- » Alle nummers
- Maart 2010
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- September 2009
- Juni 2009
- Mei 2009
- April 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 184. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Eindtermen nog te weinig gekend
| Ik ken de ontwikkelingsdoelen/eindtermen | goed | neutraal | niet zo goed | onvoldoende |
| Kleuteronderwijzers | 68 % | 20 % | 7,5 % | 4,2 % |
| Directeurs basisonderwijs | 50 % | 33 % | 10 % | 7 % |
| Leraren lager onderwijs | 40 % | 38 % | 15 % | 7 % |
Kleuteronderwijzers kennen de ontwikkelingsdoelen het best, leraren lager onderwijs zijn het minst vertrouwd met de eindtermen.
"Als je geen eindtermen of ontwikkelingsdoelen kent, weet je onvoldoende waar je met je leerlingen naartoe moet", zegt prof. Peter Van Petegem (Universiteit Antwerpen). Hij stelt vast dat de kloof tussen kleuteren lager onderwijs begint bij niet vertrouwd zijn met eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Sommige leraren willen er zelfs niet van weten. Maar de mix van kennis, vaardigheden en attitudes zit volgens de meeste leraren meer dan goed.
Peter Van Petegem: "Schoolboeken mogen dan aansluiten bij de eindtermen, ze blijven een subjectief product."
Hoe komt het dat kleuteronderwijzers de ontwikkelingsdoelen beter kennen dan dat leraren lager onderwijs vertrouwd zijn met de eindtermen?
Prof. Peter Van Petegem: "Doordat het kleuteronderwijs niet overal leerplannen heeft en er voor dat onderwijsniveau minder schoolboeken op de markt zijn. Kleuteronderwijzers zijn dan ook verplicht zich meer in de ontwikkelingsdoelen te verdiepen. Onderwijzers kijken eerder naar de leerplannen en nog meer naar schoolboeken als ze hun lessen voorbereiden. Dit fenomeen speelt zelfs op directieniveau: directeurs met een diploma van kleuteronderwijs gebruiken de eindtermen en ontwikkelingsdoelen vaker dan directies die een directieopleiding volgden."
Is het dan wel zinvol om te besluiten dat leraren in het algemeen tevreden zijn over de eindtermen? Uiteindelijk, wat men niet kent...
Peter Van Petegem: "Al bij al is het percentage leraren dat eindtermen en ontwikkelingsdoelen onvoldoende kent vrij laag: dat is nergens meer dan tien procent. Als negen op de tien leraren ze dus wel kennen en er tevreden over zijn, dan hoef je dat niet te relativeren. Wat ik wel verontrustend vind, is dat beginnende leraren volgens de directeurs de doelen onvoldoende kennen. Dat is een belangrijk signaal naar de lerarenopleiders. Ook het feit dat amper één leraar op honderd iets afweet van de eindtermen van het andere onderwijsniveau (in dit geval kleuter- of lager onderwijs) is niet hoopgevend. Dat houdt de kloof tussen de onderwijsniveaus in stand."
Een minderheid van de leraren wil van eindtermen en ontwikkelingsdoelen niet weten. Zelfs één directeur op twintig zegt dat. Wat zit daarachter?
Peter Van Petegem: "Ook dat is een minderheid, hier zou ik niet van wakker liggen. Er zijn beleidsmaatregelen waarover veel meer leraren ontevreden zijn. Mogelijke verklaringen zijn een a priori afkeer van 'bemoeienissen' door de overheid of de idee dat eindtermen en ontwikkelingsdoelen niet passen bij het pedagogisch project van de school."
Alleen over de eindtermen muzische vorming zijn leraren en directeurs in het algemeen veel minder tevreden. Wat is daar mis mee?
Peter Van Petegem: "Ik denk dat het probleem vooral schuilt in de evaluatie van deze doelen: hoe pak je dat aan? De mate waarin leraren deskundig genoeg zijn om muzische vorming te geven en de eindtermen te bereiken, speelt eveneens mee. Denk maar aan het onderzoek van Anne Bamford (zie Klasse 178), waaruit blijkt dat er te weinig echte kunst en cultuur in de Vlaamse scholen is. Niet elke leraar kan muzische vorming geven zoals dat bijvoorbeeld in het (deeltijds) kunstonderwijs gebeurt. Mediaonderwijs is op veel plaatsen een nobele onbekende. Als gevolg daarvan voelen veel leraren zich minder minder doelmatig (de eindtermen zijn moeilijker te realiseren) en geven ze vervolgens lagere scores voor bruikbaarheid, haalbaarheid en tevredenheid. Onbekend is onbemind, zeg maar."
Nog een opvaller: blijkbaar sluiten de eindtermen Nederlands relatief het minst aan bij de leefwereld van de leerling.
Peter Van Petegem: "Dat is vreemd, ja, ook al is de score niet dramatisch. We hebben niet gevraagd waarom, het is dus speculeren. Een idee is dat bijvoorbeeld taalbeschouwing nog te abstract wordt gegeven, te weinig vanuit levensecht taalgebruik dus. Dan ga je als leraar vanzelf vinden dat de eindtermen verder van het bed van je leerlingen staan."
Leraren vinden sommige eindtermen belangrijk en andere niet. Dat levert soms opvallende rangordes op. Zo zitten er in hun top vijf voor Nederlands vooral eindtermen schrijfvaardigheid, terwijl veel eindtermen luistervaardigheid onderaan bengelen. En laat luisteren nu net die vaardigheid zijn die het minst aan bod komt in de taallessen en waarvoor vooral anderstaligen het minst de eindtermen bereiken.
Peter Van Petegem: "Dat laatste vind ik helemaal niet verwonderlijk. Als je iets niet belangrijk vindt, steek je er minder tijd in. Leerlingen oefenen dat minder en scoren slechter. Eén van de gekende onderwijsparadigma's is 'opportunity to learn': geef leerlingen de kans om te leren en ze zullen het ook doen, met betere resultaten tot gevolg."
Mogen we tevreden zijn over de resultaten voor de stelling 'het aandeel kennisdoelen is veel te gering in vergelijking met het aandeel vaardigheidsdoelen'? Denk aan de hele discussie rond kennis en vaardigheden van ruim een jaar geleden.
Peter Van Petegem: "Het aantal leraren dat te weinig kennisdoelen terugvindt in de eindtermen en ontwikkelingsdoelen, ligt lager dan twintig procent. Meer dan dertig procent vindt dat er genoeg kennisdoelen in zitten. Ongeveer de helft van de leraren spreekt zich daar niet over uit. Dat is toch wel een ander geluid dan wat sommige critici steeds weer beweren, zogenaamd vanuit de klaspraktijk. Ook over het volume attitudedoelen zijn leraren tevreden. De doelen rond leren leren scoren eveneens heel goed. Dankzij die eindtermen hebben leraren veel kansen om te werken aan studiehouding. Het buitenland benijdt ons het kader dat we hiervoor hebben gecreëerd."
Dat merk je aan de doelen wereldoriëntatie die leraren het belangrijkst vinden. Die hebben vooral te maken met attitudes zoals zorgvuldigheid, nauwkeurigheid en veilig werken.
Peter Van Petegem: "Leraren schatten duidelijk goed in hoe belangrijk attitudes zijn. Aan het eind van de basisschool bevinden leerlingen zich op een kritische leeftijd waarin ze meer dan open staan voor doelen die dicht aanleunen bij hun leefwereld: respect voor milieu, omgang in het verkeer, omgang met leeftijdgenoten ... Hier ook worden de kiemen voor hun interesse voor wetenschap gelegd. Eenmaal leerlingen dertien à vijftien jaar zijn, liggen de kaarten op tafel. Dan kost het je veel meer moeite om ze nog te motiveren voor wetenschap, milieu enz."
Waarom zijn leraren en directeurs met constructivistische onderwijsopvattingen meer tevreden over ontwikkelingsdoelen en eindtermen dan andere?
Peter Van Petegem: "We zijn in onderwijs van het pure, eendimensionele concept van kennisoverdracht geëvolueerd naar een meer up-to-date onderwijsvisie, die aansluit bij de eisen van de huidige samenleving. Daarbij bouw je samen kennis op, vanuit een krachtige leeromgeving, vanuit een motiverende aanpak, met aandacht voor vaardigheden enz. Dat is een onderstroom waarop de eindtermen en ontwikkelingsdoelen meedrijven. Critici zeggen dan dat er in zulk onderwijs onvoldoende kennis wordt opgebouwd, en dat alles om vaardigheden draait. Dat vind ik oneerlijk. Het sociaal-constructivisme is ecclectisch in zijn benadering: het zoekt het evenwicht tussen kennis en vaardigheden."
'Hoe minder leerlingen per leraar, hoe tevredener een directeur is over het curriculum', lezen we in het rapport. En 'Hoe groter het leerlingenaantal op school, hoe vaker men zich beroept op de ontwikkelingsdoelen en eindtermen.' Dat zijn op zijn minst merkwaardige conclusies.
Peter Van Petegem: "Eerst even relativeren: het effect van het aantal leerlingen en de grootte van klassen is vrij beperkt. Ik denk dat hier de idee van doelmatigheid meespeelt: grotere klassen en meer leerlingen maken de taak van scholen en leraren moeilijker. Ze hebben dan meer houvast nodig, meer structuur. En waar vinden ze die? Onder meer in de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Hetzelfde mechanisme merk je in scholen met veel anderstalige leerlingen: ook daar beroepen leraren zich meer op de eindtermen."
Waarom is het voor leraren zo belangrijk om de eindtermen en ontwikkelingsdoelen goed te kennen? Met het leerplan en het schoolboek hebben ze toch genoeg.
Peter Van Petegem: "Ze zijn belangrijk om precies te weten waar je met je leerlingen naartoe wil. Ze garanderen ook de verticale samenhang van het leren, met andere woorden: ze garanderen dat in elk leerjaar, in elke graad de juiste leerstof in haar juiste dosering wordt aangeboden. Schoolboeken mogen dan nog aansluiten bij de eindtermen, ze blijven een subjectief product, gemaakt door – veelal – leraren, die eigen keuzes maken qua uitbreiding of tekstsoorten, om nu maar iets te noemen. Ook leerplannen zijn al een interpretatie. Ik beveel leraren dan ook aan schoolboeken en leerplannen altijd zelf te toetsen aan de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. Ik vraag me trouwens al lang af wat een inspecteur mij als leraar zou zeggen als ik hem zei dat ik geen leerplan volg, maar wel de eindtermen probeer te realiseren."
Al bij al hebben leraren weinig moeite met het feit dat er eindtermen en ontwikkelingsdoelen zijn.
Peter Van Petegem: "In sommige kringen is daar een tijd lang moeilijk over gedaan. Uitspraken als 'Er zijn te veel eindtermen', 'Er is te veel staatspedagogie', 'De eindtermen zorgen ervoor dat de leerlingen niets meer moeten kennen' enz..waren bon ton. Als je dit aan de leraren zelf vraagt, blijkt het inderdaad niet zo'n vaart te lopen. Dat merk je nu hun oordeel over de bruikbaarheid en de haalbaarheid van de eindtermen. Ik hoop dat iedere betrokkene zijn conclusies daaruit trekt voor de voortzetting van het debat."
Peter Van Petegem: "Amper één leraar op honderd kent de eindtermen van een ander onderwijsniveau"
Meer dan 1 100 kleuteronderwijzers, onderwijzers en directeurs basisonderwijs gaven hun mening over de eindtermen en ontwikkelingsdoelen. De meesten zijn er tevreden over. Maar heel wat leraren zoeken toch meer houvast in hun schoolboek. Welk staartje krijgt dat?
Hoe tevreden zijn kleuteronderwijzers over de ontwikkelingsdoelen?
- Driekwart is tevreden over de ontwikkelingsdoelen maar 8,5 procent is ze liever kwijt dan rijk;
- Meer dan 70 procent vindt attitudeontwikkelingsdoelen (spreekdurf, willen samenwerken ...) voor kleuters zinvol, net als de opdeling in leergebieden;
- Meer dan 70 procent vindt dat wat in de ontwikkelingsdoelen staat strookt met wat ze op school willen aanbieden;
Hoe tevreden zijn leraren lager onderwijs over de eindtermen?
- De meesten zijn tevreden over de huidige eindtermen, maar 7 procent wil er helemaal niet van weten; ook 5 procent van de directeurs basisonderwijs denkt er zo over.
- Bijna 85 procent vindt de attitude-eindtermen zinvol;
- Ruim 60 procent vindt dat wat in de eindtermen staat strookt met wat ze op school willen aanbieden;
- Twee derde vindt dat de eindtermen voldoende ruimte laten voor de eigen lespraktijk.
Zijn leraren over alle eindtermen tevreden of verschilt dat per vak of leergebied?
- Kleuteronderwijzers zijn globaal genomen tevreden over de ontwikkelingsdoelen uit de verschillende leergebieden. Ze sluiten aan bij de interesses van de kleuters, ze zijn duidelijk geformuleerd, ze zijn haalbaar... Ze vinden ook niet dat er te veel zijn.
- Leraren lager onderwijs zijn het meest tevreden over de eindtermen in de leergebieden lichamelijke opvoeding, wiskunde en sociale vaardigheden, en het minst tevreden over de eindtermen in het leergebied muzische vorming. Ze vinden de eindtermen in het leergebied Frans het best evalueerbaar. Ze laten in het midden of de eindtermen voldoende aansluiten bij de interesses van leerlingen: relatief het meest voor lichamelijke opvoeding (3,76 op 5) en relatief het minst voor Nederlands (3,46 op 5).
Waarvoor gebruiken leraren de ontwikkelingsdoelen/eindtermen?
Kleuteronderwijzers maken globaal genomen meer gebruik van de ontwikkelingsdoelen dan leraren lager onderwijs doen met eindtermen. De verschillen zijn frappant bij het voorbereiden van lessen. Daarvoor gebruiken leraren lager onderwijs het meest van al hun schoolboek. Dat weegt voor onderwijzers op veel gebieden zwaarder door dan voor de kleuteronderwijzer. Ook voor overleg binnen en buiten de school beroepen kleuterleiders zich meer op de ontwikkelingsdoelen. Alleen waar het om de keuze van nascholing gaat, laten leraren lager onderwijs zich iets meer leiden door de eindtermen dan kleuteronderwijzers door de ontwikkelingsdoelen.
In welke mate gebruiken leraren eindtermen en ontwikkelingsdoelen in vergelijking met schoolboek en leerplan? Vergelijking tussen kleuteronderwijzers en leraren lagere school in procenten.
| Ontwikkelingsdoelen/ eindtermen | Ontwikkelingsplan/ leerplan | Schoolboeken | Andere | |
| Lessen voorbereiden | ||||
| Kleuteronderwijzer | 43 % | 41 % | 9 % | 7 % |
| Leraar lager onderwijs | 5 % | 20,5 % | 72,5 % | 2 % |
| Zorggebeleid uittekenen of bijsturen | ||||
| Kleuteronderwijzer | 33 % | 52 % | 6 % | 9 % |
| Leraar lager onderwijs | 27,5 % | 38 % | 15 % | 20 % |
| Schoolintern overleggen | ||||
| Kleuteronderwijzer | 31 % | 52 % | 2 % | 15 % |
| Leraar lager onderwijs | 23,5 % | 42 % | 18 % | 17 % |
| Schoolextern overleggen | ||||
| Kleuteronderwijzer | 31 % | 43,5 % | 3 % | 22 % |
| Leraar lager onderwijs | 23,5 % | 36 % | 12 % | 29 % |
| Nascholing kiezen | ||||
| Kleuteronderwijzer | 22 % | 35 % | 3 % | 39 % |
| Leraar lager onderwijs | 25 % | 28 % | 8 % | 38 % |
| Mijn onderwijs verbeteren en/of vernieuwen | ||||
| Kleuteronderwijzer | 27 % | 42 % | 12,5 % | 18 % |
| Leraar lager onderwijs | 26 % | 33 % | 20 % | 21 % |
Met welke bril bekijken leraren eindtermen?
Wat maakt leraren tevreden over eindtermen/ontwikkelingsdoelen? Wanneer grijpen ze er het meest naar? De onderzoekers zien vier sterke motieven:
- De mate waarin de persoonlijke onderwijsvisie van de leraar spoort met de visie waarop de eindtermen en ontwikkelingsdoelen steunen: leraren en directeurs met een traditionelere onderwijsopvatting zijn er minder tevreden over.
- De persoonlijke doelmatigheidsbeleving van leraren (hoe goed realiseer ik de doelen): hoe beter leraren eindtermen realiseren, hoe tevredener ze erover zijn.
- Het aantal leerlingen in de klas en op school, het aantal anderstalige leerlingen en het ontwikkelingsniveau van leerlingen: hoe moeilijker de onderwijsopdracht, hoe meer leraren en directeurs houvast zoeken bij de eindtermen en ontwikkelingsdoelen.
- De beschikbaarheid van andere curricula: leerplannen en schoolboeken zijn sterkere magneten dan eindtermen en ontwikkelingsdoelen. In het kleuteronderwijs (niet overal leerplannen, veel minder schoolboeken) speelt dat effect het minst.
'De perceptie van eindtermen en ontwikkelingsdoelen in het basisonderwijs van leerkrachten en directies' (P. Van Petegem en R. Rymenans - Universiteit Antwerpen, N. Engels - V.U.Brussel). Onderzoek in opdracht van het Vlaamse ministerie van Onderwijs en Vorming. 222 scholen namen deel aan het onderzoek. Meer dan 1 100 leraren en directeurs vulden een vragenlijst in, twee panels van leraren en directeurs gingen dieper op de zaak in. Een synthese van het onderzoek vind je via www.ond.vlaanderen.be/obpwo/projecten/2004
Klasse voor Leerkrachten 184, April 2008, p.8-13- Klasse voor Leraren 184 (p. 8-13)
- 01/04/2008
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer
