch maar actie.”
Ludo Claes, directeur onderwijs Vlaamse Confederatie van Ouders en Ouderverenigingen
“Elke nota die ik in de agenda van leerlingen maak, kopieer ik voor hun dossier. Twee schooljaren geleden scheurden de ouders van een leerling met een C-attest alle nota’s uit de agenda van hun kind. Weg bewijsmateriaal!”
Leraar Nederlands derde graad kso
“Eerst praten, dan procederen”
“Scholen geven uit angst voor een proces soms erg snel toe, terwijl ze sterker in hun schoenen staan dan ze zelf denken”. Daar verbaast onderwijsjurist Bengt Verbeeck (Vakgroep Publiekrecht, Universiteit Gent) zich over. Hij raadt scholen aan om de communicatie met ouders zo open mogelijk te houden om te voorkomen dat een conflict escaleert. En als het dan toch zover komt? “Dan moet de school geen schrik hebben”, zegt hij, “want als ze pedagogisch correct gehandeld heeft, kan geen enkele rechter daar juridisch iets tegenin brengen”.
Is die ‘juridisering’ van het onderwijs een nieuwe trend?
Bengt Verbeeck: “Helemaal niet. Ongeveer twintig jaar geleden werd het schoolreglement verplicht. Toen klaagden scholen al over ‘juridisering’. Ze dachten dat het hun pedagogische gezag zou ondermijnen. Ondertussen blijkt dat niet zo. Dat alles in regels en wetten wordt gegoten, is bovendien niet uniek voor het onderwijs. De relatie tussen dokter en patiënt is ‘gejuridiseerd’, net als die tussen werknemer en werkgever. Waarom dan niet de relatie tussen de leerlingen en de school? Er is wel een onderscheid tussen gewone juridisering die nodig is omdat de maatschappij complexer wordt – informele afspraken staan voortaan op papier – en ‘overjuridisering’. Daarbij stellen ouders en school alles in het werk om een regel te laten toepassen en ze vragen zich niet meer af of ze nadien nog kunnen samenwerken.”
Waarom hebben scholen zo’n angst voor advocaten?
Bengt Verbeeck: “De schrik om teruggefloten te worden door een rechter zit er bij scholen diep in. Scholen geven soms snel toe uit angst voor het conflict, terwijl ze veel sterker in hun schoenen staan dan ze zelf denken. In het onderwijs leeft heel sterk het idee dat pedagogisch uitleggen waarom je op een bepaalde manier handelt tegenstrijdig is met een juridische motivering. Dat klopt niet: als je pedagogische argumenten goed in elkaar zitten, kan een rechter daar niets tegenin brengen. Als je ervan overtuigd bent dat een leerling niet voldoet voor een bepaalde richting, dan sta je daarachter vanuit je eigen professionalisme. Waarom zou een advocaat dat beter kunnen beoordelen?”
Wat als blijkt dat een school de regels van het spel niet heeft gevolgd?
Bengt Verbeeck: “Geen enkele rechter zal zeggen ‘deze leerling is geslaagd’ als er een fout gemaakt is in de formele procedure. Dan beslist de rechter dat de school ze moet overdoen. Veel leerlingen en ouders denken ten onrechte: als we het formeel spelen, dan kan de rechter niet anders dan ons gelijk geven. Maar een rechtbank stelt zich niet in de plaats van de school en zal aan een pedagogische beslissing niet raken. Ze laat de eindbeslissing bij de school. Het gevaar bestaat wel dat de school en de leerling of zijn ouders een uitputtingsslag uitvechten. Wie het snelst opgeeft, krijgt ongelijk.”
Hoe vermijdt de school dat het tot een rechtszaak komt?
Bengt Verbeeck: “Communiceer zo transparant mogelijk én ga bij een opmerking of een klacht niet onmiddellijk in de verdediging. Neem als school zelf géén advocaat onder de arm. Er is pas een probleem als de normale communicatie tussen de school en de ouders verstoord is. Zolang ze met elkaar blijven praten, bestaat de kans dat er geen proces komt. In het secundair onderwijs is de procedure om attesten te betwisten zo opgesteld dat er eerst een overlegmoment is, voordat de formele procedure wordt opgestart. Dat overleg benutten scholen en ouders veel te weinig om met elkaar te praten. De school toont het examen aan de ouders en zegt: ‘Nu hebben jullie het zelf gezien’. Dat is geen overleg.”
Overreageren ouders?
Bengt Verbeeck: “Een diploma halen is van cruciaal belang. Het is logisch dat ouders een rouwproces doormaken als ze horen dat hun kind niet geslaagd is. Ze ontkennen, zoeken een schuldige, grijpen de kleinste fout aan om te protesteren. Sociaal zwakkere ouders zijn vaak niet zo mondig. Ze krijgen snel het gevoel dat de school niet alles vertelt en dat ze iets moeten doen om zich te beschermen. Sociaal sterkere ouders zijn het meestal meer gewoon om te onderhandelen en zullen sneller op een zakelijke, rationele manier proberen om tot een akkoord te komen met de school.”
Fout gemaakt of niet, hoe pak je een betwisting aan?
Bengt Verbeeck: “Het is niet gemakkelijk om mensen te overtuigen dat ze onterecht procederen. Daarom zijn er ‘filtermomenten’ in procedures, zoals het Kinderrechtencommissariaat dat bemiddelt in onderwijsconflicten. Het overleg en het interne beroep bij de betwisting van beslissingen van de klassenraad zijn bedoeld om partijen in contact te brengen met elkaar, niet om ze tegen elkaar op te zetten. Als ouders eenmaal het gevoel hebben dat je naar hen luistert, leggen ze zich vaak bij de beslissing neer. Tenzij de school een fout heeft gemaakt natuurlijk. Veel scholen geven dat niet toe uit angst gezichtsverlies te lijden. Maar als de school – zodra ze beseft dat ze zich vergist heeft – de fout herstelt, wordt er meestal niet zo veel ruchtbaarheid aan gegeven.”
Brengen advocaten op school enkel kommer en kwel?
Bengt Verbeeck: “Toch niet. Het merendeel van de scholen is er zich door hun contact met advocaten nu van bewust dat ze examenbeslissingen degelijk moeten motiveren, dat ze een reden moeten hebben om bepaalde beslissingen te nemen. Dat moet meer zijn dan ‘de leerling kan het niet’. Daarmee help je een leerling ook niet verder.”

Speelmomenten zijn ideale momenten om te leren ! Extra tijd hiervoor creëren zal op langere term...
vanessa op “Geef kinderen 31 minuten meer speeltijd”
Groot gelijk en goed slapen is ook nodig en niet met je huistaak in bed kruipen!
Stefan Noppen op “Smartschool is nuttig, maar laat ons ’s avonds gerust”