- » Alle nummers
- September 2010
- Juni 2010
- Mei 2010
- April 2010
- Maart 2010
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 158. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
«Waarom zitten Kelly en Kevin verdomme in het BSO?»
Top-10 voornamen meisjes:
|
BSO |
ASO |
|
1. Stephanie (1188 = 31 op 1000) |
1. Sofie (1700 = 27 op 1000) |
|
2. Sara(h) (875 = 23 op 1000) |
2. Sara(h) (1670 = 26 op 1000) |
|
3. Sofie (709 = 18 op 1000) |
3. Stephanie (1555 = 24 op 1000) |
|
4. Kelly (681 = 18 op 1000) |
4. Charlotte (1100 = 17 op 1000) |
|
5. Kim (655 = 17 op 1000) |
5. Julie (907 = 14 op 1000) |
|
6. Melissa (600 = 15 op 1000) |
6. Jolien (838 = 13 op 1000) |
|
7. Nathalie (574 = 15 op 1000) |
7. Annelies (792 = 12 op 1000) |
|
8. Ellen (412 = 10 op 1000) |
8. Lien (791 = 12 op 1000) |
|
9. Wendy (399 = 10 op 1000) |
9. Ellen (770 = 12 op 1000) |
|
10.Jessica (390 = 10 op 1000) |
10. Katrien (686 = 11 op 1000) |
|
Totaal: 37 747 |
Totaal: 62 630 |
Top-10 voornamen jongens:
|
BSO |
ASO |
|
1. Kevin (1638 40 op 1000) |
1. Thomas (1374 = 27 op 1000) |
|
2. Tom (772 19 op 1000) |
2. Pieter (1134 = 22 op 1000) |
|
3. Michael (697 17 op 1000) |
3. Tom (986 = 19 op 1000) |
|
4. Bart (560 13 op 1000) |
4. Jeroen (925 = 18 op 1000) |
|
5. Steven (552 13 op 1000) |
5. Jan (722 = 14 op 1000) |
|
6. Stijn (546 = 13 op 1000) |
6. Stijn (722 = 14 op 1000) |
|
7. Kenny (530 = 13 op 1000) |
7. Maarten (702 = 14 op 1000) |
|
8. Tim (520 = 12 op 1000) |
8. Kevin (685 = 13 op 1000) |
|
9. Glenn (513 = 12 op 1000) |
9. Tim (664 = 13 op 1000) |
|
10. Nick (505 = 12 op 1000) |
10. Bart (651 = 12 op 1000) |
|
Totaal: 40 490 |
Totaal: 50 321 |

«Het Vlaamse onderwijs is wereldkampioen in de reproductie van sociale ongelijkheid.»
«Nee, met een voornaam als Kelly en Kevin ben je niet voorbestemd om in het beroepsonderwijs terecht te komen», zegt professor Koen Pelleriaux van de Universiteit Antwerpen. «Het verhaal van de voornamen verraadt wel dat ons onderwijs ongelijkheid reproduceert. Vlaanderen is daarin wereldkampioen.» Hoe krijgen we Kelly en Kevin ook in het ASO?
Koen Pelleriaux: «Het is niet zo dat onze Kelly's en Kevins automatisch gedraineerd worden naar het beroepsonderwijs, zo werkt het gelukkig niet. Mensen met een lagere sociale status of die uit een eerder kansarme groep komen, hebben wel een grotere kans om hun kinderen Kelly, Shania of Mohammed te noemen. Ouders van een betere sociale klasse noemen hun kinderen helemaal anders: Sofie, Thomas enz. Op die manier tonen die typische ASO- of BSO-voornamen aan dat ons onderwijs de sociale ongelijkheid reproduceert. De voornamen zijn niet meer dan een illustratie daarvan.»
Maar is ongelijkheid wel op te lossen?
Koen Pelleriaux: «Waarschijnlijk is het onoplosbaar dat er een stukje reproductie gebeurt over de generaties, dat kinderen van kansarmen een grotere kans hebben om zelf kansarm te zijn. We weten nog te weinig over biologische erfelijkheid van intelligentie om dat met zekerheid te zeggen. Het probleem voor Vlaanderen is niet dat er ongelijkheid bestaat, maar wel dat die hier veel groter is dan in andere landen. Het beste land is Finland, een van de slechtste is Vlaanderen.»
Waarom doet Finland het zo goed?
Koen Pelleriaux: «De Finnen weten het zelf niet goed. Zij combineren een heel lage reproductie van kansarmoede met erg hoge gemiddelde schoolprestaties. De gemiddelde schoolprestatie in Vlaanderen is gelukkig ook heel hoog. Het is natuurlijk gemakkelijk om weinig reproductie van ongelijkheid te hebben als je je kinderen niks leert. Het Finse, maar bijvoorbeeld ook het Franse systeem is iets comprehensiever dan het onze. Zij sturen leerlingen minder snel in allerlei richtingen, onderwijsvormen en dies meer. Onderwijskundigen zijn erover eens dat we in Vlaanderen iets te snel uitsplitsen. In de eerste graad van het secundair onderwijs splitsen we bijvoorbeeld in 1A en 1B. Maak die eerste graad comprehensief. De meeste onderwijsdeskundigen in Vlaanderen zijn het daarover eens. Maar verder zou ik niet gaan. Je moet toch een basisrealisme hebben. Als je bijvoorbeeld op het einde van het secundair onderwijs een goed gevormde elektricien wil hebben, dan denk ik dat je minstens vier jaar opleiding moet organiseren.»
Een comprehensieve eerste graad betekent sterke en zwakke leerlingen in één klas.
Koen Pelleriaux: «Als je heel goede leerlingen en minder goede leerlingen tezamen in een klas zet, dan is er altijd een grote vrees dat bekwame leerlingen hun kansen worden afgepakt: ze gaan zich vervelen en hun 'topniveau' niet meer bereiken. Wat blijkt uit wetenschappelijk onderzoek? Dat het voordeel voor de minder bekwamen veel groter is dan het minimale nadeel van de meer bekwame leerlingen. Wat gebeurt er in die heterogene klassen? Je krijgt daar peer teaching. Betere leerlingen beginnen wat ze leerden uit te leggen aan de leerlingen die niet zo goed kunnen volgen en omdat ze het uitleggen leren ze het zelf beter. Hun nadeel is dus bijna onbestaande. De drang om sterke en zwakke leerlingen te splitsen is onzinnig.»
Ook in de lagere school? Hoe splits je het best een derde jaar met vijfendertig leerlingen?
Koen Pelleriaux: «Voor mijn part splits je ze alfabetisch, maar doe het nooit op basis van de resultaten van het tweede leerjaar. Maak dus geen groep met sterke en een met zwakkere leerlingen. In feite geldt hetzelfde in de eerste graad van het secundair onderwijs. Maar je zit daar met het probleem van de vijf tot negen uur die scholen vrij mogen kiezen om zichzelf te profileren. Die regel uit het decreet over het eenheidstype was een compromis tussen de verdedigers van het vernieuwd secundair onderwijs (VSO) en de voorstanders van het toenmalig traditioneel onderwijs. Eigenlijk zou je die vijf tot negen vrije uren moeten afschaffen, maar ik vrees dat daarover geen politieke consensus kan worden bereikt. Ik zou liever een eenvormig curriculum voor iedereen in de eerste graad zien. Ook de opsplitsing tussen 1A en 1B wil ik weg. Ik kan wel leven met een beperkte groep leerlingen in het buitengewoon onderwijs. Het beleid moet erop toezien dat die groep niet groeit. En dat gebeurt nu wél, wat sommigen ook mogen beweren. Ik wil echter niet in de val trappen om te pleiten voor het afschaffen van het buitengewoon secundair onderwijs (BuSO). De mensen uit het BuSO hebben een punt als ze zeggen dat er zeer goed BuSO-onderwijs is in Vlaanderen, niet voor niks komt de halve wereld naar hier om het te bekijken. Mijn bedoeling is niet om de tien tot vijftien procent leerlingen die nu in de B-stroom zitten naar het buitengewoon te draineren: dat is het omgekeerde van wat ik wil.»
Sofie en Thomas leven steeds meer in een andere wereld dan Kelly en Kevin: ze kijken naar andere zenders, luisteren naar andere muziek, lezen andere magazines ...
Koen Pelleriaux: «Ik weet niet wat de grenzen van het beleid zijn op het vlak van de culturele dualiteit. Het zal waarschijnlijk moeilijk zijn om daar iets aan te doen, maar dat mag ons niet blind maken voor een trend. Die dualisering neemt toe, bijgevolg was ze vroeger minder. Dus is het niet zo onmogelijk om ze opnieuw dichter bij elkaar te brengen. De legerdienst is afgeschaft: dat is één van de drama's van onze samenleving. Daar kwamen de hoge en lage klassen nog samen. Op één kamer, in één kazerne had je alle lagen van de bevolking.»
Kevin werd toch nooit officier, 't was toch altijd een Thomas die met de eer ging lopen?
Koen Pelleriaux: «Dat klopt, maar Thomas was ook vaak gewoon soldaat. Mijn punt is: we gaan beter terug naar een toestand met minder culturele dualisering, maar daarmee heb ik niet gezegd dat je ze helemaal kan vermijden. Je gaat de culturele verschillen tussen Sofie en Kelly behouden, maar de vraag is: moet die marge zo groot zijn als vandaag? Ik denk het niet.
Alles in de samenleving is veel meer geënt op onderwijsniveaus. Vroeger kon je bij wijze van spreken met een aanbevelingsbriefje van je oom aan de slag bij een bedrijf. Vandaag is dat zo niet meer. Het eerste wat je moet hebben, is een diploma of een certificaat. Ik las ooit het verhaal van een Nederlandse psycholoog die wou onthaasten. Hij werkt deeltijds en plaatst het bericht in de plaatselijke krant dat hij in zijn vrije tijd beschikbaar is om met de honden van de buurt te wandelen. Daarop komt er een lezersbrief bij de krant: is die mens wel bekwaam om met honden te wandelen? Als je dat soort vragen krijgt in de maatschappij, dan besef je dat onderwijs absoluut speciaal geworden is.»
Als je merkt dat de samenleving dualiseert maar dat anderzijds je lerarenkorps bijna uitsluitend uit de 'hogere' klassen rekruteert, is er dan geen probleem?
Koen Pelleriaux: «Ik vind dat vooral een probleem bij praktijkleerkrachten van het nijverheidstechnisch of beroepsonderwijs, ik denk dat we daar te strenge pedagogische eisen stellen. Je had vroeger inderdaad verhalen van vakmannen die het op vijftigjarige leeftijd beu zijn om op hun knieën te zitten en ook voor hun pensioen naar het onderwijs komen. Maar tegelijkertijd kwam die man wel uit hetzelfde milieu als de gasten waar hij les aan geeft. En misschien kon die leraar ook beter met de leerlingen praten. Misschien helpt het niet dat je ASO-mensen allerlei pedagogische trucs aanleert om met BSO-leerlingen om te gaan. Ik heb zelf meegemaakt in een werkhuis dat er iemand een draai om zijn oren krijgt, omdat hij gevaarlijk bezig is. Je kan dat vandaag niet meer verdedigen, dat is not done. Maar ik weet ook dat de woede van die leerkracht na één minuut voorbijgewaaid was. Hij had de veiligheid van zijn leerling op het oog. En op een bepaald moment vraag ik me af: was zo'n klap nu betere communicatie of niet? Helpt een preek van een half uur meer voor de veiligheid van die leerling? Ik weet dat niet.»
We haden het over Sofie en Kelly, hoe zit het met Mohammed en Layla?
Koen Pelleriaux: «Wel, als je de situatie in een aantal grote steden bekijkt, dan stevenen we daar op een regelrechte ramp af. We moeten die groep migranten beter kunnen opleiden en een betere job geven, anders krijgen we onoverzichtelijke problemen. Veel te weinig migranten zitten in het hoger onderwijs en als we ze daar geraken, geven we ze waarschijnlijk te weinig coaching om ze daar te houden en te doen slagen. Hun taalachterstand is een fundamenteel probleem. Over de manier waarop je die moet aanpakken woedt er een heftige wetenschappelijke discussie. Het ene model dat wij in Vlaanderen toepassen, zegt: probeer maximaal in te zetten op het Nederlands en doe geen enkele inspanning voor hun moedertaal. Het andere model zegt dat je moet vertrekken vanuit de moedertaal van de migrant om de taalverwerving van andere talen te stimuleren. Ik durf echt geen definitieve uitspraak doen over wat het beste model is, maar ik zie wel dat we in Vlaanderen vooral het eerste model toepassen en dat het faliekante resultaten oplevert. Ligt dat aan het feit dat we het niet goed doen of omdat het model niet werkt?»
Moeten we niet inzetten op de ouders en de thuiscultuur van migranten?
Koen Pelleriaux: «Absoluut. Kinderen die Nederlands leren, krijgen bijna automatisch ook stimulansen buiten de school. Een onnozel voorbeeld: een uurtje Ketnet kijken kan een ongelofelijke stimulans zijn. Ketnet werkt goed, maar bereikt Mohammed en Layla niet. De vraag is of je als beleid erin slaagt om de ouders te overtuigen om tenminste een stukje van de avond Ketnet op te zetten. Een leraar kan daarin een subtiele rol spelen. Hij of zij kan groepswerk organiseren over Ketnet. Daardoor zet je Mohammed en Layla ertoe aan om thuis te zeggen: ik moet naar Ketnet kijken van de meester of van de juffrouw. Dat zijn kleine dingen die we kunnen doen, maar tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat we Mohammed en Layla binnen het onderwijs houden en dat we ze ook in die richtingen houden die kans geven op hoger onderwijs of goede jobs.»
In vacature-databanken wordt de voornaam Mohammed minder aangeklikt dan Thomas, dat is ook een realiteit.
Koen Pelleriaux: «Ja, en migranten-ouders die het een beetje gemaakt hebben, kennen dat probleem. Zij kiezen dan ook vaker andere voornamen voor hun kind. Technisch gesproken is iedereen vrij om zijn kind gelijke welke voornaam te geven, maar die vrijheid is waarschijnlijk een illusie. Ik kan mijn kind Shania noemen, maar in de praktijk gaat mijn omgeving dat nooit accepteren en eigenlijk wil ik dat ook niet. Ik weet dat ik dat niet mag willen. Keuze is een illusie die we graag koesteren. De ambities van ouders van Kelly en Kevin zijn niet lager dan de ambities van ouders van Thomas en Sofie, maar ze hebben soms de middelen of culturele bagage niet om ze waar te maken. Iedereen zit altijd te kankeren op het vermaledijde watervalsysteem, maar het heeft ook grote voordelen. Ook kinderen van laaggeschoolden beginnen hoog. Het watervalsysteem heeft deels gediend als sociale promotie voor een aantal kinderen uit de lagere klassen. Hun kinderen begonnen in het algemeen secundair onderwijs en als dan bleek dat ze konden volgen, gingen ze niet naar het technisch of beroepssecundair onderwijs. Natuurlijk is er ook een groep die onmiddellijk begint in TSO of BSO. En we weten dat mensen niet opstromen tegen een waterval.»
Krijgen we de kloof tussen Kelly en Sofie over tien jaar dicht?
Koen Pelleriaux: «Ik hoop dat we een aantal punctuele problemen kunnen oplossen, bijvoorbeeld het verhaal van de migranten. Het is even slikken als je weet dat de jonge gasten in Brussel allemaal een bruin vel hebben en dat je vaststelt dat er bij Volkswagen in Vorst maar zeven procent Brusselaars werken, en in Zaventem amper vijf procent. Dat gaat enkel over laaggeschoolde jobs! Ik hoop dat we erin slagen om de reproductie van ongelijkheid op een lager niveau te krijgen. We gaan over tien jaar het niveau van Finland niet halen, maar we moeten dichter bij het Europese gemiddelde kunnen komen. Dat, gecombineerd met even hoge prestaties. Lukt het, dan hebben we tien jaar goed beleid gehad. Het moeten niet altijd dezelfden zijn die aan de onderkant van de maatschappij zitten. Waarom moeten dat altijd Kevin en Kelly zijn?»
- Klasse voor Leraren 158 (p. 10-13)
- 01/10/05
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer
