Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

advertentie

Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 190. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.

01/12/2008

Is het na gelijke kansen, nu tijd voor gelijke uitkomsten in onderwijs?

Mogen de ratjes ook gelijk finishen?

Onderwijs is een rat race. Dat de ratjes best gelijke kansen krijgen aan de start, daar is iedereen het over eens. Maar over het vervolg van de race lopen de meningen sterk uiteen. Voor professor Ides Nicaise is het duidelijk: "We moeten positief discrimineren om de ratjes ook gelijke uitkomsten te bieden. Het ideaal is dat elke leerling de horde van het hoger secundair onderwijs neemt."

"De kloof tussen de sterken en de zwakken in het Vlaamse onderwijs is immens groot. Wanneer krijgen we concrete tips om ze te dichten?" Door die kritische vraag van een leraar tijdens een panelgesprek schreef professor Ides Nicaise 'Gelijke kansen op school: het kan!' In het boek staan zestien sporen voor gelijke kansen in het onderwijs. Wil iedereen die volgen?

Professor Ides Nicaise: "De term 'gelijke kansen' is allerminst neutraal. Voor sommigen wil gelijke kansen zeggen dat je de ratjes zo gelijk mogelijk aan de start zet en dan de rat race laat beginnen. Voor mij moet onderwijs elk individu zich maximaal laten ontplooien en hem wapenen met een minimum aan bagage: een getuigschrift secundair onderwijs. Dan spreken we niet meer over gelijke kansen, maar over gelijke uitkomsten voor iedereen. Om die te realiseren moet je de zwakste groepen positief discrimineren. Sommige mensen vinden dit een brug te ver en vrezen dat dat ten koste gaat van de knappe leerlingen."

Hoe counter je de angst dat die aanpak negatief is voor sterke leerlingen?
Professor Ides Nicaise: "Die vrees komt voort uit de idee dat onderwijs een taart is die je in stukken moet snijden. Naarmate je een groter stuk geeft aan de ene groep, blijft er minder over voor de andere. Zo werkt het natuurlijk niet. Onderwijs is een collectief gebeuren: je geeft les aan een klas, je organiseert een school. Als je extra investeert in gelijke kansen voor de zwakkeren, dan merken sterkere leerlingen daar ook de positieve neveneffecten van. Het klasgebeuren wordt bijvoorbeeld minder geremd door de achterstand van de zwakkeren. Je kunt ook vanaf zeer jonge leeftijd de ontwikkeling van kansarme kinderen extra stimuleren. Zo vermijd je verspilling van onderwijsmiddelen, want een kind dat blijft zitten kost tweemaal zo veel, en een kind dat je moet doorverwijzen naar het buitengewoon onderwijs kost de overheid 2,5 keer zoveel. Internationale studies bewijzen dat landen zoals Finland, Canada of Hong Kong hoge gemiddelde prestaties halen (zoals Vlaanderen), maar tegelijkertijd ook sociaal gelijk presteren. De ongelijkheid in Vlaanderen ontstaat natuurlijk niet in het onderwijs, maar het onderwijssysteem kan de ongelijkheid wel vergroten of verkleinen."

Een deel van de 'schuld' geeft u wel aan de vrijheid van onderwijs.
Professor Ides Nicaise: "Op zich is vrijheid natuurlijk goed. Maar een te grote vrijheid van schoolkeuze en de vrijheid van onderwijs leiden tot 'vermarkten'. Dat vind ik één van de ergste kwalen van ons onderwijs. Zelfs binnen dezelfde zuil beconcurreren scholen elkaar om de sterkste leerlingen aan te trekken. Ze leggen de lat financieel, levensbeschouwelijk of intellectueel hoger, en zo krijg je standenonderwijs. Een maatregel zoals de maximumfactuur probeert zulke toestanden een halt toe te roepen. Ook magneetscholen doorbreken dat standenonderwijs. Een andere kwaal van ons onderwijs is de drang om leerlingen in stromen te oriënteren, al van in het basisonderwijs. De zwaksten, of ze nu een handicap hebben of niet, gaan naar het buitengewoon onderwijs. Heel wat leerlingen zitten daar omdat ze onvoldoende Nederlands kennen of omdat ze uit een kansarm milieu komen. In het secundair heb je de oriëntering naar de B-klas van het eerste jaar secundair. Ook daar zijn sociaal zwakkere leerlingen oververtegenwoordigd. We oriënteren leerlingen te veel en we werken ze te weinig bij."

Oriënteren we niet alleen te veel, maar ook te vroeg?
Professor Ides Nicaise: "We zijn inderdaad nog één van de weinige landen die jongeren heel vroeg oriënteren naar verschillende onderwijsvormen op basis van de stand van hun ontwikkeling op die leeftijd. In landen waar leerlingen tot veertien of zestien jaar een gemeenschappelijk lessenpakket hebben, blijkt de sociale ongelijkheid op het einde van het secundair onderwijs veel beperkter. In Vlaanderen probeert de Studiegroep Authentieke Middenscholen (STAM) te vermijden dat jongeren al aan twaalf jaar een min of meer defi- nitieve studiekeuze moeten maken. In Brussel bestaat een prachtig initiatief waar je in de eerste graad van het secundair geen Aen B-klas meer hebt, maar kunt kiezen om de eerste graad in twee of drie jaar af te leggen. Het is door een flexibel, bijna individueel lessenpakket vast te leggen dat ze er in Brussel in slagen om bijvoorbeeld een taalachterstand weg te werken. Op die manier kunnen jonge allochtonen met een taalachterstand toch nog vrij gemakkelijk naar het aso. In Vlaanderen zouden zij massaal in de B-klas belanden en naar het beroeps verkassen."

Om gelijke uitkomsten te garanderen is positief discrimineren noodzakelijk.
Professor Ides Nicaise: "Alle westerse landen passen een vorm van positieve discriminatie in de financiering van het onderwijs toe. Alleen behoort ons nieuwe financieringsdecreet tot de mooiere voorbeelden. Je moet aanvaarden dat leerlingen die van thuis uit minder kansen hebben gekregen extra ondersteuning nodig hebben om dezelfde eindtermen te halen. Dat hoeft voor mij niet tot aan de top van de universiteit te gebeuren, maar ik wil toch graag iedereen de horde van het hoger secundair onderwijs zien nemen. Minister Vandenbroucke schreef ooit: 'Vandaag kampioen in wiskunde, morgen in gelijke kansen?' Hij weet ook wel dat het zo snel niet kan, maar met alles wat nu al op de rails staat in Vlaanderen verwacht ik wel dat we binnen tien jaar een groot verschil zullen zien."

De weg naar gelijke kansen in onderwijs gaat via vele sporen. Ides Nicaise bespreekt er drie op www.klasse.be/ leraren/bijlage

Van concentratie naar magneet

"Jullie zijn een concentratieschool, dus zijn jullie creatief genoeg om met mijn hoogbegaafde dochter om te gaan." Zo liet een 'Belgische' ouder de leraren van de Wereldschool tien jaar geleden beseffen dat omgaan met GOK-leerlingen hen ook een bijzondere kracht geeft. Nu is bijna 1 op 2 leerlingen 'Belg' en elk jaar haalt een bijzonder kunstproject de band met de buurt aan. Het verhaal van een Helemaal Niet Zo Moeilijke Metamorfose.

Op de speelplaats van de Antwerpse Wereldschool staat 'de kleinste bibliotheek van de wereld', maar voor het overige ziet het lerarenteam het graag groots. Kunstprojecten die de hele school en buurt mobiliseren zijn al meer dan tien jaar een goede gewoonte in deze school. 'Kunstructie' heet het project dit jaar. In alle klassen zijn daarvoor nu voorbereidende lessen.

De lesontsnapper
Juf Kelly Groos en juf Julie Luyten werken met hun zesdejaars aan 'Architect voor een week'. Het is bijna vrijdagmiddag: "Materiaalmeesters, nog twee minuten, bijna tijd om op te ruimen." Elke leerling heeft een rol: organisator, materiaalmeester, verslaggever, planner of bemiddelaar. Vier dagen knutselen hebben al mooie werkjes opgeleverd. Een praatagenda, de 'antiverveelmachine' en de 'lesontsnapper' schreeuwen om een prijs voor originaliteit. Eén groepje heeft vandaag een 'wc-bot' gemaakt, een robot die de schooltoiletten wil aanpakken. Een ander groepje heeft een stevige brug gebouwd en die maar meteen van vleugels voorzien. "Zo verplaats je de brug makkelijk en rijden de auto's via de vleugels van de brug", meldt de verslaggever. De zesdeklassers leren véél over constructies: driehoeken kun je moeilijk van vorm veranderen en zijn daarom fantastische dragers voor een brug, ronde ramen zijn moeilijker om te maken. Maar ze oefenen tijdens het groepswerk ook wiskunde, taalvaardigheid én sociale vaardigheden. Toch blijft het niet bij deze ene projectweek. In een volgende fase van 'Kunstructie' gaan de leerlingen in de buurt op zoek naar bijzondere constructies of kunstwerken. Juf Ellen Van Horenbeeck van het vierde leerjaar wil ook de verschillende vormen van wonen onderzoeken: "En misschien zoeken we ook een plaatsje voor een tent die we zelf maken. 't Zou leuk zijn om daar dan een nachtje te blijven slapen."

Creatief voor hoog begaafden
Iets meer dan tien jaar geleden waren bijna alle leerlingen van de Gemeentelijke Lagere School allochtonen (de naam 'Wereldschool' kwam er pas bij de metamorfose). Nadine Copers kent de twee 'Belgische' leerlingen van haar eerste jaar in deze school nog: "De ene was een op en top kansarm kind uit de buurt en de andere een hoogbegaafd meisje. Haar ouders kwamen bij ons en zeiden: 'Als jullie erin slagen om met zoveel kansarmen om te gaan, dan zijn jullie creatief genoeg om onze dochter de aandacht te geven die zij verdient.'" Wat een breeddenkende ouders!

In de kleuterschool om de hoek zaten wél allochtone én autochtone kinderen. Die mix weerspiegelde de buurt perfect. "We hebben dan samen met Lerende Stad het project 'Van ongerust naar toegerust' voor de ouders van de oudste kleuters opgezet en zo negen 'Belgische' leerlingen in het eerste leerjaar ingeschreven."

Terwijl het lerarenteam de eerste fase van het kunstproject uitwerkt, bereidt directeur Ramoni Moriano met haar team een doorlichting voor: "Daardoor weet ik perfect hoe het met onze schoolbevolking van dit schooljaar staat: 55 procent is allochtoon, 45 procent 'Belgisch'." Met haar Spaanse roots ("ik was twee jaar oud toen mijn ouders naar België verhuisden") voelt directeur Moriano zich na enkele maanden al bijzonder goed thuis in de Wereldschool. "We moeten er nu over waken dat de school dat evenwicht bewaart en de maatschappij mooi weerspiegelt."

Friekies
Om de hoek van de school woont schrijver Tom Lanoye en ook ander hip volk heeft de buurt van de Brederodestraat ontdekt. Zijn sommigen omwille van de Wereldschool hier komen wonen? "Dat weet ik niet, maar ik vermoed wel dat veel 'Vlaamse' gezinnen onze kunstprojecten kennen", zegt Nadine Copers. Zij was er al bij toen de school zich ruim tien jaar geleden inschreef voor 'Vlaggen en wimpels': in dit project komt een kunstenaar een dag in de week langs op school en haalt via kunst de band tussen school en omgeving aan. "Zo kozen we 'anders zijn' als jaarthema. Samen met de kunstenaar bedacht elke klas 'een andere', een Friekie. Over die Friekie schreven de kinderen verhalen, maakten ze tekeningen én knutselden er enkele op ware grootte. De winkeliers in de buurt hielpen het mysterie van de Friekies vergroten. In hun etalages hingen boodschappen als 'Wat is een Friekie?' en 'Waar is Friekie?' De hele buurt praatte op den duur over de Friekies. Uiteindelijk kwamen de grote poppen in de etalage en die droegen we later in een optocht door de straten in de buurt van de school."

De wondere pluim
"Nu stemmen we zelfs activiteiten op school en in de buurt op elkaar af. Elk jaar organiseren we de slothappening van 'De wondere pluim', een schrijfwedstrijd met zowel aandacht voor allochtone als autochtone leerlingen. Op hetzelfde moment vindt het straatfeest van de buurt plaats. Het idee voor de schrijfwedstrijd kwam trouwens van een allochtone mama. Zij vond dat bij klassieke schrijfwedstrijden de allochtone leerlingen vaak in de kou blijven staan. Uniek aan deze wedstrijd is dat het oudercomité de verhalen van de kinderen leest. Zo gaan hun ogen open voor de dromen en wensen van de kinderen. Nu volgen al meer dan twintig scholen ons voorbeeld."

Het door Kathy Lindekens opgetekende verhaal over de Wereldschool lees je op p.189 van 'Gelijke kansen op school: het kan! Zestien sporen voor praktijk en beleid'. Auteurs van het boek zijn onder andere Prof. Ides Nicaise en Dr. Ella Desmedt. Het boek is uitgegeven bij Plantyn en kwam tot stand met de steun van SCHOOL+, een platform voor een school zonder uitsluiting.

Minder kans met laaggeschoolde moeder

Het Vlaamse onderwijs is nog lang geen kampioen in gelijke kansen. Kinderen van moeders met een diploma lager onderwijs doen het veel minder goed dan kinderen van hooggeschoolde moeders. Ze hebben:

  • 5x meer kans op vertraging in het eerste leerjaar (in het zesde leerjaar zelfs 7,2 x)
  • 8 tot 10 x meer kans om in het buitengewoon lager onderwijs terecht te komen
  • 7x meer kans om in de B-klas van het eerste jaar secundair onderwijs te komen
  • 10x meer kans om het secundair onderwijs te verlaten zonder diploma of getuigschrift
  • 3x minder kans om een hoger onderwijsdiploma te halen
Klasse voor Leerkrachten 190, December 2008, p.10-15