Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

advertentie

Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 143. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.

01/03/04

«Frans en muziek geef ik niet»

Carolien Doggen: proeflessen geven in gebarentaal.Carolien Doggen (21) is doof van bij haar geboorte. Ondanks die handicap zit ze in het tweede jaar van de lerarenopleiding in de Karel de Grote-Hogeschool. Hoe word je leerkracht als je je leerlingen niet kan horen?Carolien Doggen (in gebarentaal): «Ik ga ervoor. Als het lukt, word ik vermoedelijk de eerste dove leerkracht lager onderwijs in Vlaanderen. In de eerste plaats wil ik lesgeven aan dove leerlingen, een rolmodel voor ze zijn, ze tonen dat je ook kan voorstuderen en een boeiend beroep uitoefenen als je doof bent. Tot nu toe gaat het goed. Ik heb al een stage achter de rug in een Brusselse lagere school, met proeflessen in gebarentaal.»

Krijg je extra begeleiding tijdens je studie?

Carolien Doggen: «Dat is me van bij het begin beloofd. Zeven à acht uur per week kan ik rekenen op een doventolk. Voor de overige contacturen moet ik het zelf rooien. Het liefst zou ik voor alle lesuren een doventolk hebben, maar daar is blijkbaar geen overheidsgeld voor. Ik moet hard werken om te slagen, maar ben heel zelfstandig en wil er alles voor doen. Soms mis ik informatie, als mijn medestudenten me even vergeten te waarschuwen, maar dat gebeurt niet zo vaak. Ik schiet goed op met ze. En de lectoren zijn bezorgd, maar niet overbezorgd.»

Moet je ook de lessen muzikale opvoeding volgen?

Carolien Doggen: «Pas op, ik ben niet doof voor muziek. Ik voel muzikale trillingen en dans al van mijn zes jaar op eigen ritmes. Maar voor het vak zelf ben ik vrijgesteld. Net als voor mondeling Frans. Dat zal ik nooit geven. Om kinderen te leren zingen of hun Franse uitspraak te corrigeren moet je ze nu eenmaal kunnen horen. In de plaats studeer ik andere zaken.»

Hoe moeilijk was de weg naar het hoger onderwijs?

Carolien Doggen: «Tot en met het vijfde leerjaar zat ik in een school voor dove kinderen, maar dan stuurden mijn ouders me naar gewone lagere en secundaire scholen, zeg maar 'scholen voor horenden'. Ik heb Latijn-wiskunde gestudeerd. Mijn beste ervaring had ik in een Steinerschoool. Ik begon net gebarentaal te leren en mijn klasgenoten leerden het vingeralfabet mee. We stonden samen op het podium: zij zongen, ik danste. Ik kreeg er evenveel kansen als horenden, net als hier.»Klasse voor Leerkrachten 143, maart 2004, p. 52-53