Welke rol speel jij op de deliberatie?

schrijf een reactie

“Sam is een luierik en verdient geen tweede kans.” Herken je hem? De collega Frans die met één welgekozen zin je hele pleidooi voor een leerling onderuithaalt? Of de lerares wiskunde die beweert dat de punten van haar vak toch altijd de doorslag geven?

“Hoe collega’s zich gedragen tijdens een deliberatie, hangt samen met hun persoonlijkheid. En die wis je niet zomaar uit”, zegt Petula Thyssen, zelfstandig trainer effectief vergaderen én stagebegeleidster aan de campus verpleegkunde van het VTI Hasselt. Herken je de Muppet naast jou?

Kermit de Kikker, de realist

Kermit is de nuchtere collega die zich niet snel laat meeslepen. Hij houdt rekening met inzet, punten én omstandigheden. Hij heeft veel sympathie voor leerlingen, maar delibereert niet uit medelijden. Bij een B- of C-attest staat hij klaar met advies.

Ergernis? Laag. Hij is heel constructief en krijgt de kern van de zaak duidelijk.

Aanpak? “Deze collega speelt een belangrijke rol in een vergadering. Hij heeft graag dat je hem daarin bevestigt. Als de discussie alle kanten opschiet, helpt hij iedereen om het bos door de bomen te zien. Hij leert je enthousiast te zijn, zonder de feiten voorbij te hollen.”

Fozzie, de positivo

Fozzie is oudere collega met veel ervaring. Als twee (jongere) collega’s lijnrecht tegenover elkaar staan, gebruikt hij humor om de situatie te ontmijnen en de gemoederen te bedaren. Hij houdt niet van conflicten. Hij zou graag alle leerlingen een A-attest geven.

Ergernis? Gemiddeld. Soms erger je je eraan dat hij een pittige discussie in de kiem smoort en geen duidelijke positie inneemt.

Aanpak? “Fozzie zorgt ervoor dat de deliberatie ‘netjes’ verloopt. Geef hem dus aandacht en gebruik zijn hulp. Blok hem even af als je door zijn tussenkomst je mening niet kan verdedigen. Hoe je positief omgaat met een conflict, leer je van hem.”

Statler en Waldorf, de cijferbijters

Deze collega’s zijn goed voorbereid, maar kijken alleen naar punten. Inzet of omstandigheden tellen niet mee. Ze geven altijd kritiek op wat anderen zeggen, maar stellen zelf geen oplossingen voor. Statlers en Waldorfs proberen hun eigen mening door te drukken. Na-vergaderen is hun specialiteit.

Ergernis? Hoog. Een genuanceerde kijk op een leerling sabelen ze genadeloos neer.

Aanpak? “Blijf kalm en reageer inhoudelijk op hun argumenten. Gebruik hun kennis en ervaring. Fozzie kan hun gedrag inperken. Laat ze niet te veel beslag leggen op de groep. Benadruk voor iedereen dat jullie nu delibereren en achter gesloten deuren. Na-delibereren hoort niet.”

Miss Piggy, de manipulator

Deze collega zou graag over alle leerlingen alleen delibereren. Zij manipuleert de gesprekken, is moeilijk van haar standpunt af te brengen en luistert niet naar anderen. Valt er toch een andere beslissing, dan papegaait Miss Piggy haar mening nog eens dapper na. Ze vindt haar eigen vak belangrijker dan alle andere.

Ergernis? Hoog. Deze collega jaagt je snel de kast op.

Aanpak? “Erken haar duidelijke mening en vraag aan de anderen wat ze ervan denken. Vraag naar oplossingen, in de plaats van naar commentaar. Moedig haar aan om naar anderen te luisteren, maar respecteer haar territorium. Daar is ze erg gevoelig voor. Kopieer je de helft van haar zelfvertrouwen, dan zit je goed.”

Gonzo, de visionair

Een jonge collega die nog niet zo goed weet hoe deliberaties verlopen. Of een collega die denkt dat zijn vak er voor de anderen niet toe doet tijdens de deliberatie. Toch heeft Gonzo meestal een goed zicht op alle leerlingen en een genuanceerde mening.

Ergernis? Laag. Hij gaat tegen niemand in en let goed op.

Aanpak? “Omdat hij visie heeft, is het de moeite waard uitdrukkelijk te vragen naar zijn mening. Spreek hem aan over zijn eigen vak, dat geeft hem zelfvertrouwen. Gebruik zijn voorbereiding en aandacht.”

 

Schrijf een reactie op dit artikel