Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 87. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.

21/09/98

Met handen en voeten

Geertrui staat voor de eerste keer voor 6 wetenschappen-wiskunde B. Een gewaarschuwde vrouw. Ze schrijft haar naam op het bord. De leerlingen zakken achterover op hun stoel. De pauze is net afgelopen, chips en cola hangen nog in de lucht. «Ik ben blij dit jaar in jullie klas wiskunde te mogen geven», begint ze. Maar ze staat met haar rug tegen het bord en kijkt over de leerlingen heen naar de linkerbovenhoek van de achtermuur van de klas. Het krijtje houdt ze krampachtig tussen duim en wijsvinger. Je zou niet zeggen dat Geertrui blij is. Haar lichaamstaal verkondigt een andere boodschap. «Met woorden kan je liegen. Niet met het lichaam», zegt Victor van Geel, auteur van het boek Lichaamstaal. Praktijkboek voor de leraar. Wat woorden echt betekenen, blijkt vooral uit de manier waarop je ze brengt. Bovendien vertelt lichaamstaal een en ander over de relatie tussen communicatiepartners. Sommige lichaamssignalen kan je moeilijk beïnvloeden. Probeer maar eens blozen of beven te stoppen. Maar houdingen en bewegingen wel. Een Geertrui die zich losmaakt van het bord en haar leerlingen aankijkt, lijkt in elk geval zelfverzekerd. Een glimlach erbij zou een nog rustiger indruk nalaten. Volgens Victor van Geel is lichaamstaal leerbaar. Lichaamstaal lezen en spreken kan je oefenen, zoals acteurs dat doen. En is lesgeven niet altijd een beetje toneelspelen?

Honger

De leraar geschiedenis heeft een mondelinge overhoring aangekondigd. Laura is er duidelijk niet gerust in. Ze durft hem niet aankijken. Karel heeft zijn les weer niet geleerd. Hij blijft maar rommelen in zijn boekentas. Tanja zit met gekruiste armen en benen en schermt zich op die manier af. Arne houdt zijn hand voor zijn mond. Hij heeft iets te verbergen, want verlegen is hij niet. Joris glimlacht uitgebreid, zijn handen achter zijn hoofd. Het toonbeeld van zelfgenoegzaamheid. Riet verveelt zich. Met haar kin op haar hand gezakt staart ze in het ijle. Alleen Jan toont enige interesse. Hij zit voorovergebogen op de eerste vraag te wachten.

Het kan de honger zijn, als Riet geeuwt. Maar als ze bovendien achterovergezakt naar buiten staart, weet haar leraar hoe laat het is. Er hoeft geen woord gezegd, maar als hij goed op de lichaamstaal van zijn leerlingen let, weet hij vaak precies wat er in hen omgaat. Zeventig of meer procent van onze communicatie is non-verbaal. Bij gevoelens gaat het zelfs over meer dan negentig.

Huiswerk

Mark begint aan zijn tweede schooljaar als leraar biologie. Je merkt onmiddellijk als hij een klas binnenkomt dat hij een jonge, enthousiaste indruk wil nalaten. «Wij samen», vertelt hij de leerlingen door zijn vlotte kledij en de manier waarop hij liever voor dan achter de lessenaar staat. Als hij zich op zijn gemak voelt in een klas, zit hij nonchalant op de hoek van de lessenaar en zwaait met zijn been in het vuur van zijn betoog. Vandaag moet hij zich al kwaadmaken omdat bijna niemand de oefening heeft voorbereid.

Wellicht zijn de leerlingen verbaasd dat Mark zich ergert aan hun gebrek aan inzet. Wellicht vinden ze het spijtig dat ze hem ontgoochelen. Maar ze interpreteren Marks houding in de klas verkeerd. Bij hem steekt het allemaal niet zo nauw, denken ze. Een misverstand. Marks woorden werden niet onderstreept met begeleidende lichaamstaal die zijn bedoeling duidelijk maken. Zijn woorden en lichaamssignalen zijn tegenstrijdig. Bepaalde signalen kunnen trouwens verschillende betekenissen hebben. Als de leerkracht met gekruiste armen achteroverleunt tegen het bord, kunnen de leerlingen dat zowel vertalen als 'ik ben niet echt geïnteresseerd in jullie' of als 'jullie beurt nu, ik wacht'. Een wereld van verschil. Afhankelijk van de context.

Brad Pitt

Klas 4 Handel-Talen. Vier lange rijen lessenaars. Achteraan een enorme poster van Brad Pitt. Daar is ruzie over geweest. Eronder op een tafeltje liggen een paar naslagwerken geschiedenis. Tussen de twee ramen verzorgen de leerlingen een bloemenbak. Links een tentoonstelling van de groepswerken Frans. Anja, Marina en Kaat zitten vooraan in het midden. Martine en Tom opzij. Alleen de laatste rij is volledig bezet.

De ruimte spreekt een taal. Een omgeving kan het verlengde zijn van het lichaam. Klasleraar Guy, leerkracht geschiedenis, besteedde een uur klasgesprek aan de inrichting van het lokaal. Hij liet de leerlingen ook een eigen plaats kiezen. Leerlingen die extra inspanningen willen leveren, zitten graag vooraan. Kritische leerlingen kiezen zijkanten. Zij die liever niet te veel moeite doen, vinden achteraan zitten ideaal. De leerlingen hebben door de keuze van aankleding van deze klas hun territorium gemaakt. Ze zijn hier thuis. In een persoonlijke ruimte voelen mensen zich sterker. Een leraar met een eigen klaslokaal bijvoorbeeld laat leerlingen zijn territorium binnenkomen en bepaalt gemakkelijker de regels. Guy heeft geen lokaal, vandaar het tafeltje met geschiedenisboeken.

Drempel

Geroezemoes. Iets zwaars valt op de grond. Luid gelach. Net dan komt Evelien, lerares Latijn binnen. «Goedemorgen», zegt ze. Niemand reageert. «Goedemorgen», roept ze. Geen reactie. Dan maakt ze zich kwaad. Morrend lopen de leerlingen naar hun plaats. Rustig wordt het echter niet. / Geroezemoes. Iets zwaars valt op de grond. Luid gelach. Net dan komt Evelien, lerares Latijn binnen. «Goedemorgen», zegt ze. Niemand reageert. Ze stapt de klas binnen en wacht. Dat merken de leerlingen. Ze lopen naar hun plaats. Het wordt rustiger. Evelien vraagt wat er aan de hand is. Pas dan begint ze met de les.

Soms krijgt een leerkracht zonder meer de aandacht van de leerlingen. Soms moet hij daar moeite voor doen. Maar roepen werkt nooit. Integendeel. De aandacht trekken kan op een vriendelijke manier. En daarna? Oogcontact houdt de aandacht vast. Een leerkracht zorgt er het best voor goed zichtbaar te zijn voor alle leerlingen. Door niet precies in het midden voor de klas te staan, kan hij met zoveel mogelijk leerlingen contact houden. Energie uitstralen door rechtop te staan, helpt. Door niet ter plekke te blijven. Zeker niet door achter de veilige lessenaar te kruipen, maar wel door een evenwicht te vinden tussen ontspannen zitten en bewegen. Als de aandacht van een leerling lijkt te verslappen, kan de leerkracht naar hem toestappen. Zenuwachtige gebaren wijzen op onzekerheid en voor de leerlingen zijn ze een aanleiding om grenzen te testen.

Podium

Hoe is het mogelijk dat Peter, leraar Frans, wel gezag heeft in 2 C, en Gerrit, leraar technologie, niet? De klas is dezelfde. Beide leraars geven ongeveer even lang les. Gerrit lijkt nochtans veel dominanter. Luid van stem en agressief van gebaren.

Vroeger hadden leerkrachten een podium. Daarmee was duidelijk wie de macht had in de klas. Maar gezag moet je krijgen van de leerlingen. Als je gezag wil in een klas, dan betekent dat dat de leerlingen je regels willen volgen. Een leerkracht die agressief de leiding neemt, wil door zijn leerlingen gezien worden als iemand met gezag, maar die doen dat daarom nog niet. Een leerkracht met gezag vertrekt vanuit een andere houding. Hij wil gezien worden als iemand die het goed voorheeft met zijn leerlingen, die zijn taak graag en goed uitvoert en die daar het respect van zijn leerlingen voor verwacht. Deze leerkracht heeft niets te vrezen en ziet er dus ontspannen uit. Hij beweegt niet overdreven veel en blijft rustig. Hij verheft zijn stem niet. Als er iets onverwachts gebeurt, gedraagt hij zich niet onzeker of zenuwachtig. Zijn lichaamssignalen zijn open en eerlijk: hij glimlacht graag en hij toont zijn handpalmen vaak. Hij geeft geen tegenstrijdige signalen. Woord en lichaam spreken dezelfde taal.

Oogcontact: een vorm van erkenning

«De lerarenopleiding besteedt lang niet genoeg aandacht aan lichaamstaal», zegt Marc van Riel, lector aan het departement Lerarenopleiding van de Karel De Grote Hogeschool. «Wat je zegt kan je natuurlijk gemakkelijker trainen en controleren dan hoe je het zegt. Ook technische aspecten van non-verbaal gedrag kan je remediëren: een bepaalde tic, gebrek aan zelfzekerheid, oogcontact. Maar echt inzicht in eigen gedrag krijg je pas na langdurige, permanente training, feedback en zelfevaluatie. Lichaamstaal is niet zomaar opsmuk of ondersteuning van wat we zeggen. Belangrijke waarden als emotionele intelligentie, sociale vaardigheden, energie of optimisme straal je in de eerste plaats uit via non-verbaal gedrag. Heel belangrijk daarbij is bijvoorbeeld oogcontact. Als de leraar letterlijk oog heeft voor zijn leerlingen, dan voelen zij zich gewaardeerd. Aankijken is een vorm van erkenning. Leraars zijn zich vaak ook niet bewust van het spiegeleffect van taalgedrag bij hun leerlingen. Als de leraar voor een bepaald verbaal en non-verbaal gedrag kiest, dan imiteren leerlingen dat. Een grimmige dictator voor de klas mag niet verwachten dat zijn leerlingen open en vriendelijk zullen reageren op zijn vragen. De leraar heeft zijn eigen gedrag in handen, de leerling spreekt na verloop van tijd de taal van zijn leraar, op alle gebied.»

Gratis boek

De mosterd in dit artikel haalden we uit het boek Lichaamstaal. Praktijkboek voor de leraar van Victor van Geel - Uitgeverij Intro, Baarn. Twintig Klasse-lezers kunnen een gratis exemplaar krijgen. Heeft u tips of bedenkingen over lichaamstaal in de klas? Schrijf ons een briefje en u maakt kans op een gratis boek.Klasse voor Leerkrachten 87, september 1998, p. 34-35