Deze website draagt het AnySurferlabel, een Belgisch kwaliteitslabel voor toegankelijke websites. Meer informatie vindt u op www.anysurfer.be.

advertentie

Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 70. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.

08/12/96

Een pilletje meer...

Jongeren uit het beroepsonderwijs hebben meer gezondheidsklachten dan leerlingen uit ASO en TSODe Vlaamse jongeren grijpen steeds meer naar een geneesmiddel. In 1990 neemt ongeveer één vierde pillen tegen hoofdpijn, in 1994 is dat al één op drie. Meisjes gebruiken bovendien meer geneesmiddelen dan jongens. In vergelijking met andere landen scoort het Vlaams geneesmiddelenverbruik bij jongeren echter gemiddeld. De Franstalige Belgen staan veel hoger op de internationale ladder. De aanzet om een pilletje te slikken wordt de jongeren vooral door de arts of de ouders ingegeven. Een verschil dus met sigaretten, alcoholische dranken en drugs, die de jongere vooral door de vriendengroep worden aangepraat.De globale verkoopcijfers wijzen erop dat de Belgen na de oorlog steeds meer geneesmiddelen zijn gaan gebruiken. Dat is in alle leeftijdscategorieën het geval. Het gebruik van geneesmiddelen is hoog in de leeftijdsgroep van 0 tot 2 jaar, daalt tot een dieptepunt in de groep van 10- à 30-jarigen en neemt dan systematisch weer toe. Twee soorten geneesmiddelen volgen andere trends: de grootste verbruikers van pijnstillers zijn de 36- tot 45-jarigen, terwijl opwekkende middelen het meest worden ingenomen door jonge mannen van 18 tot 24 jaar.

500.000.000 pijnstillers

In het algemeen koopt men in ons land vooral comfortgeneesmiddelen (pijnstillers, kalmeermiddelen). Van de tien meest verkochte geneesmiddelen in 1994 zijn er zes voorschriftvrije pijnstillers, twee kalmeermiddelen, één maagmiddel en één antibioticum. Jaarlijks gaan er in België meer dan een half miljard tabletten van vrij verkoopbare pijnstillers over de toonbank. Wat men gebruikt, hangt samen met de leeftijd. Ook gezondheidsklachten zijn namelijk sterk leeftijdsgebonden. Zo nemen slechts weinig jongeren kalmeer- en slaapmiddelen, dit in tegenstelling tot oudere mensen, die op hun beurt minder opwekkende middelen slikken. Het verbruik van pijnstillende middelen neemt toe met de leeftijd. Er zijn ook verschillen in verbruik tussen mannen en vrouwen. Vrouwen en meisjes nemen duidelijk meer geneesmiddelen dan mannen en jongens. Dat komt het meest tot uiting bij pijnstillers: vrouwen nemen er tot vijftig procent meer van dan mannen.

Depressief

De algemene bevolkingscijfers weerspiegelen ook het verbruiksgedrag van jongeren. De jongste jaren is het medicatiegebruik sterk gestegen, in sommige gevallen zelfs met de helft. Van alle geneesmiddelen behoren de pijnstillers veruit tot de meest gebruikte categorie geneesmiddelen bij jongeren. Ruim twee op de drie jongeren neemt er sporadisch één. Vier procent doet dat regelmatig. Ze bestrijden er minder ernstige kwalen mee, zoals hoofdpijn, buikpijn enz., maar sommigen nemen er ook één "als ik mij niet goed voel" of wanneer ze een kater hebben. Onderzoek in Frankrijk wees uit dat het gebruik van middelen tegen zenuwachtigheid, angst en slaapstoornissen toeneemt bij jongeren die hoog scoren op de schaal van Kandel. Dat is een maatstaf van depressiviteit. Geen marginaal gegeven, want drie procent van de kinderen tussen zes en twaalf jaar tot tien procent van de adolescenten heeft daar last van. Dat blijkt uit uitingen als: «Ik heb in niets zin», «Ik ben niks», «Ik ben stout», «Niemand ziet mij graag».

Duizelig

Waarom nemen jongeren geneesmiddelen? Hoewel de overgrote meerderheid van jongeren zich gezond voelt, worden er toch heel wat klachten gemeld. Een grootschalige schoolenquête voor de Wereldgezondheidsorganisatie leverde de volgende gezondheidsklachten op: duizeligheid, slaapstoornissen, maagpijn, rugpijn, geïrriteerdheid, hoofdpijn, zenuwachtigheid, nervositeit, futloosheid. 15- en 16-jarige meisjes hebben in het algemeen de meeste klachten. Duizeligheid komt het meest voor bij deze groep (18 %). 11- en 12-jarige jongens klagen het meest over slaapstoornissen (16 %), rugpijn is dan weer het probleem van 15- en 16-jarige jongens (20 %) en 17- en 18-jarige meisjes (22 %). Irritatie en slecht humeur zijn van alle leeftijden: bijna een derde van de 15- en 16-jarige jongeren heeft er geregeld last van. 30 % van de meisjes klaagt wekelijks, 6 % zelfs dagelijks over hoofdpijn. Veel meisjes hebben bovendien maandelijks te kampen met menstruatiepijn. Opvallend is ten slotte dat het aantal klachten varieert naargelang van de onderwijsvorm. Jongeren uit het beroepsonderwijs (vooral meisjes) hebben beduidend meer gezondheidsklachten dan leerlingen uit ASO en TSO.

Familie

Geneesmiddelen worden niet zo sterk geïntroduceerd door de vriendenkring als tabak, alcohol of illegale drugs. Met uitzondering van de stimulerende middelen worden de meeste geneesmiddelen verkregen op doktersvoorschrift of rechtstreeks van de ouders. Ouders hebben trouwens een voorbeeldfunctie. Wanneer de moeder veel pijnstillers slikt, is de kans dat de kinderen er geen innemen 50 %. Zonder het stimulerende voorbeeld van moeder zou dit cijfer oplopen tot 85 %. Hoe hoger het familiaal verbruik, hoe hoger het geneesmiddelenverbruik bij jongeren. De ouders spelen dus een belangrijke rol, maar dat geldt ook voor de school. Daar zou men over evenwichtige informatie over geneesmiddelen moeten beschikken om mee te werken in de klas. Voorlopig is dat slechts hier en daar het geval. Een groter aanbod van pedagogisch materiaal zou naar verluidt wenselijk zijn.

Luk Joossens, Jongeren en geneesmiddelen, een literatuuroverzicht. Binnen-en buitenlandse onderzoeksresultaten over het gebruik van medicatie, syllabus bij de studiedag Jongeren en geneesmiddelen van 28 februari jl., 43 blz., 150 fr.

Luk Joossens, Geneesmiddelen. Definitie, verbruik, kostprijs, farmaceutische industrie, reclame en informatie enz. Een vlot leesbare infobrochure van 39 blz., 220 fr.

Schriftelijk bestellen bij Onderzoeks- en Informatiecentrum van de Verbruikersorganisaties (OIVO) - Riddersstraat 18 - 1050 Brussel - fax 02-547 06 01

Klasse voor Leerkrachten 70, december 1996, p. 36-37