Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

advertentie

Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 83. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.

05/03/98

Treurspel op school

Leraars controleren nog veel te vaak wat een leerling niet kan.«In de plaats van problemen op te lossen, stuurden de leerkrachten mij de klas uit. En daarna maakten ze zich kwaad omdat mijn mappen niet in orde waren en ik mijn les niet had geleerd. Dus straften ze me dáárvoor. Werd ik lastig, dan moest ik de klas uit. Ten slotte hebben ze me dan maar van school gestuurd. Probleem opgelost.» Welk probleem? En voor hoelang? Het project in het arrondissement Leuven is enigszins anders dan andere preventieprojecten. Het is op gang gebracht door schoolbegeleiders van geplaatste jongeren die al uit de boot zijn gevallen. Dat bleek zo'n grote groep te worden, dat er iets moest gebeuren. Het Comité nam contact op met onder andere de PMS-centra. Nu werken er via het PMS 50 scholen mee. Deelname aan het project houdt in dat de PMS-medewerker, door registratie en gesprekken met de risicoleerlingen, in zijn secundaire scholen meer aandacht besteedt aan de veelvuldig afwezige leerlingen. Zo krijgt hij ook een vaste rol als partner voor de school die iets wil doen om schoolmoeheid te voorkomen. Tegelijk wil de stuurgroep van het project de opgedane ervaringen verwerken tot een signaalnota bestemd voor de beleidsmakers op alle niveaus.

De school gestraft

Leerplichtige jongeren met gedragsproblemen kunnen soms niet meer terecht in bepaalde scholen. Het gevaar bestaat dat concentratiescholen ontstaan. «Samenwerking tussen de scholen van de regio, over netten en onderwijsvormen heen, is een essentieel onderdeel van ons project», meent Philippe Collart, schoolbegeleider en initiatiefnemer. Sommige scholen kunnen 'selectief' zijn, en sturen 'onaangepaste' leerlingen door. Maar waar moeten ze naartoe? Niemand is verantwoordelijk op het moment dat een leerling een school verlaat. «Die leerlingen zitten dan met een negatief gevoel, ze hebben het al moeilijk en gedragen zich lastig. 'Probleemleerlingen' worden dikwijls opgevangen door dezelfde scholen. Sommige van deze scholen worden dan 'gestraft' met het imago van concentratieschool. Naast elke school die een leerling afschrijft, staat een school die een leerling opvangt. Deze scholen hebben middelen te kort om aan goede leerlingbegeleiding te doen. Het is ook gemakkelijk drugvrije school in het vaandel te zetten als alle probleemleerlingen weggestuurd worden. Het 'niveau' van een school zou vastgekoppeld moeten worden aan het 'open' zijn van een school. Helaas is dat vaak niet zo. Maar het kan toch niet dat ons schoolsysteem er is voor een selectief publiek?»

Scenario

«We moeten het risico op afhaken verkleinen, want die leerlingen zijn erg kwetsbaar in onze maatschappij», zegt Jacques De Vriese, inspecteur PMS-centra en lid van de stuurgroep van het preventieproject Uit de schoolse boot. «Sommigen van hen vinden gewoon geen enkele school meer waar ze welkom zijn. Voor hen is leerplicht geen leerrecht. Daarna blijven ze in een negatieve spiraal hangen. Want door gebrek aan scholing blijven ze werkloos en afhankelijk van een bestaansminimum. Sociale isolatie dreigt.» Iedereen heeft het over leerlinggericht onderwijs, over zorgverbreding, maar of dat gebeurt of niet kan grote gevolgen hebben voor die leerlingen met moeilijk gedrag. Soms is er al zoveel verkeerd gelopen dat het niet meer lukt een leerling gemotiveerd te krijgen. Er zijn leerkrachten en scholen die individueel en structureel een beleid uitwerken, maar telkens weer ontgoocheld worden, omdat de leerling al een aantal treurspelscenario's achter de rug heeft. Daarom is samenwerking tussen alle betrokkenen in het onderwijs zo belangrijk.»

Uitlachen

Het kan soms heel eenvoudig beginnen, met pesten of uitlachen of eens een straf en als er op dat moment niemand iets merkt, kan dat een hele schoolloopbaan beïnvloeden. Dat blijkt uit de gesprekken met risicoleerlingen. Soms worden signalen niet op tijd gezien, of worden ze niet doorgegeven. In feite kan elke leerling in een negatieve spiraal terechtkomen als er niemand reageert of hulp biedt. Leerkrachten hebben soms ook geen zicht op wat een signaal kan zijn. Bovendien voelen ze zich al overvraagd: ze moeten niet alleen goed kunnen lesgeven en hun vak kennen, maar óók met ouders kunnen omgaan, óók sociale vaardigheden aanleren, óók dyslexie detecteren en dan óók nog eens problemen herkennen en signaleren. De leerling op zijn beurt is van mening 'dat ze het zich toch niet aantrekken' en haakt langzaam af. Hij spijbelt, is lastig, heeft een negatief zelfbeeld en begint de school te haten. Leerlingen hebben meestal al een hele schoolloopbaan van ontgoochelingen meegemaakt voor ze het uiteindelijk opgeven. Vaak begint dat proces al op het einde van het lager onderwijs of in de eerste jaren van het secundair.

Wat kan hij wel?

«We vinden het belangrijk dat we mensen hebben samengebracht vanuit het beleid, het onderwijs zelf, hulpverlening en PMS», zegt Anneli Verstraete. «De discussies tussen hen leiden tot betere samenwerking en vooral concrete afspraken. Niet om leerlingen door te schuiven, maar om een 'opvangbeleid' uit te werken. Eén van de belangrijkste gevolgen vind ik misschien wel het betere contact tussen PMS en school. Tegen het einde van het schooljaar komen we naar buiten met een signaalnota en een actieplan. De kern is hoe een schoolwerking uit te bouwen die tegemoet komt aan de vraag: wat heeft deze leerling nodig om zich op onze school met redelijk succes te kunnen waarmaken? We controleren in ons onderwijssysteem nog veel te vaak wat een leerling niet kan. Maar aan het welbevinden van de leerling, besteden we te weinig aandacht.»

Dat kan nochtans. Door allerlei pedagogische en organisatorische maatregelen, door een betere communicatie tussen de school, de jongere en zijn ouders, en door een open sfeer op school. Goede leerlingbegeleiding uit zich op verschillende vlakken: aan de basis ligt echt contact tussen leerling en leerkracht, zodat signalen tijdig worden opgevangen. Pas dan kan worden gezocht naar wie de leerling kan opvangen en hoe dat moet gebeuren.

De rolverdeling: wie is moe?

Tien tekens aan de wand

1. Leerlingen die zich duidelijk vervelen op school of in de les. Ze vinden niets van wat er op school gebeurt de moeite. Toneel, film of sportdagen zijn alleen maar interessant omdat er geen les is. Ze engageren zich nergens voor. Als ze zich inspannen is het alleen omdat het nu eenmaal moet.

2. Leerlingen die buitengesloten worden door de anderen van de klas, of zich afzijdig houden. Leerlingen met overdreven angsten en frustraties. Die een lage dunk hebben van zichzelf.

3. Zij die de les storen, zich lastig gedragen, ziekte voorwenden, spijbelen, pesten...

4. Leerlingen voor wie alleen punten belangrijk zijn, maar die verder niet geïnteresseerd zijn om méér te weten, te vragen of te doen. Ze kunnen wel doen alsof, maar dat is om op een goed blaadje te staan bij de leraar.

5. Leerlingen die 'rekenen' voor welke vakken ze wel of niet moeten studeren om geen buis op te lopen. Met nieuwjaar goede punten? Dan hoeven ze voor de rest van het jaar niet veel meer te doen.

6. Wie spiekt of huiswerk afschrijft (vaak tijdens een andere les). Zij willen wel slagen, maar via de weg van de minste moeite.

7. Leerlingen die regelmatig klagen over misselijkheid, hoofdpijn, buikpijn.

8. Zij die regelmatig taken 'vergeten', of lessen 'vergeten' te leren.

9. Wie niet in orde is met zijn notities, bij wie boeken 'verloren' raken of 'gestolen' worden.

10. Leerlingen die onder hun mogelijkheden presteren, of plots minder beginnen te presteren.

P.S. Er is geen verband tussen intelligentie en schoolmoeheid. Schoolmoeë leerlingen hebben wel vaker lagere studieresultaten.

Het publiek: applaus

Hoe spelen leerkrachten voor wekker?

1. Stimuleer zoveel mogelijk de zelfstandige activiteit van de leerlingen. Zet ze aan het werk, laat ze zoveel mogelijk zelf ontdekken.

2. Neem de leerlingen serieus. Laat ze voelen dat je hen respecteert.

3. Praat met hen, luister naar hen. Je leert ze zo vlugger kennen en je achterhaalt vlugger problemen.

4. Zwakke leerlingen worden veel met hun eigen falen geconfronteerd. Maar vergeleken met vorige resultaten kan een "slecht" punt nu misschien beter zijn. Bespreek dat met de leerling. Dat moedigt hem aan.

5. Wees waakzaam en grijp snel in bij problemen. Als een leerling bijvoorbeeld een paar keer slechte cijfers heeft, laat dat niet zo. Praat erover. Hoe verklaart hij dat zelf? Als hij lusteloos in de klas zit, negeer dat niet.

6. Maak duidelijke en realistische afspraken over taken en toetsen en wat je precies van een leerling verwacht. Motiveer door steeds te zeggen waarom ze iets moeten leren of doen.

7. Omdat een schoolmoeë leerling niet gemotiveerd is door het leren zelf, kan je inspelen op zijn behoefte naar beloning. Maar die beloningen mogen niet automatisch volgen en ze moeten wel aansluiten bij de taak zelf. Bijvoorbeeld een nieuwe toets mogen maken.

8. Als een leerling slechte resultaten wijt aan onvoldoende inspanningen, dan kan hij daar iets aan doen. Niet als hij vindt 'dat hij het toch niet kan'. Gevolg: hij haakt af zodat de resultaten zeker slecht zijn. Motiveer de leerling tot voldoende inspanning, laat hem niet lopen met de gedachte dat het allemaal toch niet aan hem is besteed.

9. Schoolmoeë leerlingen denken niet aan de verre toekomst. Een eindresultaat kan dus veel te ver liggen. Buizen in juni? Problemen voor later. Geen job later? Ach toe. Spreek dus niet over later, maar over nu.

10. Probeer geen afstandelijk jurylid te zijn, maar een mens voor de klas.

Indien u graag de signaalnota en het actieplan ontvangt van dit preventieproject, kan u nu al contact opnemen met het Comité Bijzondere Jeugdzorg Leuven - Wieringstraat 2A - 3000 Leuven - tel 016-23 60 70 - fax 016-23 68 42 Klasse voor Leerkrachten 83, maart 1998, p. 8-9