- » Alle nummers
- September 2010
- Juni 2010
- Mei 2010
- April 2010
- Maart 2010
- Februari 2010
- Januari 2010
- December 2009
- November 2009
- Oktober 2009
- » Alle nummers
De recentste tien nummers
Dit is een artikel uit Klasse voor Leraren 91. Mogelijk zijn niet alle vermelde cijfergegevens, adressen, telefoonnummers, websites, etc. nog actueel.
Drugs
Geen school zonder drugs
Bijna de helft van de jongeren in de puberteit experimenteert met illegale drugs. Meer jongens dan meisjes. Uit onderzoek blijkt dat 5 à 10 procent daarvan een regelmatig gebruiker of verslaafde wordt. Het gebruik van andere cultureel aanvaarde drugs zoals alcohol, pijnstillers, vermagerings-, slaap- en kalmeringspillen neemt toe. Druggebruik en drugproblemen zijn geen schoolproblemen, maar wel maatschappelijke problemen die niet ophouden aan de schoolpoort. De school is niet verantwoordelijk voor de drugproblemen op school, maar moet er wel mee leren omgaan. Onderzoek toont aan dat jongeren zelf vragende partij zijn om drugs op school meer bespreekbaar te maken.
Annie, directeur:
«Even paniek»
«We hebben alleen weiden en koeien in de omgeving van de school. Je zou denken dat het fenomeen drugs hier niet zijn kop zou opsteken. Er zijn geen drugvrije scholen meer. Net zoals een aantal leerlingen al eens graag een pint pakt, gebruiken anderen een joint. Dat blijkt uit een anonieme enquête op onze school. Toen vier jaar geleden voor het eerst enkele gealarmeerde ouders meldden dat er joints werden gerookt op school en drugs verhandeld, was er even paniek. Boekentassen werden gekeerd, leerlingen ondervraagd en de leverancier van het spul van de school verwijderd. We hebben dan een pedagogische studiedag aan drugs gewijd. Als gevolg daarvan werden in de verschillende geledingen van de school werkgroepen verslavingspreventie opgericht. Het beleid dat werd uitgedokterd vond zijn neerslag in het schoolreglement. Rode draad: aan gebruikers wordt een hulpverleningsaanbod gedaan, dealers worden van de school gestuurd. En er wordt preventie ingebouwd in het leeraanbod. We willen de weerbaarheid en de relatievaardigheid van onze jongeren stimuleren op een breed terrein. Dat heeft immers een positief effect op de klassfeer en brengt ook andere problemen als pesten of seksueel misbruik aan de oppervlakte.»
het probleem
wat?
Verdoven en stimuleren
Drugs zijn alle middelen die invloed hebben op ons bewustzijn en worden gebruikt als genotsmiddel.
verdovende middelen: alcohol, slaap- en kalmeringsmiddelen, pijnstillers
stimulerende middelen: cafeïne, nicotine, amfetaminen, cocaïne
>bewustzijnsveranderende middelen: marihuana, LSD, XTC, lijmen, benzine, ether
hoe?
5 fasen van verslaving:
- Kennismaking
- door imitatie: voorbeelden uit de omgeving van leerlingen (medeleerlingen, leerkrachten, ouders) legitimeren het gebruik van drugs;
- door experiment: de experimentele fase is op zichzelf niet gevaarlijk. Niemand raakt van de ene op de andere dag verslaafd. In de puberteit is experimenteren normaal.
- Leren gebruiken en prettig vinden
De meeste drugs zijn bij het eerste gebruik niet lekker. Stoppen is dan meestal nog geen probleem. Vele jongeren haken af omdat ze het niet leuk vinden. - Geregeld gebruiken: het wordt een slechte gewoonte.
- Overmatig gebruiken: alle gelegenheden zijn goed.
- Verslaving: zonder het genotsmiddel is functioneren onmogelijk.
waarom?
Proberen, vrienden, ontsnappen
- Jongeren grijpen naar drugs uit nieuwsgierigheid, voor het plezier, om in groep aanvaard te worden, om hun zelfstandigheid te bewijzen, om de stress aan te kunnen, om te ontsnappen aan verveling en eenzaamheid, uit protest tegen ouders en autoriteiten, omwille van de uitdaging, om risico's te nemen, om het gedrag van ouders en volwassenen (vooral alcohol en tabak) te imiteren.
- Leerlingen in de puberteit hebben de behoefte om grenzen te verleggen, te experimenteren met nieuwe vormen van gedrag, nieuwe waarden en normen te ontwikkelen.
probleem?
«No problem»
De risico's van het druggebruik worden bepaald door:
- de drug zelf
- de gebruiker: zijn zelfvertrouwen, draagkracht, vermogen om met pijnlijke ervaringen en conflicten om te gaan
- het milieu: vriendengroep, reclame, voorbeeld van volwassenen, gewoonten in het gezin
gevolgen?
Meer dan lichaam
- verslaving
- lichamelijke problemen
- relatieproblemen, conflicten, sociaal isolement
- financiële problemen en criminaliteit
- juridische problemen
wie?
Mogelijke signalen van een druggebruiker
Je kan geen robotfoto maken van een druggebruiker. Druggebruik is niet altijd zichtbaar. Als het om laag gedoseerd of occasioneel gebruik gaat tijdens de weekends, zijn er op school niet steeds signalen merkbaar. Probeer geen detective te spelen op zoek naar specifieke signalen van druggebruik. Dat resulteert in wederzijds wantrouwen en een welles-nietes-discussie: waar zijn de bewijzen. Er zijn trouwens geen specifieke signalen die uitsluitsel geven over druggebruik. Het is veel belangrijker om oog te hebben voor veranderend gedrag bij jongeren:
- laten vallen van vrienden
- loslaten van interesses, engagement of hobby's
- verminderde prestaties op school
- plots veranderen van uiterlijk
- zich afsluiten
- liegen en bedriegen
Uit groepsgedrag kunnen leerkrachten vaak meer afleiden dan uit individuele signalen:
- plots worden andere kliekjes gevormd in de klas
- de groep houdt afstand van andere leerlingen
- het groepje is onderwerp van geruchten.
Belangrijk is dat deze signalen worden opgemerkt. Iedereen op school (leerkrachten, studiemeesters/opvoeders, onderhoudspersoneel, medeleerlingen) kunnen hier hun taak opnemen. Signalen moeten worden samengelegd. Communicatie is dus belangrijk. Bovendien is discretie nodig. Tenslotte gaat het meestal om vermoedens.
aanpak en preventie
op schoolniveau
Onderzoek maakt duidelijk dat de meeste preventieprogramma's druggebruik niet kunnen voorkomen, maar wel een escalatie van het gebruik. Brandjes blussen helpt niet, een globaal drugbeleid op school wel. Om dat uit te werken moeten leerkrachten, ouders, leerlingen en specialisten worden betrokken.
DE VOORDELEN:
- Geen paniekreacties bij een crisissituatie. Er zijn duidelijke afspraken en regels voor iedereen. Iedereen weet wat hem te wachten staat en wie ze op welk moment kunnen aanspreken.
- Drugbeleid zorgt voor leerlingbegeleiding. In een crisissituatie zijn de betrokkenen vaak te paniekerig om aan begeleiding te denken. Vaak wordt er enkel sanctionerend opgetreden.
- Integrale aanpak: verschillende lespakketten rond drugpreventie kunnen in het curriculum worden geïntegreerd.
DRIE COMPONENTEN:
1. Een plan
In een plan maakt de school haar houding duidelijk tegenover druggebruik. Voldoende kennis over genotsmiddelen is een eerste vereiste om met de hele school tot een consensus te komen.
- Ze bakent een werkterrein af waarbinnen ze regels wil vastleggen. Betrekken we in ons beleid enkel druggebruik binnen de school of gaat het ook over gebruik aan de schoolpoort? Reageert de school ook op gebruik in de vrije tijd? Wat betekent een drugvrije school voor ons?
- Ze werkt een taakomschrijving uit voor de verschillende partners die het druggebruik op school opvolgen.
- Er worden regels opgesteld die voor de school gelden.
Vanuit de regels die gelden voor bijvoorbeeld roken en alcohol kunnen nieuwe gedragsregels worden opgesteld. De regels gelden ook voor de leerkrachten en zijn opgesplitst voor de verschillende leeftijdsgroepen. Bovendien moet men rekening houden met verschillende regels voor verschillende genotsmiddelen (tabak, medicatie, illegale drugs) en verschillende gelegenheden (lesuren, schoolfeest, schoolreis, 's middags).
- De school maakt afspraken i.v.m. rapporteren van drugmisbruik en drugdealen en over de begeleiding van leerlingen. Wat verwacht de school van de leerkrachten i.v.m. het doorgeven van drugsignalen en gedragssignalen? Hoe wordt de discretie bewaard? Wat spreken we af met hulpverleningsinstanties, de politie, de plaatselijke horeca?
- Vanuit de opgestelde regels denkt men na over de sancties (eenmalige of herhaaldelijke vaststelling, gebruik, doorgeven en dealen, gebruik door één leerling of door een groep, zelfmelding of vaststelling)
Duidelijke afspraken en regels geven zowel aan leerlingen als aan leerkrachten meer zekerheid over wat kan en niet kan. Het is belangrijk dat de school deze regels in een aangepaste vorm giet en bekend maakt, onder andere via het schoolreglement, klasbespreking, ouderavond.
Dit drugplan biedt een basis om verder stil te staan bij opvoeding en interventie.
2. Opvoeding
- Opvoeden om drugmisbruik bij leerlingen te voorkomen is meer dan lessen geven over alcohol en andere drugs.
In de basisschool: drugpreventie is er ingeschakeld in een ruimer kader van gezondheidsvoorlichting, persoonlijkheidsontwikkeling en sociale vaardigheden.
In de secundaire school geldt hetzelfde, maar gerichte activiteiten en lessen worden uitgewerkt die aansluiten bij de kennis en ervaringen en de leefwereld van leerlingen. - Het school- en klasklimaat vormen een basis voor het al dan niet slagen van een drugbeleid op school.
3. Interventie
- De school en buitenschoolse instanties definiëren duidelijk hun rol.
- Er wordt een kaart opgesteld met de verschillende regionale hulpverleningsinstanties.
- Met het CLB kan worden afgesproken wie vorming krijgt op school om zelf tijdelijk de begeleiding van de leerlingen te doen.
- Bij externe hulpverlening wordt er gezorgd voor coördinatie zodat de leerlingen goede follow-up krijgen.
- Bij een probleemsituatie kan zich een speciaal interventieteam vormen.
- Waar houdt men rekening mee om al dan niet onmiddellijk met de ouders contact op te nemen (rijpheid van de jongere, zijn relatie met zijn ouders)? Hoe licht men de ouders in (brief, telefoon, huisbezoek)?
op individueel niveau
DE LEERLING
Het drugbeleid op school moet worden vertaald in een concrete aanpak. Leerkrachten moeten zowel reageren op drugsignalen als op gedragsignalen. Aan de ene kant stellen ze grenzen, aan de andere kant verlenen ze hulp.
1. Grenzen stellen
Een leerling zit onder invloed in de les, geeft een verdacht pakje door, spijbelt regelmatig of zet zich niet meer in. Als hij met dit gedrag de grens van de school overschrijdt, is het belangrijk om STEEDS te reageren, ook al is dit GEEN bewijs van druggebruik. Hoe reageer je?
stap 1: Tracht de situatie juist in te schatten. Verzamel observatiegegevens. Bij vermoedens van drugfeiten is dat niet gemakkelijk. Doe een beroep op collega's.
stap 2: Praat met de leerling. Beschrijf zijn gedrag neutraal (voeg niets persoonlijks of afkeurends toe, ga niet beschuldigen), toon begrip, respecteer de andere als persoon. Geef duidelijk aan welke regel hij overschrijdt of aan welke verwachtingen hij niet voldoet. Geef je eigen positie, taak en verantwoordelijkheid aan. Stel duidelijk welk gedrag je eist of verwacht.
stap 3: Geef de leerling ruimte om te reageren. Wat is zijn verhaal?
A: De leerling heeft een excuus voor zijn gedrag > Toon begrip en herhaal de regels.
B: De leerling heeft kritiek op de regels of het beleid > Geef argumenten waarom de regels er zijn. De regels staan niet ter discussie.
C: De leerling geeft kritiek op jouw persoon > Negeer de scheldpartij en roep de leerling tot orde. Breng zijn aandacht weer naar zijn gedrag en de eisen.
Na dit incident moeten leerkrachten het gedrag verder opvolgen en evalueren.
2. Begeleiden
Leerkrachten in de school of de CLB-werker kunnen getraind worden in motiverende gespreksvoering. Zo'n gesprek:
- wil niet een bekentenis van druggebruik lospeuteren of overtuigen om het gebruik te stoppen;
- vertrekt vanuit de jongere en zijn vragen, problemen. De leerling wordt zich bewust van zijn problemen en beslist zelf over zijn gedrag;
- brengt een vertrouwensrelatie tot stand. Daarom moet de leerling de positie van de begeleider kennen. Hij moet weten wat de begeleider doet met wat de leerling over zichzelf vertelt. Binnen het drugbeleid moeten deze procedures uitgeklaard zijn.
3. Doorverwijzen
- Schakel vroeg het CLB in, later eventueel gespecialiseerde diensten.
- Doorverwijzen heeft meer kans als de leerling het zelf belangrijk vindt en als de leerling (en zijn ouders) zelf de hulpverlening kan kiezen.
- Na de doorverwijzing heeft de leerkracht de taak om de leerling verder op te volgen. De leerkracht kan eventueel zelf contact nemen met de externe hulpverlener om de verdere aanpak te bespreken.
DE OUDERS
Wat doe je als ouders in paniek melden dat hun kind drugs gebruikt?
- Vertel ze niet te panikeren. Het is niet omdat hun kind met drugs experimenteert dat het verslaafd is.
- Stimuleer ze om de communicatie met hun kind open te houden. Vertel ze begrip te tonen en te laten voelen dat ze willen helpen. Het is belangrijk om te weten waarom het kind drugs gebruikt. Onder invloed van anderen of om persoonlijke redenen? In een gesprek kunnen ze te weten komen of hun kind alleen maar experimenteert of het een regelmatig gebruiker is of verslaafd.
- Bied hulp aan via de school en haar preventieplan. Experimenteert het kind, dan kan een gesprek al veel verhelpen. Gebruikt het regelmatig drugs, dan is doorverwijzing nodig naar het CLB of een Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg. Zij schatten de ernst van het probleem in en verwijzen eventueel door naar een ontwenningscentrum.
SCHOOLKLIMAAT TEGEN DRUGS
Naast expliciete preventie in het schoolwerkplan is vooral het schoolklimaat van groot belang in de preventie van misbruik van genotmiddelen:
- Contact tussen leerlingen en leerkrachten: stellen we positieve (en realistische) verwachtingen aan de leerling? Hoe gaan we om met ruzies op de speelplaats? Hoe gaan we om met storend gedrag?
- Contact tussen leerkrachten onderling: hoe ondersteunen leerkrachten elkaar? Kunnen ze bij elkaar terecht met problemen? Kennen de leerkrachten elkaars initiatieven?
- Contact tussen directie en leerkrachten: is er ondersteuning? Krijgen leerkrachten de kans om zich bij te scholen? Wat verwacht de directie van de leerkrachten en omgekeerd?
- Infrastructuur: hoe is de inrichting van de speelplaats, de klassen, de eetzaal? Zijn er mogelijkheden om gebruik te maken van tv, video, sportzaal
- Participatie: op welke manier worden leerkrachten, ouders en leerlingen betrokken in het plannen en beslissingen nemen?
- Contact met de ouders: hoe blijven de ouders op de hoogte van wat gebeurt op school?
SNELLE AANDACHT
Wie echt kijkt naar leerlingen kan vlug problemen opsporen en leerlingen begeleiden vóór de problemen echt escaleren. Soms zijn leerlingen niet bereid om over hun problemen te praten. Leerkrachten die merken dat er wat scheelt en ook tonen dat ze bezorgd zijn, helpen leerlingen zelf nadenken over waar ze mee bezig zijn. Het helpt ze om hulp te zoeken.
GENIETEN MAG
De wereld is geen tranendal waar je passief moet afwachten wat op je afkomt. Je kan ook een actieve rol spelen. Dat kunnen opvoeders aan kinderen vertellen. Ouders en leerkrachten zijn beter eerlijk en geven toe dat het ook voor hen soms moeilijk is om aan genotsmiddelen te weerstaan. Niet elk gebruik van genotsmiddelen hoeft trouwens probleemgedrag te zijn. Kunnen genieten is belangrijk in het leven.
PREVENTIE BEGINT IN DE BASISSCHOOL
Drugpreventie werkt maar effectief als je er vóór het experimenteergedrag mee begint. Tijdens de lagere schoolleeftijd zijn kinderen heel ontvankelijk en beïnvloedbaar. Het is een ideale periode om kinderen te wapenen tegen mogelijk misbruik van genotsmiddelen.
Bied kinderen veilige structuren aan
Kinderen die zich thuis voelen op school, kunnen er ook op terugvallen in moeilijke situaties. Waardeer elk kind voor zijn typische inbreng in het klasgebeuren.
Leer de kinderen de maatschappij kritisch benaderen, zonder hopeloos te worden of extreme standpunten in te nemen. Leer kinderen ook de positieve kanten van de maatschappij kennen.
Kinderen kijken op naar hun leerkracht. Ze gaan zijn gedragingen imiteren. Roken in het bijzijn van kinderen is niet te verantwoorden, ook niet op de speelplaats.
Door ouders informatie en hulpmiddelen aan te reiken kan het gezin zijn rol als veilige thuis efficiënter opnemen. Via een preventieboekje kunnen school en gezin samenwerken en dezelfde klemtonen leggen.
Kinderen weerbaar maken
- Werk aan een positief zelfbeeld: leer kinderen hun eigen mogelijkheden (en beperkingen) ontdekken, werk niet enkel prestatiegericht in de klas, geef kinderen zelfvertrouwen, leer ze hun eigen gevoelens en die van anderen begrijpen.
- Leer ze beslissingen nemen: bouw keuzeactiviteiten in, leer ze zelfstandig werken, voor- en nadelen afwegen, kritische vragen stellen, vraag hun mening bij de actualiteit, laat ze keuzes verantwoorden, situaties bespreken, leer ze neen zeggen tegen iets dat prettig, maar gevaarlijk is.
- Werk aan zelfdiscipline: kinderen moeten afspraken leren maken en zich daaraan houden.
Informatie geven over de verschillende genotsmiddelen
- Leer kinderen dat genieten mag, maar dat ze ook verantwoord moeten kunnen omgaan met genotsmiddelen: snoep, frisdrank, videospelletjes, televisie.
- Via strips en televisie horen kinderen vlug over illegale drugs. Als kinderen vragen stellen, moeten ze ook antwoorden krijgen.
Je kan meer over drugs lezen in:
Het Klassedossier op www.klasse.be/dossier/drugs
Drug-skenner. Wat iedereen moet weten over drugs, alcohol en medicatie - Geert Dom - Epo - www.epo.be
De bibliotheek bij het SISO-nummer 614.7 (trefwoord: drugs)
Voor meer ondersteuning neem je contact op met de schoolbegeleiding of het CLB dat aan de school verbonden is.
Voor allerlei brochures en een draaiboek voor drugbeleid op school kan je terecht bij de koepelorganisatie VAD, de Vereniging voor Alcohol- en andere Drugproblemen - E. Tollenaerestraat 15 - 1020 Brussel - tel 02-423 03 33 - vad@vad.be.
Met vragen over drugs, drank en pillen, kan je terecht bij de DRUGLIJN: 078-15 10 20 (elke werkdag van 12 tot 21 u. en op zaterdag van 15 tot 21 u.)
Klasse voor Leerkrachten 91, januari 1999, p. 41-44- Klasse voor Leraren 91 (p. 41-44)
- 01/01/99
- Inhoud
- [PDF] Download pagina
- Download nummer
