Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

advertentie

Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 83. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.

05/03/98

Voor de schijn naar school

Sommige leerlingen zijn de school beu. Ze gaan elke morgen tegen hun zin naar school. Vaak laten ze het daar niet bij: ze spijbelen, ze maken het de leerkracht en hun medeleerlingen lastig, ze schoppen boel op school. Of anders haken ze af, zitten zonder interesse in de les, studeren niet, halen een slecht cijfer, dragen een masker waar niemand nog doordringt.

Volgens recent onderzoek is spijbelen de jongste jaren afgenomen. Al ervaren sommige leraars dat niet zo. Misschien gebeurt de controle efficiënter. Maar daarmee is de schoolmoeheid niet weg. Integendeel: de leerkracht zit ermee. Of is hij de oorzaak, zoals leerlingen vaak zeggen? Spijbelen is slechts een signaal van schoolmoeheid. Maar niet het enige. Het aantal leerlingen dat de school moe is zou wel eens een kwart van de schoollopers kunnen zijn. Sommigen laten het op allerlei manieren merken, sommigen jagen punten achterna of proberen de weg van de minste moeite te volgen. Ze gaan voor de schijn naar school, maar niet van harte.

Rood

In het secundair onderwijs zegt één leerkracht op drie dat schoolmoeheid op zijn school een ernstig probleem is. Vooral de leerkrachten in het TSO (43 %) en BSO (36 %) moeten opboksen tegen schoolmoeë leerlingen. In het ASO ligt dat cijfer veel lager en loopt het cijfer ongeveer gelijk met dat van het hoger onderwijs: zo'n 16 procent. In het basisonderwijs vinden de leerkrachten schoolmoeheid geen groot probleem. Toch beginnen vaak daar al de problemen die aan de basis liggen van latere schoolmoeheid.

Oranje

Een kwart van de leerkrachten secundair en hoger onderwijs zegt dat de leerlingen nu meer spijbelen dan vijf jaar geleden. Er zijn geen grote verschillen tussen de leerjaren. In het lager secundair is de stijging nagenoeg even groot als in het hoger secundair. Maar er zijn wel opvallende verschillen tussen de onderwijsvormen. In het ASO signaleert 14 procent van de leerkrachten een stijging van het aantal spijbelaars, in TSO 25 procent en in BSO 32 procent.

Groen

Op de vraag of spijbelen op hun school een ernstig probleem is, antwoordt 15 procent van de leerkrachten in secundair en hoger onderwijs positief. Voor de meesten (55 %) is het géén ernstig probleem. Ook hier vallen toch wel grote verschillen op tussen de onderwijsvormen. In ASO noemt 8 procent van de leerkrachten spijbelen een ernstig probleem, in TSO 15 procent en in BSO 20 procent. Terzijde: in het basisonderwijs is er geen spijbelprobleem. Slechts 4 procent van de leerkrachten signaleert er een stijging en nauwelijks 1 procent noemt het «een ernstig probleem».

Klasse voor Leerkrachten 83, maart 1998, p. 4-5