- » Alle nummers
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- September 2009
- Juni 2009
- Mei 2009
- April 2009
- Maart 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 149. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Gelijke kansen ongelijk verdeeld
Meer dan drieduizend lezers van Klasse, Maks! en Yeti gaven het voorbije jaar punten voor gelijke kansen via de K-test. Dat is een internetpeiling over tien verschillende thema's: van verkeersveiligheid over cultuur en sport tot leren. Elke doelgroep gaf zichzelf een score van 0 tot 5 voor tien stellingen op ik-niveau (ik sluit niemand uit, ik ben nieuwsgierig naar andere culturen, ik hou rekening met anderen, ik pest niet) en op schoolniveau (onze school helpt leerlingen met problemen, we steunen humanitaire initiatieven, de school zet meer aan tot begrip). Dat leverde scores op tien punten op. De belangrijkste resultaten:
1. Ikzelf: volwassenen het meest tevreden over gelijke kansen in eigen leven
Gelijke kansen in eigen leven en omgeving, dat zit goed bij de Vlaming. Leerkrachten (8,1 op 10) en ouders (7,6) geven zich op de meeste domeinen gemiddeld hogere scores dan jongeren (7,1) en tieners (7,3). Concreet stellen leerkrachten en ouders zich opener op dan jongeren en tieners: ze zullen meer rekening houden met anderen, minder anderen uitsluiten, zich sterker interesseren voor andere culturen. Jongeren daarentegen zullen zich meer inzetten voor de derde wereld dan volwassenen. Alle doelgroepen stellen zich sterk op tegen pesten, geweld en racisme. Ten slotte vinden leerkrachten het meest dat ze zich inzetten voor gelijke kansen.
2. Mijn school: vooral jongeren minder tevreden over gelijke kansen
Gelijke kansen op school, daar denken leerkrachten met gemiddeld 7,1 op 10 en tieners (7,0) het meest positief over. Jongeren denken in de klas en op de speelplaats minder positief over gelijke kansen (gemiddeld 6,3 op 10). Leerkrachten scoren voor de meeste stellingen het hoogst. Voor de stelling Onze school ondersteunt leerlingen met problemen geven ze zichzelf de meeste punten (8,4). In het algemeen geven jongeren lagere scores dan tieners. Jongeren hebben niet de indruk dat de school interesse toont voor hun leefwereld (5,3) en leerkrachten spreken dat niet uitgesproken tegen (6,7). De school is volgens alle betrokkenen weinig ingebed in haar omgeving (laagste score). Ze leeft er niet in en gaat er geen dialoog mee aan. Een gemiste kans vlakbij de deur?
Hoeveel punten op tien geven leerkrachten en leerlingen aan gelijke kansen op school?
Gelijke kansen in tien stellingen
| leerkrachten | tieners (10-12 j.) | jongeren (14-18 j.) | |
| 1. Onze school heeft leerlingen van verschillende afkomst. | 8,4 | 8,1 | 8,1 |
| 2. Onze school ondersteunt leerlingen met problemen. | 8,4 | 7,5 | 7,1 |
| 3. Onze school steunt humanitaire initiatieven voor anderstaligen, andersvaliden, vluchtelingen, kansarmen, derde en vierde wereld... | 6,4 | 6 | 6,2 |
| 4. Onze school zet aan tot meer begrip. | 6,8 | 6,9 | 6,2 |
| 5. Op onze school leer je bij dankzij de verschillende culturen. | 6,6 | 6,8 | 5 |
| 6. Onze school toont interesse voor de leefwereld van haar leerlingen. | 6,7 | 6,4 | 5,3 |
| 7. Onze school leeft in haar wijk, gemeente, stad en we onderhouden een dialoog met omringende organisaties. | 5,9 | 5,7 | 4,9 |
| 8. Onze school leert je dat alle mensen gelijkwaardig zijn. | 7,7 | 7,4 | 6,8 |
| 9. Onze school werkt actief (zo mogelijk met een plan) tegen geweld, racisme en pesten. | 7,2 | 7,4 | 6,8 |
| 10. In onze school leer je opkomen voor de kansen van anderen. | 7,3 | 7,7 | 6,2 |
| Gemiddelde | 7,1 | 7 | 6,3 |
«Geef alle leerlingen status»
«Dat er op school weinig ruimte is voor de leefwereld van jongeren merk je als de laatstejaars hun laatste honderd dagen vieren. Meestal is dat één grote, overdreven uitspatting », zegt Kaat Delrue (Steunpunt Intercultureel Onderwijs). Een jaar lang zat zij mee op Gentse en Antwerpse schoolbanken. Hoeveel gelijke kansen geven scholen aan hun leerlingen?
De punten die leerkrachten en leerlingen aan zichzelf geven in de K-test voor gelijke kansen liggen een pak hoger dan wat de school daar volgens hen aan doet. Vindt u dat normaal?
Kaat Delrue: «Natuurlijk geeft men zichzelf meer punten dan de school:'Ik sluit niemand uit, maar onze juf doet dat soms wel.' 'Ik ben nieuwsgierig naar andere culturen, maar mijn buurman helemaal niet.' Het is een psychologisch mechanisme dat je in alle domeinen ziet opduiken: 'Wat goed is, leg ik bij mezelf; wat minder goed is, leg ik bij een ander'.»
Voor leerkrachten en tieners werkt de school vrij goed aan gelijke kansen, maar jongeren en ouders oordelen strenger. Vanwaar dat verschil?
Kaat Delrue: «Omdat de school nu eenmaal de professionele omgeving is van leerkrachten en leerkrachten zelf meestal heel sociale mensen zijn, zullen zij de hoogste scores geven aan hun school. Tieners zullen dat positieve denken van hun leerkrachten delen, ze gaan immers nog graag naar school en voelen er zich in het algemeen goed. Bij jongeren slaat dat om: ze denken per definitie wat negatiever over hun school. En ouders geven de school de laagste score, omdat ze te weinig weten wat er gebeurt of omdat ze de school te zeer door de bril van de problemen van hun eigen kind bekijken. Ik vraag me trouwens af hoeveel ouders het begrip gelijke kansen echt begrijpen. Bovendien zie ik nog een ander mechanisme spelen. Vraag aan volwassenen of ze soms iemand uitsluiten en ze zullen gemakkelijker liegen, want iemand uitsluiten, dat doe je toch niet. Jongeren zullen dat iets makkelijker toegeven. Ze antwoorden eerlijker en dus ligt hun waardeoordeel lager.»
Leerlingen brengen hun eigen thuiscultuur mee naar school. In hoever houden scholen daar rekening mee?
Kaat Delrue: «Ik denk dat leerlingen te weinig op een goede manier over andere culturen horen praten. En op school wordt diversiteit niet als een normaal gegeven behandeld 'Leerlingen moeten zich aanpassen aan de cultuur van hun school.' Dat is - cru gesteld - hoe veel leerkrachten denken. In de dorpsschool of het ASO-college is dat minder een probleem. Maar in stedelijke scholen, waar je een veel grotere culturele mix hebt, en zeker in BSO-scholen of scholen met veel allochtone leerlingen krijg je onvermijdelijk cultuurbotsingen. Jongeren brengen er hun eigen cultuur veel meer binnen in hun school en dat kan tot breuken en conflicten leiden.»
U hebt zelf als onderzoeker op de schoolbanken gezeten om te zien hoe leerkrachten met verschillen tussen leerlingen omgaan. Wat is u daar opgevallen?
Kaat Delrue: «Als de jongerencultuur en die van de school met elkaar in contact komen,krijg je verschillende interacties. Om het eenvoudig voor te stellen, zie je twee mogelijke tendenzen. De eerste is voor de school de gemakkelijkste: de leerlingen passen zich aan, meestal omdat ze dat moeten. Maar daardoor gaat hun culturele meerwaarde verloren. De school verliest dan kansen om die jongeren te motiveren. Ze bedanken voor de leerlingenraad, want ze voelen dat ze daarbuiten toch niet ernstig worden genomen. Scholen die hun leerlingen en daarmee ook hun cultuur ernstig nemen, lopen dat risico minder. Een tweede reactie is de botsing. Dan zie je merkwaardige mechanismen ontstaan: leerlingen gaan de schoolcultuur gebruiken voor hun eigen gelijk. Neem nu het schoolreglement. Een leerling draagt een petje in de les, waarop een andere leerling zegt: 'Meneer, die zou ik toch naar de directeur sturen, want hoofddeksels mogen niet, dat staat zo in het reglement.' Dat bedoelt hij natuurlijk ironisch en de leerkracht moet dat slikken. Toch slagen sommige leerkrachten er schitterend in om op de diversiteit en culturele eigenheid van hun leerlingen in te spelen. Ik herinner me de praktijkleerkracht die zei: 'Van mij mag Studio Brussel op in het atelier', maar meteen voegde hij eraan toe: 'Maar dan wel niet flauw doen of de boel op stelten zetten, anders gaat hij weer af.' Dat is een faire deal. Als je op die manier flexibel met leerlingen omspringt, geef je ze gelijke kansen, hoezeer hun cultuur ook van de schoolcultuur verschilt. Leerkrachten moeten ook heel goed weten wie ze voor zich hebben. Mij valt bijvoorbeeld op dat leerkrachten de kennis van BSO-leerlingen vaak onderschatten en de sociale vaardigheden van ASO-leerlingen overschatten.»
Leerkrachten zijn er sterk van overtuigd dat ze al hun leerlingen de kans geven om zichzelf te zijn. Jongeren denken daar anders over. Logisch?
Kaat Delrue: «Leerkrachten geven zichzelf een heel hoge score, omdat dit een deel van hun taken is. Bij jongeren moet je die stelling vertalen als: 'Ik laat anderen met rust'. En daar zijn ze minder zeker van, omdat ze vaak nog de vereiste sociale vaardigheden niet hebben. Bovendien speelt de groepsdruk hier een belangrijke rol, hun status in de groep. Kijk maar wat er gebeurt als er een nieuwe leerling in de klas komt Het is dan erg belangrijk voor leerkrachten om die mechanismen te zien en te doorgronden.»
Hoe pak je dat als leerkracht aan?
Kaat Delrue: «Gewoon observeren, zonder te oordelen. In de ene klas hebben ze allemaal een boekentas van Eastpack; wie dat niet heeft, staat aan de kant. In de andere klas speelt die boekentas geen rol, maar draait de groepsdynamiek rond de muziek in hun walkman. Die groepscultuur, daar moet je echt wel zicht op krijgen. Gelijke kansen is meer dan zoveel mogelijk leerlingen doen slagen, het is ook leerlingen zoveel mogelijk bij de groep betrekken. Dat kan je als leerkracht enkel door onbevooroordeeld te kijken en rekening te houden met gevoeligheden. Fel reageren op statussymbolen leidt onvermijdelijk tot botsingen. En sommige leerlingen moeten juist meer kansen krijgen om gelijke kansen te hebben. Daartegenover staat dat je leerlingen die moeilijk liggen in de groep niet mag favoriseren. Dan duw je ze nog dieper weg. Geef àlle leerlingen status: weet welke leerling een goed antwoord kan geven en geef hem de kans om dat te doen. Laat ook stille of zwakke leerlingen succes ervaren. In het secundair onderwijs valt mij op dat TSO/BSO-leerkrachten meer tijd hebben om te differentiëren en àl hun leerlingen kansen te geven dan ASO-leerkrachten. Zo zei een leraar fysica me ooit dat hij zelfontdekkend leren niet kon inbouwen in zijn lessen wegens het overvolle leerplan. Dat heb ik een TSO/BSO-leerkracht nog nooit horen zeggen en hun leerplannen zijn ook niet min. Nochtans willen ook ASO-leerlingen zich gelijkwaardig behandeld weten in de klas.»
Als je jongeren en tieners vraagt naar de mate waarin ze op school van elkaar leren dankzij verschillende culturele achtergronden, zijn jongeren veel negatiever. Hoe komt dat?
Kaat Delrue: «Dat ligt aan de leerkrachten. In het lager onderwijs krijgen leerlingen veel meer kansen om van elkaar te leren tijdens de les. Het zit in didactische werkvormen - hoekenwerk, contractwerk, probleemoplossend denken - en in de attitude van hun leerkrachten. Die stimuleren van elkaar leren meer dan hun collega's in het secundair onderwijs. In een werkvorm zoals CLIM (coöperatief leren in multiculturele groepen) leren zwakke leerlingen samen met sterke, terwijl ze geregeld van rol wisselen: vandaag is een sterke leerling de aanvoerder, morgen een zwakke. Leerkrachten in het secundair onderwijs besteden veel minder aandacht aan de groep zelf en aan didactische werkvormen die samen leren stimuleren. Ze herkennen en gebruiken de verschillen tussen leerlingen veel minder.»
In een boeiende les komt ook de leefwereld van de leerlingen aan bod. Dat staat in elk handboek didactiek. Uit de K-test blijkt dat vooral jongeren daar weinig van merken.
Kaat Delrue: «Het verbaast me niet dat vooral jongeren lage scores laten noteren. Dat er weinig ruimte is voor de leefwereld van jongeren merk je bijvoorbeeld als de laatstejaars hun laatste honderd dagen vieren. Meestal is dat één grote, overdreven uitspatting. Vertaal dat maar als één grote reactie tegen het feit dat hun leefwereld op school quasi afwezig blijft. Dat zit ook in de vele reglementen die tattoos verbieden, naakte schouders, petjes, piercings (maar meisjes mogen wel oorringen dragen) enz. Ik vraag me af of de tijd van dergelijke betutteling niet voorbij is. We hoeven de vrijetijdswereld van leerlingen niet op school in te voeren_- dat willen leerlingen trouwens ook niet - maar waarom in de les of daarbuiten geen ruimte bieden aan hun muziek, hun kleding, hun verhalen? In het basisonderwijs bewijzen kringgesprekken waarin kinderen vertellen wat ze in het weekend of tijdens de vakantie hebben meegemaakt hun nut voor sociale vaardigheden en welbevinden. Daar kan het dus wel. Is het zo moeilijk om een aangepaste variant te vinden voor het secundair onderwijs?»
'Zure druiven, zoete krenten?' - publicatie van schooletnografisch onderzoek in het secundair onderwijs - Kaat Delrue - Steunpunt Intercultureel Onderwijs (Universiteit Gent) - Sint-Pietersnieuwstraat 49 - 9000 Gent - tel. 09 264 70 44 - info@steunpuntico.be - www.steunpuntico.be
Studiedag en actieplan voor je school
- Op dinsdag 23 november kan je deelnemen aan de conferentie 'Gelijke onderwijskansen in Vlaanderen' in CC De Werf Aalst. Op het programma staan debatten, workshops en lezingen over concrete facetten van GOK. Inschrijven kost 35 euro en doe je via www.grootgelijk.be. Meer info: tel. 09 264 70 38 of info@steunpuntico.be.
- Waar zitten in jouw school de angels voor gelijke kansen? Hoe betrek je bijvoorbeeld de buurt bij het leven op school? Het Steunpunt Intercultureel Onderwijs in Gent bezorgt je zelftests, stappenplannen, projectmappen en achtergrondinformatie over omgaan met verschillen. Drie pakketten:
- 'De ICO-scoop. Zelfevaluatie-instrument voor basisscholen.' (25 euro) Via een screeninglijst krijgen schoolteams zicht op de beginsituatie van ICO op klas- en schoolniveau. Na de screening kies je prioritaire werkpunten waarmee je aan de slag kan.
- 'ICO-ON. Werkmap voor interculturalisering van secundaire scholen.' (30 euro). Via concrete werkvormen werk je als school aan: sensibiliseren van teamleden, screening van de les- en schoolwerking, ervaringsuitwisselingen tussen leerkrachten, beoordeling van lesmaterialen, acties enz. ICO-ON is vooral bedoeld voor lerarenteams (per vakwerkgroep, per graad, per afdeling, het hele schoolteam).
- 'Puur uit de buurt. Een werkboek.' (13,50 euro) Werken met, in en rond de buurt voor basisscholen. Het werkboek toont een aantal mogelijkheden om als school deel uit te maken van het leven in de buurt en zicht te krijgen op de verscheidenheid binnen en buiten de schoolpoort. Met veel suggesties voor klas- en projectwerking.
Steunpunt ICO - Sint-Pietersnieuwstraat 49 - 9000 Gent - tel. 09 264 70 38 (admi_nistratie) tel. 09 264 70 45 (coördinatie) - fax 09 264 70 49 - info@steunpuntico.be - www.steunpuntico.beStuur een kaartje naar Klasse (gelijke kansen) - titel publicatie - Koning Albert II-laan 15 - 1210 Brussel of mail naar secr.leerkracht@klasse.be. Motiveer in max. 10 regels waarom je voor dit pakket kiest, wat je ermee wil doen Tien scholen ontvangen voor de kerstvakantie hun pakket. De anderen kunnen het bestellen bij ICO.
Wat is de K-test?
De K-test is een instrument om jezelf te spiegelen en de school tegen het licht te houden. Met de antwoorden op tien vragen geeft de K-test een beeld van hoe actief iemand of de school is in tien domeinen: participatie, gelijke kansen, cultuur, gezondheid, milieu, ontspanning, veiligheid, leren, goed leven en kiezen. Wat je ermee kan doen en hoe hij werkt, lees je op www.klasse.be. Klik op de banner 'K-test'.
- Klasse voor Leraren 149 (p. 8-11)
- 01/11/04
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer
«Dat er op school weinig ruimte is voor de leefwereld van jongeren merk je als de
laatstejaars hun laatste honderd dagen vieren. Meestal is dat één grote, overdreven
uitspatting », zegt Kaat Delrue (Steunpunt Intercultureel Onderwijs). Een jaar lang zat
zij mee op Gentse en Antwerpse schoolbanken. Hoeveel gelijke kansen geven scholen
aan hun leerlingen?