- » Alle nummers
- September 2010
- Juni 2010
- Mei 2010
- April 2010
- Maart 2010
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 169. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Zijn gelijke kansen schone schijn?
Welke sociale kenmerken hebben -laaggeschoolden?
|
DE TOP 10 |
|
|
1. Erg lage financiële draagkracht van opgroeigezin |
63% |
|
2. Vader heeft geen diploma |
59% |
|
3. Moeder heeft geen diploma |
56% |
|
4. Zestigplusser |
55% |
|
5. Lage financiële draagkracht van opgroeigezin |
49% |
|
6. Niet-westerse allochtoon |
46% |
|
7. Zieken of gehandicapten |
45% |
|
8. Vijftiger |
38% |
|
9. Holebi |
34% |
|
10. Vader heeft diploma lager onderwijs |
33% |
Elke laaggeschoolde heeft uiteraard verschillende sociale kenmerken
Welke sociale kenmerken hebben -hooggeschoolden?
|
DE TOP 10 |
|
|
1. Moeder heeft diploma hoger onderwijs |
81% |
|
2. Vader heeft diploma hoger onderwijs |
73% |
|
3. Moeder heeft diploma hoger secundair onderwijs |
54% |
|
4. Vader heeft diploma hoger secundair onderwijs |
50% |
|
5. Erg hoge financiële draagkracht opgroeigezin |
48% |
|
6. Dertiger |
45% |
|
7. Moeder heeft diploma lager secundair onderwijs |
45% |
|
8. Niet gelovigen |
37% |
|
9. Hoge financiële draagkracht opgroeigezin |
37% |
|
10. Vader heeft diploma lager secundair onderwijs |
36% |
Elke hooggeschoolde heeft uiteraard verschillende sociale kenmerken
Hoeveel onderwijskansen heb je gekregen?
(volgens sociaal kenmerk)
|
1. Moeder diploma hoger onderwijs |
7,3 |
|
2. Vader diploma hoger onderwijs |
7,3 |
|
3. Zeer hoge financiële draagkracht opgroeigezin |
7,1 |
|
4. Hoog opleidingsniveau |
7,1 |
|
5. Netto gezinsinkomen >3000euro per maand |
6,9 |
|
6. Moeder diploma hoger secundair onderwijs |
6,9 |
|
7. Hoge financiële draagkracht opgroeigezin |
6,6 |
|
8. Vader diploma hoger secundair onderwijs |
6,6 |
|
9. Moeder diploma lager secundair onderwijs |
6,6 |
|
10. Dertiger |
6,4 |
...
|
46.Netto gezinsinkomen lager dan 1500 euro |
5,2 |
|
47. Zonder inkomen |
5,1 |
|
48. Werkloos |
5,1 |
|
49. Moeder heeft geen diploma |
4,9 |
|
50. Niet-westerse allochtonen |
4,9 |
|
51. Vader heeft geen diploma |
4,8 |
|
52. Nooit uitgaan |
4,8 |
|
53. Lage financiële draagkracht opgroeigezin |
4,7 |
|
54. Laag opleidingsniveau |
4,5 |
|
55. Zeer lage financiële draagkracht opgroeigezin |
3,6 |
respondenten moesten aanduiden op een schaal van 1 (zeer weinig) tot 10 (zeer veel)
Deze cijfers komen uit de 'Survey Gelijke Kansen' van het Steunpunt Gelijkekansenbeleid. De studie baseert zich op de antwoorden van 2?656 inwoners van het Vlaamse Gewest tussen dertig en zeventig jaar. De volledige studie kan je nalezen op www.surveygelijkekansen.be
«Hoger diploma geeft je meer geld maar ook beter werk, vrije tijd en relaties»
Vrouwen hebben een fantastische inhaalbeweging gemaakt in het onderwijs maar holebi's en vooral allochtonen krijgen nog lang niet dezelfde kansen. Zij scoren beduidend slechter in de objectieve onderwijscijfers van de Survey Gelijke Kansen. Onderzoeker Steven Lenaers vroeg bijna drieduizend inwoners van het Vlaamse Gewest ook naar het subjectieve: hoe tevreden zijn ze over de kansen in hun leven? Conclusie: mét een hoog diploma is het beter en gelukkiger leven.
Socioloog Steven Lenaers werkt als docent en onderzoeker aan de Universiteit Hasselt en tot september 2006 was hij als onderzoeker verbonden aan het Steunpunt Gelijkekansenbeleid. In die tijd verzamelde hij een schat aan objectieve cijfers over gelijke kansen in Vlaanderen. Uniek aan de Survey Gelijke Kansen is dat ook subjectieve cijfers verzameld werden: 'Zijn mensen tevreden over hun situatie' en 'Hebben zij meer of minder kansen gekregen in hun leven'.
Is een laaggeschoolde automatisch minder tevreden over zijn onderwijscarrière?
Steven Lenaers: «Wie objectief laag scoort, scoort doorgaans ook subjectief laag en wie objectief hoog scoort, doet het subjectief ook beter. Gebeurt dat niet dan zit je als onderzoeker met interessant materiaal. Bijvoorbeeld: uit de cijfers blijkt dat vrouwen veel meer huishoudelijke taken op zich nemen. Objectief zijn er grote verschillen tussen mannen en vrouwen op dat vlak, maar subjectief niet. Vrouwen blijken over die situatie niet te klagen.»
Wat moet je dan doen: de ontevredenheid van vrouwen aanwakkeren?
Steven Lenaers: «Daar moet je als overheid goed over nadenken. Je zou kunnen zeggen: de overheid moet er enkel voor zorgen dat iedereen tevreden is en kan dat bereiken door iedereen dom te houden. Of je kan een iets ethischer standpunt innemen en de vrouwen informeren over hun situatie. Hen vertellen dat ze carrièrekansen aan zich voorbij laten gaan, dat wanneer ze minder werken ze ook minder pensioenrechten opbouwen. Je moet ze met andere woorden emanciperen en nadat je dat gedaan hebt, kan je nog eens nagaan of ze nog steeds dezelfde keuzes maken. De overheid moet wel beseffen dat emanciperen niet noodzakelijk betekent: vrouwen aan het werk. Mensen kunnen ook bewust andere keuzes maken.»
Onslow uit 'Schone Schijn' heeft het recht om tevreden te zijn met pint in de hand en heel de dag voor de televisie.
Steven Lenaers: «Je moet Onslow alleszins informeren. Als iemand zegt: ik woon het liefst in een ton en als het regent, dan word ik nat en dat maakt me niet uit, dan heb ik daar geen probleem mee. Wanneer mensen op basis van voldoende kennis beslissingen nemen die voor anderen ondenkbaar zijn maar waar hij of zij perfect gelukkig mee is, dan kan niemand zeggen dat die persoon niet voldoende kansen heeft gekregen. Veronderstel dat Onslow kinderen heeft, dan kan je hem vertellen dat hij waarschijnlijk moeite zal hebben om ze te helpen bij hun huiswerk, dat zijn kinderen misschien moeilijker zullen kunnen volgen op school. Maar hij heeft natuurlijk perfect het recht om te zeggen: ik heb een dak boven mijn hoofd, ik ben gelukkig, ik vind school niet belangrijk. Sommige mensen zijn zich bewust van hun situatie en emanciperen zichzelf, anderen doen dat niet. Daarom is het van belang dat je weet wat mensen denken en hoe ze hun kansen aanvoelen.»
Allochtonen scoren objectief laag op het gebied van onderwijs maar ze schatten onderwijs wel hoger in dan autochtonen.
Steven Lenaers: «Waarschijnlijk merken ze kansen bij anderen die ze zelf niet hebben en begrijpen ze dat onderwijs een manier is om die kansen te kunnen grijpen. Onderwijs is vaak beperkt in je leven. Daarom leggen we vanuit het Steunpunt zoveel nadruk op levenslang leren. Nu is het nog altijd zo dat je de bus in het begin van je leven moet nemen en als je die bus mist, dan heeft dat effect op je materiële welvaart en arbeidssituatie, en op je vrije tijd en relaties.»
Allochtonen moeten doen wat vrouwen de voorbije decennia hebben gedaan.
Steven Lenaers: «Vrouwen hebben een enorme inhaalbeweging gemaakt ten opzichte van mannen. Kijken we echter naar de arbeidsmarkt, dan blijkt dat zij er nog niet in slagen om die positie te verzilveren. Zeker de jonge meisjes nu hebben een voorsprong ten opzichte van de jongens maar eenmaal op de arbeidsmarkt en zeker wanneer er kinderen geboren worden, verlaten zij de arbeidsmarkt of maken ze minder kans op een bloeiende carrière. Vrouwen nemen nog te veel taken op zich, bijvoorbeeld in het huishouden. Economisch gezien is dat jammer, want de samenleving en zijzelf investeren veel in hun opleiding.»
Holebi's blijken helemaal niet hoger opgeleid te zijn dan hetero's.
Steven Lenaers: «Het idee dat holebi's hoger opgeleid zijn, is waarschijnlijk gebaseerd op een zichtbare groep holebi's. Zij die zich meer in de uitgaanswereld manifesteren en ook de economische status hebben om zich zo te laten zien. Waarschijnlijk hebben we met onze bevraging een aantal mensen bereikt die een eerder verborgen leven leiden, die alleen wonen, zich niet in het uitgaansmilieu mengen. Dat holebi's lager scoren, is niet helemaal onlogisch. Zij worden tijdens hun puberteit met hun seksuele geaardheid geconfronteerd en die puberteitscrisis kan zeker een negatief effect hebben op hun schoolprestaties. Er kan ook meer dan een puberteitscrisis spelen. Het is niet ondenkbeeldig dat een deel van de holebi's gepest wordt op school en het daardoor minder goed doet. De lage cijfers voor holebi's zijn alleszins een belangrijk knipperlicht voor de overheid. Uit eerder onderzoek bleek al dat jongeren makkelijker lesbische meisjes aanvaarden dan homoseksuele jongens en dat er vaak heel enge clichébeelden bestaan over homo's. Als overheid kan je dan aan de nondiscriminatie werken door de beeldvorming rond homo's te verbeteren. Uiteraard zijn jongens en meisjes van nu helemaal anders dan sommige mannen en vrouwen in deze studie. Bij holebi's van ouder dan vijftig was het voor velen gewoon ondenkbaar om met hun geaardheid naar buiten te komen. Nu is het gelukkig al meer aanvaard en er zijn al mogelijkheden om daarover te spreken, terwijl die kansen er vroeger totaal niet waren.»
Wat bepaalt dat je succesvol bent in je onderwijsloopbaan?
Steven Lenaers: «Welk diploma je haalt, wordt voor 31 procent bepaald door het diploma van je ouders. Dat is voor de sociologie een bijzonder hoog cijfer. Het feit dat je holebi of allochtoon bent, heeft een rechtstreeks effect op je diploma en voor het overige spelen niet onderzochte factoren of persoonlijke factoren. Ben je een doorzetter, geloof je in school, naar welke school ga je, van wie krijg je les. Je zal bijvoorbeeld maar een homohater voor de klas hebben, voor een jongen die met zijn homoseksualiteit worstelt is dat catastrofaal. Opvallend is dat wanneer mensen slagen, ze de verklaring vooral bij zichzelf zoeken. Het is dankzij mijn karakter of mijn doorzettingsvermogen... Wanneer ze niet slagen, duiden ze de omgeving vaak als oorzaak aan: die leraar of die school stond mij niet aan...»
Verrassing in de toptien van hooggeschoolden: niet-gelovigen.
Steven Lenaers: «In elke analyse zitten wel eens rare dingen. Maar het is makkelijk te verklaren. Het lijkt enkel maar alsof niet-gelovigen hoger geschoold zijn, in feite speelt hier het leeftijdseffect. Meer jongeren zijn niet-gelovig dan ouderen en meer jongeren zijn hooggeschoold dan ouderen. Dit is een voorbeeld van een bruto-effect, echt belangrijk zijn de netto-effecten. Voor onderwijs zijn dat het onderwijsniveau van de ouders, de seksuele geaardheid en de etniciteit. Niet-westerse allochtonen doen het niet goed in onderwijs. Dat zou je als een bruto-effect kunnen afdoen en zeggen: alle mensen met laaggeschoolde ouders doen het minder goed in onderwijs. Maar uit de analyse blijkt dat er toch nog een culturele factor, waarschijnlijk een taalfactor, speelt die ervoor zorgt dat allochtonen een extra achterstand oplopen ten opzichte van autochtonen met laaggeschoolde ouders.»
Heb je die taalfactor onderzocht?
Steven Lenaers: «Jammer genoeg niet. Het zou nochtans goed zijn om echt de vinger op de wonde te kunnen leggen. Een vermeende culturele factor is lang geweest: allochtonen vinden onderwijs niet belangrijk. Via onze subjectieve cijfers weten we dat dat niet zo is, ze vinden het zelfs belangrijker. Vanuit die cijfers zou je zelfs kunnen verwachten dat allochtonen het beter doen op school.»
Je vroeg mensen zowel 'Ben je tevreden' als 'Heb je meer of minder kansen gekregen'. Wat antwoorden ze?
Steven Lenaers: «Om te evalueren of ze tevreden zijn kijken ze meer naar het resultaat, om hun kansen in te schatten bekijken ze het proces, ze houden dan rekening met de factoren die meer of minder geholpen hebben. Mensen vinden het niet zo gemakkelijk om zich met hun buurman te vergelijken. In de diepte-interviews geven mensen vaker aan dat een gebeurtenis in hun leven een belangrijke rol speelt voor de kansen die ze kregen. Bijvoorbeeld: ik heb minder kansen gekregen omdat mijn vader is gestorven.»
Je vroeg hen ook wat hun kansen heeft beïnvloed.
Steven Lenaers: «Dat levert onthutsende cijfers op. Bijna zes op tien mensen die opgroeiden in een arm gezin geven aan dat ze daardoor minder kansen kregen en ruim drie op tien niet-westerse allochtonen zegt minder kansen te krijgen vanwege zijn etniciteit. Je kan dergelijke cijfers afwimpelen en zeggen: och, allochtonen kruipen in hun favoriete slachtofferrol, maar we hebben eerder al aangehaald dat er objectieve cijfers zijn die staven wat allochtonen voelen.»
Eén advies: haal een hoger diploma. Dat heeft een gunstig effect op zowat alle domeinen in je leven.
Steven Lenaers: «Een hoger diploma werkt als een katalysator. Het heeft een netto-effect op je arbeidssituatie, waardoor je materiële welvaart stijgt. Je zal vaker uitgaan, je beter voelen en er is een rechtstreeks verband tussen onderwijs en relaties. Minder hooggeschoolden blijven zonder partner en de relaties van hooggeschoolden houden langer stand. Om gelijke kansen voor iedereen te garanderen, moet de overheid op twee sporen werken. Maatregelen nemen op het vlak van nondiscriminatie. Werk bijvoorbeeld aan de beeldvorming van holebi's op school, geef allochtonen als dat nodig is een eerste oudercontact in hun eigen taal... Tegelijkertijd moet je aan emancipatie werken. Meisjes dachten vroeger: studeren is niets voor mij, maar dat denken is nog niet volledig weg in het kiezen van hun curriculum. Wetenschap is niks voor mij, zeggen veel meisjes. Nochtans krijgen zij even veel kansen als jongens om wetenschappen te studeren. Dan moet je bijvoorbeeld vanuit de leefwereld van meisjes chemie benaderen: zeggen dat chemie ook gebruikt wordt om menselijke dingen mee te maken: van pampers tot kleren en speelgoed... Meisjes zijn toch niet genetisch bepaald om niet voor wetenschappen te kiezen?»
«Onderwijs wordt nog altijd onderschat.»
Op een schaal van 1 tot 10 geeft 83 procent een score van 7 of meer aan onderwijs en vorming. Steven Len aers had een hogere score verwacht: «Mensen schatten relaties, betaald werk, persoonlijke ontwikkeling en verzorging nog hoger in maar ze beseffen niet altijd wat een cruciale rol onderwijs speelt in alle levensdomeinen.»
Hoe belangrijk vind jij ...
- gezondheid en verzorging: 95%
- relaties: 94%
- betaald werk: 91%
- persoonlijke ontwikkeling: 90%
- onderwijs en vorming: 83%
- vrije tijd: 83%
- materiële welvaart: 81%
- huishoudelijk werk: 42%
Het percentage duidt aan hoeveel mensen een score geven van 7 of meer voor dat onderdeel.
- Klasse voor Leraren 169 (p. 10-13)
- 01/11/06
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer
