Volgens de taalwetgeving is een school een openbare dienst. De wet zegt: communicatie mag enkel in het Nederlands. Alleen de Franstalige scholen in de faciliteitengemeenten vormen een uitzondering. Wat mag en wat niet?
In de praktijk laat de Vaste Commissie voor Taaltoezicht in uitzonderlijke gevallen toch toe dat je vreemde talen gebruikt, namelijk als je communicatie aan vier voorwaarden voldoet:
1. Je blijft duidelijk een Nederlandstalige school, geen twee- of meertalige. Je gebruikt andere talen niet systematisch. Alleen in uitzonderlijke gevallen of als overgangsmaatregel.
2. Je hebt een goede reden om de vreemde taal te gebruiken, een bijzonder doel. Bijvoorbeeld: je wilt integratie bevorderen. Of je hebt belangrijke informatie voor personen die geen Nederlands kennen. Of je hebt dringend inlichtingen nodig van een anderstalige ouder.
3. Je gebruikt de vreemde taal altijd naast het Nederlands. Je anderstalige boodschap bevat niet méér informatie dan de Nederlandse. Ook geen andere informatie. Je vermeldt duidelijk dat het om een vertaling gaat.
4. Je anderstalige communicatie is alleen bestemd voor het anderstalige publiek en niet voor de Nederlandstaligen.
Je mag van ouders vragen dat ze de ontwikkeling van het Nederlands van hun kind stimuleren. Dat staat ook in de engagementsverklaring. Geef ouders ook volop kansen om Nederlands te leren. Zo beperk je het gebruik van andere talen.
Meer info: www.taalwetwijzer.be, taalwetwijzer@vlaanderen.be, bereikbaar via het gratis telefoonnummer van de Vlaamse overheid 1700.
Dit artikel gaat over communicatie met ouders. Voor communicatie met je leerlingen, de onderwijstaal, bestaan aparte regels. Kijk daarvoor op Wetwijs.

Wat bedoel je ‘met de kans niet kregen’. Je kan toch altijd nog voor leraar gaan studeren. Zelf ...
gert op Vrije woensdagnamiddag afschaffen?
Wat bedoel je 'met de kans niet kregen'. Je kan toch altijd nog voor leraar gaan studeren. Zelf had ...
gert op Vrije woensdagnamiddag afschaffen?